Akkerplanten doen het goed op begraafplaatsen. Niet zo gek, want akkers en begraafplaatsen worden op een vergelijkbare manier beheerd, namelijk een paar keer per jaar omgeploegd dan wel geschoffeld. Alleen een akkerplant houdt zich dan staande.
Om te overleven op een plek die om de paar maanden wordt omgeploegd, hebben traditionele akkerplanten als
klaproos
,
kamille
en
kandelaartje
een speciale tactiek: ze bloeien het hele jaar en zetten het hele jaar zaad, zodat hun nageslacht altijd is veiliggesteld. Maar deze strategie heeft deze planten de laatste jaren niet kunnen helpen: door te diep ploegen (waardoor zaden te weinig licht krijgen om te ontkiemen), en het gebruik van pesticiden en te veel mest zijn ze in hun oorspronkelijke habitat de afgelopen jaren met 75 tot zelfs 100% achteruitgegaan.
Toevluchtsoord
De jonge bioloog Niels Eimers ontdekte dat de akkerplanten een toevluchtsoord op begraafplaatsen hebben gevonden. Daar wordt continu geschoffeld, en de meeste planten kunnen daar niet tegen. En door het ontbreken van concurrentie kunnen de akkerplanten hier tot bloei komen. Inmiddels komen er op begraafplaatsen nu bijna meer akkerplanten voor dan op akkers zelf.
Exoten in een pot
Niels ontdekte nog meer bijzondere soorten op de dodenakkers. Zo is er het mosbloempje, dat eigenlijk alleen op begraafplaatsen groeit omdat het zich uitsluitend kan vermeerderen dankzij schoffelen. En dan zijn er de exoten als vreemde ereprijs, Aziatische veldkers en slaapkamergeluk. Dergelijke plantjes zitten als zaden in de aarde van de potplanten die mensen rondom de graven zetten, en ze voelen zich prima thuis tussen de grafzerken.
Niels heeft tientallen begraafplaatsen rondom Nijmegen geïnventariseerd; de rest van Nederland moet nog geïnventariseerd worden. Een mooie kans voor floristen om nieuwe soorten te ontdekken!