
Atalanta en dagpauwoog
© Fotograaf mariodeheer
Van 10 tot en met 12 juli vond de achttiende editie van de Tuinvlindertelling plaats. In totaal werden tijdens elfduizend tellingen zo’n 108.000 vlinders geregistreerd, wat neerkomt op gemiddeld bijna tien vlinders per telling. De atalanta was de meest getelde vlinder, gevolgd door het klein koolwitje en de dagpauwoog. Opvallend was het hoge aantal waarnemingen van kolibrievlinders, koninginnenpages en kleine parelmoervlinders.
Bij de jaarlijkse tuinvlindertelling zijn gemiddeld tien vlinders per tuin gezien, zegt projectleider Kars Veling van de Vlinderstichting. Dat is een lichte stijging ten opzichte van de voorgaande jaren, maar een duidelijke daling op de langere termijn. Er werden ongeveer 11.000 tellingen gedaan. De afgelopen jaren lag het gemiddelde resultaat van de driedaagse telling op negen vlinders. De lichte stijging dit jaar komt volgens Veling waarschijnlijk door het mooie weer, waardoor planten er goed bijstaan.
Maar op de lange termijn gezien is het volgens Veling "nog geen juichen". Tijdens de eerste jaren van de telling, die in 2009 begon, werden er nog zestien vlinders per tuin gezien. De daling ten opzichte van eerdere jaren, die ook bij een landelijke telling van het CBS te zien is, komt volgens Veling door factoren als stikstofvervuiling, klimaatverandering, verdroging en het gebruik van insecticiden.
Bron: ANP en Nature Today
Thema's:
Meer over:
tuinvlindertelling