De West-Europese egel (
Erinaceus europaeus
) is een algemeen voorkomend zoogdier uit de familie der egels (Erinaceidae). De egel is een bekende verschijning in tuinen in West-Europa.
De lengte van een egel is ongeveer 22,5 tot 27,5 centimeter. Ze hebben een staartje van 15 tot 30 millimeter, en worden 12 tot 15 cm hoog. Het gewicht is tussen de 400 en 1200 gram. De rug van de egel is bedekt met ongeveer 6000 stekels van 2 tot 3 centimeter en bij bedreiging rolt de egel zich op tot een bal. Deze stekelige bal vormt een goede bescherming tegen natuurlijke vijanden zoals de vos, maar is kansloos tegen auto's. Hij wisselt zijn stekels zelden en onregelmatig, gemiddeld gaan stekels zo'n 18 maanden mee.
Zijn voesdel bestaat uit (naakt)slakken, wormen en insecten als mestkevers en rupsen. Ook eten ze spinnen, en een enkele keer grijpen ze een klein gewerveld dier als kikkers, hagedissen, jonge knaagdieren, vogeleieren en aas, of plantaardig voedsel als fruit en paddenstoelen.
Om verschillende redenen komen met name jonge egels terecht in opvangcentra. Indien een jong zijn ouders verloren is en nog niet in staat is voor zichzelf te zorgen bijvoorbeeld. Maar ook als het gewond is geraakt in het verkeer of in contact te komen met andere dieren. Bovendien kan een egel ziek zijn en hoesten.
Heeft u een egel gevonden die hulpbehoevend is? Neem dan contact op met het dichtsbijzijnde egelopvangcentrum.
Bekijk hier de adressenlijst> >