Deze groep aalscholvers is aan het strijden om dezelfde vette vis. Shirley Douwstra-Notmeijer schrijft: "Volgens mij is de vis een scholletje of zoiets, eerder gevangen op zee. Dit filmpje heb ik opgenomen in een Duinmeer in het Noordhollands duingebied en daar is zoet water, waar deze vissoort dus niet voor komt." Maar het zou ook een bot kunnen zijn. Die platvissoort komt als enige in zoet water voor.
Op het menu van de aalscholver staat voornamelijk vis. Ze jagen vooral op vissen die het meest beschikbaar zijn en voor de mens commercieel minder interessant zijn. Dit zijn soorten als pos, baars, blankvoorn en spiering. De vogel heeft een gehaakte snavel en tussen de tenen zitten zwemvliezen. Hiermee kunnen ze goed onder water jagen.
Als een aalscholver weer boven water komt zal die z'n vleugels moeten drogen. Ze hebben namelijk geen waterdichte vetlaag zoals veel andere watervogels dat wel hebben. Je ziet ze dan hoog in bomen of op palen zitten met hun vleugels gespreid. Dit drogen duurt een tot meerdere uren na de duik, afhankelijk van de wind en de temperatuur.
Aalscholvers zijn echte watervogels. Naast dat ze hun voedsel in het water zoeken, broeden ze vrijwel altijd in de buurt van zoet of zout water. Dit doen ze in grote groepen of 'kolonies'. Zo'n kolonie kan uit tientallen tot honderden broedparen bestaan! Ze broeden vaak hoog in de bomen, maar ze kunnen dit ook op de grond doen als er bijvoorbeeld geen roofdieren op een eiland zijn. De broedperiode kan vroeg beginnen, soms al in eind januari. Toch worden de meeste jongen geboren in april tot en met juni.
Bron: Vogelbescherming
Thema's:
Meer over:
aalscholver