
© ANP
De Studio sport-hoofdredacteur Xander van der Wulp over het WK, de Avondetappe, het schaatsen en andere bedreigingen voor ‘zijn’ Studio sport.
Na ruim dertig jaar in dienst bij de NOS kent het hoofdgebouw van de omroep in Hilversum voor Xander van der Wulp (51) weinig geheimen meer. Ja, hij is een relatieve nieuwkomer op de sportredactie, de plek waar hij in april van vorig jaar begon als hoofdredacteur van NOS Sport, maar ook daar kent hij de weg. ‘Dit is het oude kantoor van mijn vader,’ zegt hij als hij zijn werkruimte binnenstapt. Gerard van der Wulp, inmiddels 76 jaar oud, was hoofdredacteur van het Journaal toen de zeventienjarige Xander op de redactie begon als autocue-draaier en regie-assistent. Op een ladekast staat een foto van vader en zoon.
Tot vorig jaar was Van der Wulp zeventien jaar lang politiek duider in Den Haag. Een zogeheten 24/7-baan; altijd moest hij paraat staan en vrijwel dagelijks was hij te zien in het Achtuurjournaal. Toch heeft hij het nu drukker, zegt Van der Wulp, uiterlijk de kalmte zelve. De agenda in zijn telefoon staat vol groene blokken, een aaneenschakeling van vergaderingen, met redactiechefs, sportbonden en zo nu en dan een politicus.
Eerder op de middag is de sportredactie bijgepraat over de risico’s van het afreizen naar de Verenigde Staten, waar het aanstaande WK voetbal grotendeels zal plaatsvinden. De commentatoren, verslaggevers en andere medewerkers die naar het toernooi gaan, krijgen uit voorzorg ‘blanco’ laptops mee, zoals gebeurt met correspondenten in landen als Rusland en China, en worden verzocht hun sociale media, zo nodig, op te schonen.
Voor Van der Wulp is het WK de grootste onderneming sinds zijn aantreden als hoofdredacteur. Het zorgde voor de nodige hoofdbrekens. De omvang van het toernooi (voor het eerst nemen 48 landen deel) en de kosten die daarbij komen kijken, noopten hem tot het nemen van impopulaire besluiten, in een tijd dat NOS Sport, door bezuinigingen bij de NPO, de broekriem toch al stevig moet aantrekken.
Ongeveer 60 procent, en toen deden we ook al dingen vanuit Nederland. We hebben echt flink moeten afschalen, vooral vanwege de extreem hoge prijzen in de VS. Daarbij is het verder weg en dus duurder om er te komen. Per medewerker rekenen we 2200 dollar voor een retourvlucht, en 450 dollar per hotelovernachting. In de speelsteden zijn de prijzen enorm opgedreven.
De presentatie en analyse vinden in Nederland plaats. We hebben onze afvaardiging beperkt gehouden tot vier commentatoren (Jan Roelfs, Jeroen Elshoff, Jeroen Grueter en Arman Avsaroglu, red.), vijf verslaggevers en twintig technische mensen. We gaan het commentaar bij veel wedstrijden vanuit Hilversum doen. Journalistiek zitten daar wat nadelen aan, want je bent afhankelijk van wat de camera van de organisator ziet. Je kunt niet even over je scherm naar het veld kijken.
Voor hen was dit natuurlijk niet leuk. Vanaf 1986 heeft de NOS alle WK-wedstrijden vanuit de stadions van commentaar voorzien. Maar dit WK is van zo’n grote omvang, met in totaal 104 wedstrijden, dat het dit keer niet anders kon. Natuurlijk baalde iedereen, maar er was ook begrip.
Dat vinden wij natuurlijk heel erg wennen. En het is niet iets dat we heel graag willen. De drinkpauzes zijn drie minuten, en in overleg met de STER en de NPO hebben we besloten om daarvan anderhalve minuut reclame uit te gaan zenden. In de resterende anderhalve minuut laten we zien wat er in de tussentijd op het veld is gebeurd. De kijker zal er ook aan moeten wennen, en het kan vreemd aanvoelen dat de publieke omroep hier de eerste stap in zet. Tegelijkertijd is het zo dat we veel geld voor de uitzendrechten hebben betaald, en op deze manier zorgen we dat ook het bedrijfsleven daaraan mee betaalt en niet alle kosten voor de belastingbetaler zijn. Het is soms een ingewikkelde positie waarin we ons begeven: we zijn een publieke omroep op een commerciële markt. Af en toe moeten we iets doen om wat terug te verdienen.
Ik vind dat eigenlijk alleen maar fijn. Vanuit de politiek klinkt op het gebied van sport de roep om publiek-private samenwerking tussen de publieke omroep en commerciële stations, maar de kern van zo’n groot evenement moet tegelijk voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk blijven. We zien dit als een soort proef; hoe werkt dit nou? Concurrentie van SBS hebben we toch wel, ik denk dat het niet veel uitmaakt als De Oranjezomer of Vandaag inside ook de samenvattingen hebben. Het kan de beleving rond het toernooi zelfs verbreden, en wie het dan live wil volgen, moet bij ons zijn.’
Lees verder in VARAgids 24. Vanaf dinsdag 9 juni 2026 in de app, op de mat en in de winkel. Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week.
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief