Na vele zomers van grote hitte waarin twee coniferen het loodje legden (niets meer van te zien) en het gras meer leek op een hooiveld (ook niets meer van te zien), hebben donder, bliksem en stortbuien zich meester gemaakt van mijn Franse zomer.
De sanering van coniferen en andere naaldbomen was terecht, die passen niet in dit klimaat. Alle verdorde andere groen inclusief onkruid is droogte gewend. Dat waren nog eens zomers: van lui onderuitzakken met een boek onder een boom.
2014 heeft een eigen meteorologisch programma. Het gras groeit hierdoor centimeters per maand, het onkruid idem. Drie weken geleden nog geen brandnetel gezien, nu staan ze een halve meter hoog. Toch heeft dit extreme weer z’n voordelen. In het vroege voorjaar plantte ik een vigne vierge bij de pergola, samen met klimroos Emera ‘La force du Fuchsia’. Twee pierige plantjes in een veels te grote gemetselde bak: geen gezicht. Ik liet ze achter met weinig hoop op de toekomst.
Het resultaat is verbluffend, dankzij het vochtige voorjaar en de natte start van de zomer. De vigne is omhoog geschoten op de voet gevolgd door de klimroos. En de groei zet door want meteo France voorspelt niet veel goed. Mijn buurvrouw Micheline is veel optimistischer: de winde voorspelt mooi weer. Als het bloemetje open staat gaat de zon schijnen, sluit het zachtroze bloemetje haar blaadjes dan komt er regen: le baromètre des pauvres. Zo heet hij hier. Mooie naam in tijde van schaarste.