
In de autobiografische film Romería vertelt regisseur Carla Simón over een meisje wier ouders overleden aan aids. ‘Door wat ik heb meegemaakt, ben ik geworden wie ik ben.’
Dat ze als achttienjarige wat volwassener is, komt misschien door haar geschiedenis.’ Regisseur Carla Simón zegt het behoedzaam. Haar film Romería (‘Pelgrimstocht’) over een meisje dat op jonge leeftijd haar beide ouders heeft verloren aan de gevolgen van aids, vertelt ook haar eigen geschiedenis. Simón was nog geen vier toen haar vader overleed en zes toen ook haar moeder stierf. Haar ouders waren verslaafd aan -heroïne en raakten besmet met hiv.
In 2017 debuteerde de Spaanse regisseur met het fraaie Summer 1993, waarin ze al een deel van het verhaal van haar jeugd vertelt, maar dan vanuit het perspectief van een zesjarig kind dat na het overlijden van haar ouders in een pleeggezin komt wonen. Het beeld van de stuurs en verdrietig kijkende Frida blijft je nog lang bij na afloop, net als de manier waarop de film invoelbaar maakt dat een getraumatiseerd kind ook gewoon een kind is, met streken bovendien, dat haar plek probeert te vinden en op te eisen in een nieuwe omgeving, met een nieuwe vader en moeder en een zusje tot wie ze zich moet verhouden.
Van de Franse regisseur Jean Renoir is de beroemde uitspraak dat een filmmaker in zijn leven eigenlijk maar één verhaal vertelt, dat hij daarna in stukken breekt en in verschillende films steeds opnieuw maakt. De drie speelfilms die Simón tot nu toe maakte, hebben in elk geval een gemene deler: ze gaan over haar familiegeschiedenis. In Summer 1993 draait het vooral om haar moeders kant van de familie, in haar tweede film Alcarràs (2022) onderzoekt ze de familie van haar pleegouders, afkomstig uit een geslacht dat al generaties lang perziken teelt en nu moet zien te overleven terwijl het runnen van een boerenbedrijf steeds meer werken tegen de klippen op is. In Romería onderzoekt ze haar vaders kant: een familie uit de hogere, gegoede middenklasse, waarbij vooral de ouders de ziekte van hun zoon en zijn overlijden niet goed konden verkroppen. De schaamte, het stigma, het weg willen kijken, het wegmaken voor de buurt zelfs, door hem in de laatste fase van zijn leven te verplegen in een kamer zonder ramen. Simón kende de familie van haar vader lange tijd niet. Ze weet nog dat, toen haar pleegmoeder voor het eerst contact met hen had – Simón was toen twaalf – haar oma vroeg of ze ‘oké’ was – met andere woorden, of ze geen aids had.
In de film laat ze de achttienjarige Marina (mooi gespeeld door Llúcia Garcia) in de zomervakantie op bezoek gaan bij de familie in Vigo, de grote kustplaats in Galicië. We ontmoeten haar op de veerboot. Op dat moment zou de film ook een coming-of-ageverhaalkunnen zijn, over een meisje dat alleen op Interrail is, in de zomer van dat jaar. Maar op de wal staan twee mensen haar op te wachten. Het zijn een oom en tante met wie ze al contact heeft gehad en die haar begeleiden bij de ontmoetingen met de rest van de familie. Dat loopt wat stroever. Vooral de grootouders willen eigenlijk niets van haar weten. Marina heeft een dubbele missie: ze wil niet alleen de familie van haar vader leren kennen – en daarmee meer over hem te weten komen – ze heeft ook haar officiële geboorteakte nodig, ondertekend door haar grootvader en een notaris, want alleen dan kan ze een toelage krijgen voor de studie aan de filmacademie die ze wil gaan doen.
Het lijkt alsof alles autobiografisch is, maar dat is niet zo, vertelt Simón. ‘Zo’n reis heb ik als achttienjarige niet gemaakt. En ik heb mijn grootouders zelf voor het eerst ontmoet toen ik zeventien was, in Barcelona. Later heb ik de rest van de familie leren kennen in Galicië. Ik heb in Romería veel moeten invullen, omdat ik niet wist hoe het zat. Een paar dingen kloppen wel. Ze waren welgesteld en de manier waarop ze met de herinnering aan mijn vader omgingen, lijkt op hoe ik het in de film vertel. Mijn opa en oma waren al overleden toen ik aan de film begon, dus dat gaf veel vrijheid. Maar voor veel van mijn ooms en tantes was het nog steeds moeilijk om over hem te praten. Wat dat betreft is er met deze film ook iets opengebroken: door het verhaal opnieuw te vertellen, is er meer vrede gekomen rond hun broer en oom. Dat is goed geweest.’
Lees verder in VARAgids 13. Vanaf dinsdag 24 maart 2026 in de app, op de mat en in de winkel. Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week.
Speciaal voor abonnees: voorpremière van de bioscoopfilm Romería op zondag 5 april 2026 in Utrecht en Delft. Reserveer uw ticket vanaf donderdag 26 maart om 10.00 uur op bnnvara.nl/tickets.
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief