
Stronkmier
© Vroege Vogels
Een groene strook langs het spoor is misschien niet de eerste plek waar je bijzondere natuur verwacht op Landgoed Junne. Toch ziet ecoloog Mark Zekhuis hier, gewapend met een loepje, duizenden zeldzame dieren. Want voor stronkmieren en deuklipsatermieren is dit een ideaal biotoop.
Het stronkmierennest zit, zoals de naam al verraad, tegen de stronk van een boom. Een citroenachtige geur dringt de neuzen van Mark en natuurfilmer Marit binnen: mierenzuur! Dat spuiten de dieren uit ter verdediging van het nest.
Binnen Nederland is de stronkmier extreem zeldzaam. Ze komt enkel nog voor langs de Overijsselse Vecht, waar ze graag warme plekjes in de buurt van naaldbos opzoekt. Open plekken en bosranden zijn belangrijk voor deze bosmier. Op zulke plekken bouwen ze hun nest van dennennaalden en dunne dakjes, vaak in de buurt van een boomstobbe. Zoals op de beelden van Marit te zien is draagt elke mier een steentje bij door bouwmateriaal naar het nest te brengen.
Een paar meter verderop zit een nest van een andere zeldzame mier: de deuklipsatermier. “Deze is een stuk donkerder dan de stronkmier en op het achterhoofd zit een beetje een deuk, dat is echt een kenmerk” vertelt Mark terwijl hij door zijn loepje kijkt. De mier bouwt koepelvormige nesten en houdt van buntgras en natte heide. Daar zoeken de werksters naar voedsel, zoals spinnen en bladluizen. De gevarieerde vegetatie op Landgoed Junne – met stukjes heide en stukjes die juist kaal zijn – komt deze soort erg ten goede.