Bloei, bladontplooiing en vruchtrijping vinden bij planten deze eeuw gemiddeld twee weken vroeger plaats dan in het verleden, terwijl bladkleuring en bladval juist een week later plaatsvinden. Dat blijkt uit een onlangs door De Natuurkalender gepubliceerd wetenschappelijk artikel.
Eerdere waarnemingen
De Natuurkalender heeft veranderingen in het tijdstip van jaarlijks terugkerende seizoensgebonden verschijnselen in Nederland onderzocht tussen 1894 en 2010. Hiervoor hebben ze meer dan 150.000 eerste waarnemingen van bloei, bladontplooiing, vruchtrijping, bladkleuring en bladval bij 320 plantensoorten geanalyseerd.
Vruchtrijping
Hierbij valt op dat er tot het begin van de jaren 1990 geen significante veranderingen optreden in het tijdstip waarop deze jaarlijks terugkerende natuurlijke processen plaatsvinden. Vergelijken ze gegevens uit de eerste tien jaar van deze eeuw met die uit de vorige eeuw, dan zien zij echter dat het moment van bloei, bladontplooiing en vruchtrijping gemiddeld 14 dagen eerder is dan in de periode 1894–1932 en 13 dagen eerder dan in de periode 1940–1968. Er bestaat wel een grote variatie tussen soorten en verschijnselen. Vruchtrijping van de zomereik is tegenwoordig bijvoorbeeld 35 dagen eerder dan vroeger, terwijl de bloei van de blauwe knoop juist vier dagen later is. Herfstverschijnselen zijn tegenwoordig tot zeven dagen later dan in de eerdere perioden.
Nog langer
Uit deze waarnemingen blijkt dat klimaatverandering 66 procent kan verklaren van de variatie in het tijdstip waarop deze seizoensgebonden processen plaatsvinden tussen verschillende jaren. De Natuurkalender verwacht dat het groeiseizoen door verdere opwarming van het klimaat in de toekomst nog langer zal worden.