Het oppervlak aan graslanden waarop weidevogels worden beschermd, is in 2006 met meer dan twintigduizend hectare toegenomen. Verder was het vooral voor de grutto een goed jaar, blijkt uit het jaarverslag van Landschapsbeheer Nederland. Volgens de onderzoekers komt dit door het koude weer in maart en april, gevolgd door een late natte periode, waardoor boeren pas laat hun weides maaiden. Deze omstandigheden bleken voor de kievit echter minder ideaal.
De resultaten van onderzoek in 2006 laten zien dat het eindelijk weer eens een jaar was waarin in een groot deel van de mozaiekgebieden veel jonge grutto's vliegvlug konden worden. Dat is volgens Landschapsbeheer Nederland vooral te danken aan weersomstandigheden: eerst koud weer in maart en april waardoor de grasgroei werd vertraagd en daarna regenachtig weer in de tweede helft van mei waardoor het maaien veelal beduidend later plaatsvond dan in andere jaren.
Bovendien bleken de boeren in de mozaiekgebieden bereid voor eenzelfde oppervlakte eenjarige contracten tot in juni uitgesteld maaien af te sluiten als reeds aanwezig was door middel van zesjarige SAN-contracten. Het koude en vooral ook droge weer in maart en april zorgde er echter ook voor dat 2006 een slecht jaar was voor de kievit. Ook bij de grutto zijn waarnemingen gedaan dat een deel van de broedparen niet tot broeden is gekomen vanwege het droge weer en mogelijk tekort aan regenwormen.
Het jaarverslag laat verder zien dat in 2006 weidevogelbescherming en -beheer in Nederland plaatsvindt op een oppervlakte van 416.000 ha. Dat omvat 369.000 ha nestbescherming (waarvan 117.000 ha nestbescherming binnen gebieden met collectieve SAN-contracten en 249.000 ha erbuiten), 27.000 ha met contracten uitgesteld maaien en 18.000 ha weidevogelreservaat. Alles bij elkaar opgeteld is de omvang in hectares circa 21.000 ha meer dan in 2005.
Bij het zoeken en beschermen van weidevogellegsels op de 369.000 ha met nestbescherming zijn minimaal 15.000 boeren en 12.000 vrijwilligers en nazorgers betrokken. Zij vonden in 2006 circa 156.000 legsels waarvan ruim 85.000 kievitlegsels en 21.500 gruttolegsels. Het uitkomstresultaat is 75 procent (hoogste sinds 1996) en 2 procent hoger dan in 2005. Dat komt vooral door minder verliezen als gevolg van opeten van eieren door vos, zwarte kraai en andere predatoren van weidevogellegsels.
De kosten van weidevogelbeheer en (coördinatie van) weidevogelbescherming in 2006 bedragen ruim 27 miljoen euro. Hiervan is ruim 21 miljoen besteed aan SAN-contracten: nestbescherming (bijna 9 miljoen), uitgesteld maaien (bijna 10 miljoen), uitrijden ruige mest (ruim 1,5 miljoen) en overige contracten zoals plasdras (bijna 0,9 miljoen). Daarnaast is ruim 3 miljoen besteed aan SN-contracten en Staatsbosbeheerkosten voor weidevogelreservaten, ruim 0,6 miljoen vanuit provincies aan speciale beheercontracten en -experimenten en nog eens ruim 0,6 miljoen aan coördinatie van nestbescherming.