
© Daelorian
Hij doet vanalles – schrijven, fotograferen, presenteren – maar zijn hart ligt bij acteren. In gesprek met Stijn de Vries, die in New York een Summerschool volgt. ‘Aan Hamlet brand ik mijn vingers nog niet.’
‘Dit is geen screensaver,’ zegt Stijn de Vries. ‘Dit is écht New York.’ Donderdagmiddag, klokslag 16.00, videobelt De Vries vanuit New York waar hij deze zomer verblijft. Het is er zes uur eerder, 10.00 uur ’s ochtends en een drukte van belang. Hij belt vanuit een café. Achter hem rijden de gele taxi’s voorbij. Aan de overkant van de brede straat rijst een New Yorks appartementencomplex op; pakhuisstijl met brandtrappen, zoals we ze honderden keren hebben gezien in films en series. Het café bevindt zich op Broadway, waar zijn opleiding zit.
De Vries is (opgeleid als) journalist, maar hij is ook fotograaf, presentator, schrijver van een roman (de tweede is onderweg) en deelnemer aan allerhande tv-programma’s, waaronder Wie is de Mol? (waarin hij de Mol was). En hij acteert. Het is de reden voor zijn verblijf in New York. Hij doet er een Summerschool bij de Stella Adler Studio of Acting, ‘een totale onderdompeling van tweeënhalve maand,’ noemt hij het. ‘Tot nu toe acteerde ik vooral op gevoel, op intuïtie. Ik wilde een fundament, dat je, wanneer je een keer niet je dag hebt, technisch zo onderlegd bent dat je weet waar je het vandaan kunt halen. Ik heb zoveel respect voor dit vak. Het is wat ik de komende decennia het liefst wil doen.’
Ik ben er een paar keer eerder geweest, maar het is wel de eerste keer als niet-toerist. Ik woon in Chelsea, in een kamer, een dorm heet dat hier, amper groter dan een cel. Buiten dat ik iedere dag naar school ga, ga ik zoveel mogelijk op in het leven hier. Net als heel veel New Yorkers begint mijn dag in de gym, en ’s avonds ga ik uit naar clubs, het theater of de film. Ben jij hier wel eens geweest?
Die zie je nog steeds heel veel. Mensen hebben hier of overgewicht, of ze zijn afgetraind en hebben een sixpack. Het blijft absurd hoeveel fastfood er nog altijd is en hoe goedkoop dat is: voor een dollar vijftig heb je een hamburger, als je iets gezonds wilt, betaal je het tienvoudige.
Toen ik werd gevraagd, vroeg ik me echt af hoe ze ooit acht afleveringen over vintage wilden maken. Maar er is erg goed over nagedacht. Niet alleen door Carice – zij kan zo goed presenteren – maar ook door de redactie. Het is slim bedacht om er een competitie van te maken met de gekste opdrachten en een vileine afvalrace.
Ik wist het echt niet.
Goed gezien. Kom op man, dacht ik, ga jij mij nou in je witte T-shirt vertellen wat ik verkeerd doe? Gelukkig hield ik mijn mond en onderging lijdzaam zijn pittige kritiek. Ik heb hem hoog zitten en hij had gelijk, het was niet mijn beste outfit.
Als je een carrière als acteur wilt, moet je daar echt voor kiezen. Ik moet nu voor de opleiding een monoloog uit Shakespeare uit mijn hoofd leren en dat kun je niet doen als je overdag staat te fotograferen of een presentatieklus hebt. Ik wil hier echt vol mee bezig. Ik heb al veel doelen behaald, dit zie ik als bonus. Alles is nieuw en intens.
Eigenlijk is het 't oudste. Mijn oudste wens. Als zesjarige dartelde ik in prinsessenjurken door het huis en gaf ik performances. Toen ik twaalf was en The hunger games zag, wist ik: dit wil ik. Op mijn vijftiende deed ik auditie voor een Carry Slee-film. Ik was een beetje mollig toen, had acne en lang haar. Ik werd niet gekozen. Ik woonde in Almelo en daar had je geen theatercursussen of -opleidingen en dat je naar de toneelschool kon, stond toen nog ver van me af. Ik heb een hele omweg gemaakt en sta nu op de rand van waar ik in wil springen.
'Toen ik twaalf was en The hunger games zag, wist ik: dit wil ik'
Hmm. Ik zit best slecht in mijn herinneringen. Ik denk een BBQ in de tuin, die in mijn herinnering heel groot was, zoals alles vanuit het perspectief van een kind. Mijn jongste zusje was nog piep, ik denk nog geen één. Ik was vier en mijn oudste zus zes. Ik at heel veel komkommer met knoflooksaus. Niet heel spectaculair hè?
Ik heb twee nare herinneringen aan gebeurtenissen die niet zo lang na elkaar plaatsvonden. Het overlijden van mijn Friese opa en dan vooral dat ik hem per ongeluk opgebaard zag liggen waarvan ik echt heel erg schrok. En, ongeveer in dezelfde tijd, het overlijden van mijn beste vriendje bij een auto-ongeluk. Ik was een jaar of zes of zeven denk ik. Het was in de zomervakantie voor ik naar groep 5 zou gaan. Ik weet nog dat mijn moeder op een ochtend onder aan de trap stond toen ik uit bed kwam en dat ze het vertelde. Ze waren met het gezin op vakantie en ze zijn met hun auto in het ravijn gereden. Zijn vader was ook overleden. Zijn moeder en zijn zusjes hadden het overleefd. Ik was nog heel jong en ik weet niet meer zo goed hoe ik de rouw heb ervaren, maar wel dat ik later nog een keer langs zijn huis fietste en zo hard moest huilen.
Rik heette hij. De vriendschap begon in groep 3 en toen kwam hij niet meer terug. Aan de herinnering aan mijn opa heb ik een angst voor dode lichamen overgehouden en sinds de dood van Rik ben ik bang voor hoogtes en afgronden.
Ik wilde eigenlijk zeggen: uit de kast komen. Maar dat was het eigenlijk vooral voor mijn familie, want het duurde nog even voordat echt iedereen het wist. Ik was zeventien toen ik aan mijn ouders en zussen vertelde dat ik op jongens viel. Maar het echte keerpunt was mijn toelating tot de School voor Journalistiek in Utrecht. Ik weet nog dat ik samen met mijn moeder in de auto zat toen ik de mail kreeg dat ik was aangenomen. Ik moest huilen van geluk. OMG, nu kon mijn leven beginnen. Echt beginnen. Eindelijk.