Nederlandse boeren ontvangen jaarlijks 70 miljoen euro aan subsidies om de natuur te beheren. Ten onrechte, want het heeft nauwelijks effect, met name door de intensivering van de landbouw. Dat zeggen drie natuurhoogleraren deze week in Trouw. Onder hen de Wageningse hoogleraar agrarisch natuurbeheer Geert de Snoo. Volgens hem kan boeren natuurbeheer alleen succesvol zijn als minimaal 5% van het boerenland voor natuur wordt gebruikt.
Volgens de Snoo zou de overheid zich moeten richten op boeren die tussen de vijf en twintig procent natuurlijke elementen op hun land hebben. Maar dat gebeurt niet. Sterker nog, de intensieve landbouw groeit en daarmee verschraalt de natuur.
Dit najaar bepaalt Europa in haar nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en daarmee ook de verdeling van de boerensubsidies.
Geert de Snoo is sinds 2003 bijzonder hoogleraar aan Wageningen Universiteit op het gebied van Natuurbehoud op landbouwgrond. Sinds 2009 is hij hoogleraar aan de Universiteit Leiden op het gebied van Conservation Biology.