Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Dolf Jansen: Jeugdherinneringen

theme-icon
Klimaatverandering
Vandaag
leestijd 4 minuten
dolfjansencolumnfoto

Dolf Jansen

© Vroege Vogels

"Zou het zo kunnen zijn dat de meeste jeugdherinneringen die we hebben met de zomer te maken hebben", vraagt columnist Dolf Jansen. "Een simpele verklaring zou natuurlijk zijn dat we in de zomer – vroeger, lang voor de klimaatcrisis – vaak leuke dingen deden..."

Lees hieronder de gehele column:

Is er, geachte vroege luisteraar, ooit onderzoek gedaan naar het verband tussen de zomer en jeugdherinneringen. Ik bedoel: zou het zo kunnen zijn dat de meeste jeugdherinneringen die we hebben met de zomer te maken hebben, zich in de zomer afspelen? En dat we ons die herinneringen nog geregeld ehm herinneren, ook nu we allang niet meer jong zijn vraagteken.

Een simpele verklaring zou natuurlijk zijn dat we in de zomer – vroeger, lang voor de klimaatcrisis – vaak leuke dingen deden, dat het vaak mooi weer was, dat onze ouders net even wat meer tijd voor ons hadden. Ook al was dat maar twee of als je echt mazzel had drie weken.

Die verklaring kan kloppen, maar ik herinner me zo en zomaar even snel ook moois uit de herfst – mijn allereerste hardloopwedstrijdje, november 1979 -, de pogingen van mijn vader mij op natuurijs en Friese doorlopers de schaatssport bij te brengen op een veredelde sloot in Amsterdam-Watergraafsmeer – eind 1975 denk ik – en uit de lente – met mijn moeder de nog uitermate koude Noordzee in niet ver van Bakkum, begin mei 1973.

Op mij heeft de natuur altijd grote indruk gemaakt, en dan vooral in de jaren dat ik zelf de weg nog niet wist, de jaren dat ik zonder de rest van het gezin dat grote bos echt niet in durfde, de jaren dat mijn vader alles bepaalde, waar we heengingen die dag, waar hij de auto in de zon parkeerde zodat de auto in de schaduw stond als we in de namiddag terugkwamen, wat de route van die dag was. En ja, auto en zon en schaduw betekent inderdaad dat er toch vrij veel zomer door mijn herinneringen heen zit. De lange lange wandelingen die we maakten, bij Bakkum, Castricum, Egmond en Bergen, voordat we eindelijk het stuk strand bereikten dat door mijn vader’s official quality control heenkwam. Tussen heel rustig en volstrekt verlaten in. Er zijn in de jaren zeventig maar weinig mensen die ons felgele katoenen windscherm hebben aanschouwd, terwijl het echt heel fel en heel geel was, en het vele honderden malen is opgezet.

Wat ik heerlijk vond, nadat ik met mijn oudere broer een tijdje bij de zee had gescharreld, waarna hij aan een urenlang bouwproject begon, was een handdoek achter dat windscherm leggen, en kijken, turen, alles in me opnemen. Dat kon de zee zijn, de golven, de realisatie dat die golven er altijd waren, dat de vloed eraan kwam (nog ruim twee uur ‘komend water’ had mijn vader gezegd), en dat in de ruim zes uur daarna het weer gewoon ebbiger en ebbiger zou worden, en dat de zee, en alle oceanen daaraan vast, eigenlijk oneindig was. Er was altijd weer een volgend stuk, een volgende zee-arm, een andere naam. Zoals een cirkel oneindig is. En als ik ook nog over de diepte van die oceaan ging nadenken was ik extra blij dat ik veilig achter ons windscherm lag, en dat ik me elk moment in nieuwe avonturen van Hielke, Sietse en Gerben en de Kameleon kon verdiepen.

Soms keek ik juist naar de duinen, de duinpannetjes die me ook een gevoel van veiligheid konden geven, een plek om te schuilen, en naar het helmgras waarvan ik, dankzij mijn vader wist, dat de wortels tientallen meters de grond in konden gaan, omdat water soms schaars was in die zandgrond. En dat dat helmgras feitelijk de duinen weer beschermde, dus dat ik dat er nooit uit mocht trekken.

En soms keek ik omhoog, en dat was vooral omdat ik dan bij elke vogel waarvan ik zeker wist dat het géén meeuw was aan mijn vader kon vragen wat er overvloog, en waar ik die soort aan had kunnen herkennen. Als ik de vorige keer wat beter had opgelet.

Toen ik in juni op Terschelling was, om 14 keer een Oerolversie van mijn nieuwe voorstelling te spelen, waren er veel plekken waardoor ik aan mijn vader dacht, veel plekken waar hij zo graag zou zijn bij geweest. Het Bostheater, het strand bij Midsland, de duinpan voorbij Heartbreak Hotel, de waddendijk vlakbij West, het openluchttheater op het Oude Voetbalveld. Overal natuur om ons heen, overal de realisatie hoe mooi het is, en hoeveel van ons gevraagd wordt om dat allemaal te beschermen, in ere te houden. Mijn vader was geen activist, het lidmaatschap van Natuurmonumenten vond hij al heel wat, maar ik weet zeker dat we het in huidige tijden steeds meer eens zouden worden.

En dus mis ik hem, op allerlei momenten, deze zomer.

Prettige zondag!

Delen:

Reacties (0)

VroegeVogels

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

Gerelateerd

BNNVARA wij zijn voor