
© Lin Woldendorp
De presentator kiest zijn vrienden met precisie uit: ‘Ik denk niet in termen van goed en slecht, maar in termen van schadelijk en niet schadelijk.’
Je kijkt bedrukt. Is jouw beeld van mij zwaar?
O, zo. Nou, ik heb veel leuke excessen in mijn leven en ook dingen die ik lastiger vind, maar ik heb het niet zwaarder dan iemand anders. Dat is misschien een correct antwoord, maar wel het juiste.
Ik had vorig jaar een reünie van mijn middelbare school, we zaten met veertien mensen aan tafel. De een was arts, de een ander woonde net weer bij zijn ouders, eentje werkte niet – heel verschillende levens dus. Maar toen we een rondje deden met welk cijfer we ons leven gaven, kwamen we allemaal uit rond de 7,5. Prima dus. Het is prima om mij te zijn, schrijft dat maar op. Of vind je het jammer als ik dat zeg? Wil je liever een harde quote?
Dat zeggen meer mensen, maar het is ook een heel optimistisch programma.
Ik snap wat je bedoelt en ja, zo’n programma maken heeft een kostprijs, namelijk dat je ook als maker moet dealen met de dood. Natuurlijk heeft dat impact, maar als je je daarvan bewust bent, kun je het inpassen.
Ik drink niet meer, ik sport en ga op tijd naar bed. Dat zijn geen grote offers, maar ik wil mentaal fit zijn omdat ik dat ben verschuldigd aan de mensen die ik interview. Daarnaast check ik elk jaar bij mezelf of ik nog de juiste man op de juiste plaats ben. Kan ik bieden wat zij nodig hebben? Zijn mijn luisterend oor en nieuwsgierigheid nog oprecht? Is het voor mij emotioneel haalbaar? Daar denk ik veel over na, want ik kan de mensen die ik volg op geen enkele manier belasten met iets wat bij mij speelt. Ik ben geen robot, ik heb echt ook zitten huilen aan een sterfbed, maar ik moet in balans zijn.
'Ik wil mentaal fit zijn omdat ik dat ben verschuldigd aan de mensen die ik interview.'
Dat speelt zeker mee. Er wordt me weleens gevraagd waarom iemand mee zou willen werken aan het programma. Maar weten dat je doodgaat zet je leven op scherp. Helemaal op die leeftijd wil je laten zien wat de essentie is.
We voeren gesprekken die een paar lagen onder de oppervlakte gaan en inderdaad vanuit een andere basis. Het kan zijn dat ik met hen ergens kom waar ze niet of moeilijker over kunnen praten met hun familie, omdat de verhoudingen anders liggen. Ik hoor weleens terug dat dat voor hen wat oplevert en dat is nogal een eer. En voor mij levensveranderend. Ik ben in 2018 uit interesse begonnen met dit programma – en dat is zo gebleven. Want als je het hebt over de essentie van het bestaan, dan heeft elke vraag die je stelt een lading. Dat maakt het interviewen zo mateloos fascinerend. Elke keer als ik ze gesproken heb, denk ik: dit is het. Áls je dan een verhaal kan vertellen, dan is dit wat er verteld moet worden. Zodra ik dat gevoel niet meer heb, moet ik stoppen – om even terug te komen op dat toetsmoment bij mezelf.
Werk kan een fundamenteel onderdeel zijn van je bestaan en eigenwaarde. Het is bijvoorbeeld voor veel mensen een moeilijk moment als ze zich moeten laten afkeuren. Doe ik nog wel mee? – dat gevoel.
Niet meer. Maar het is voor mij wel heel belangrijk. Ik heb een waanzinnige baan en probeer er ook iets zinnigs mee te doen. Tegelijkertijd kan ik mijn werk ook in perspectief plaatsen. Ik ben geen arts of zo.
De vraag is óf het niet meer bovenaan staat. Twijfelend: Dat weet ik niet. Ik weet wel dat het de eerste vijftien jaar een te grote kostprijs had. Je werk kan ook je persoonlijkheid worden, om welke reden dan ook.
Omdat het leuk is, omdat het lukt, geldingsdrang, ijdelheid, interesse, nieuwsgierigheid, een combinatie van alles. Dat zal het bij mij ook zijn.
Nee, dat is BOOS. Maar het is een jas die ik acht jaar geleden heb aangetrokken en niet meer heb uitgedaan. Ik hang ’m ook nooit in de kast. Klinkt dat warrig? Snap je die analogie?
Precies. Ik weet ook niet meer hoe het is zonder dat programma. Het is zo ingrijpend en echt, zo gestript van alle onzin. Misschien is het een weeffout in onze maatschappij dat de essentie pas komt bovendrijven als het einde nadert.
‘Hoger’ is arbitrair, maar ik zoek continu de uitdaging, als dat je vraag is.
Voor mij voelt dat meer als inhoudelijker.
Jij zegt: ‘Moet het steeds een treetje hoger?’ Zo heb ik het in ieder geval niet ervaren in de afgelopen jaren, omdat ik vrij consistent BOOS en Over mijn lijk maak. Daarbinnen probeer ik te verfijnen. Bij BOOS zijn de verhalen die we maken groter, zwaarder en misschien ook relevanter geworden en daarnaast probeer ik me ook te ontwikkelen als regisseur. Voor Over mijn lijk geldt: hoe makkelijker ik interview, hoe meer comfort ik de geïnterviewde kan bieden. Daar probeer ik dus te finetunen. De ambities die ik daarnaast nog heb, zie ik meer als iets zijwaarts dan iets hogers. (Peinzend) Ik heb mijn werk lang als een wedstrijd gezien: ik wil winnen, maar eigenlijk vervult het nooit.
Lees verder in VARAgids 16. Vanaf dinsdag 14 april 2026 in de app, op de mat en in de winkel. Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week.
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief