Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Bibi Dumon Tak: Schietverlangen

  •  
25-12-2016
  •  
leestijd 3 minuten
  •  
237 keer bekeken
  •  
bibi.jpg
Bij ons hingen ze vroeger in de schuur: ganzen, fazanten, hazen en patrijzen. Mijn stiefvader had een voorliefde voor wild. En als het jachtseizoen geopend was kreeg hij van allerlei jagers en boeren afgeschoten dieren aangeboden.
Ik weet nog dat ik eens in het donker mijn fiets binnenzette en het niet nodig vond licht te maken. Waarom? Ik kende dat schuurtje toch? Toen ik over de drempel heen stapte bleef er iets haken in mijn nek. Ik sloeg ernaar omdat ik dacht dat het de punt van de parasol was. Maar het was niet de punt van de parasol. Wat ik wegsloeg zwieptje terug in mijn gezicht. Het bleek de snavel van een leeglekkende fazant, die aan zijn poten was opgebonden.
Die vogel had een mooi leven gehad, werd mij even later in de keuken uitgelegd. Heel wat beter dan al die dieren in hun overvolle stallen. En toen de fazant een week later dampend op tafel stond had ik er allang vrede mee.
Een aantal jaren na die eerste wildervaring zag ik op een middag vijf witte schijfjes op het aanrecht liggen. Ik rook eraan, ik likte eraan, maar de plakjes in de vorm van een cake hadden geur noch smaak. Het bleek ons nieuwe vlees te zijn.
Het werd een heel experiment. Niemand van ons had ooit tofu gezien, laat staan geproefd. We vonden de smaak ervan verschrikkelijk. We zeiden: ‘Dit nooit meer. We sterven nog liever van de honger, dan dat we plastic moeten eten.’
Er volgde desondanks een overgangsperiode. Een periode waarin we vleesverlaters werden. Een vleesverlater ondervindt nog wel het verlangen naar vlees, maar wil het niet meer eten vanwege het dier dat ervoor gedood moet worden.
Inmiddels ben ik al vijfentwintig jaar vleesverlater. Inderdaad, geen vegetariër maar vleesverlater, omdat ik het verlangen naar vlees altijd heb gehouden. Al raak ik het niet meer aan. Ik kan kwijlen bij het ruiken van een rookworst, en ik kijk jaloers naar het belendende tafeltje bij de Italiaan wanneer er daar een pizza met salami wordt opgediend. Of lekkerder nog, tonijn.
In die kwart eeuw is er in restaurants nog altijd geen vooruitgang geboekt. Vlees en vis blijven het hoogtepunt van iedere menukaart. En terwijl er door mijn thuiskokkie iedere avond vegetarische sterrenmaaltijden op tafel worden gezet, bakt een professionele kok er nog altijd niets van. Iets beters dan pasta met een treurige tomatensaus, of een salade met geitenkaas weet hij niet te verzinnen. Altijd diezelfde ongeïnspireerde gerechten op de kaart waarvan je bij de gedachte alleen al het te moeten eten spontaan een maagband om het einde van je slokdarm voelt groeien.
Waarom worden er bij mosselen wel tien lekkere sausjes opgediend, en waarom kan dat met groenten opeens niet? En waarom ligt een stuk vis of vlees altijd gezellig tussen de feestelijk gebakken aardappeltjes, met mayonaise in een apart bakje erbij, maar moet je het als vegetariër of vleesverlater met rijst en doodgewokte groenten doen? Of met een ijskoude ceasarsalade waarbij even vergeten wordt dat de eeuwige erbij geserveerde ansjovis geen plantje is maar een visje dat ooit door onze wateren zwom.
Niet lang geleden hadden wij er genoeg van, mijn thuiskokkie en ik. We zaten in een café en we hadden zin in kipsaté met atjar en friet en seroendeng, en niet in de zoveelste portie doorgekookte risotto met maagverkleinende champignons. Mijn kokkie is toen naar de supermarkt op de hoek gelopen en heeft daar een pakje vegetarische kip gekocht. Vervolgens plaatsten we onze bestelling en gaven de serveerster ons nepvlees mee. De cafékok vond het goed en toen het gerecht werd geserveerd was er geen verschil te zien of zelfs maar te proeven.
Nu het jachtseizoen weer is geopend. Nu het buiten ganzen en fazanten regent, denk ik steeds maar: zullen we in plaats van naar een supermarkt, nu eens naar de speelgoedwinkel lopen, en daar een paar hazen kopen, een paar fazanten, patrijzen en zwijntjes van pluche, en die neerzetten in het veld. Dat we die jagers een handje helpen om hen jachtverlaters te laten worden. Hun schietverlangen wordt dan nog wél bevredigd, maar er hoeft geen dier meer voor te sterven.
Gisteravond was onze ganglamp kapot. Ik voelde iets prikken in mijn nek. Ik dacht toen opeens weer aan die arme fazant. En aan hoe snel de tijd gaat. En hoe langzaam er oplossingen komen.
Ook bij mij. De prik die ik in mijn nek voelde werd veroorzaakt door een prijskaartje, het prijskaartje van mijn nieuwe leren jasje.
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.