Logo VARAgids
VARAgids brengt verdieping bij tv en media

Sonja Barend (1940-2026) ‘Ik heb dat gelukte verleden’

12-04-2026
leestijd 8 minuten
47733 keer bekeken
Dossier 137

© Sacha de Boer / ANP

Ook nadat Sonja Barend was gestopt met haar tv-werk, bleef ze zich scherp uitspreken over de wereld om haar heen. Afgelopen zaterdag overleed ze.

Vroeg haar niet wat ze de hele dag deed, nadat haar tv-carrière was gestopt. ‘Oh god, dat is echt de allerergste vraag die je me kunt stellen. Ik doe wat ik vroeger ook altijd deed, alleen maak ik geen programma’s meer,’ zei ze desgevraagd aan de vooravond van haar tachtigste verjaardag. Ze lééfde; dat kon ook uitstekend zonder tv-camera erbij.

Dat stoppen met tv was een bewuste keuze, hoewel ze lang had gedacht tot haar dood door te gaan. ‘Ik vond het de leukste manier om het leven in te richten,’ zei ze achteraf. Maar ze vond ook: ik moet weg voordat iemand anders het zegt. Leeftijd speelde daarbij geen rol. ‘Waarom zou iedereen op televisie jong moeten zijn? Je moet je werk goed doen. Naarmate je ouder wordt en het leven er filnk overheen is gegaan, word je beter in dit vak. Je kunt meer aan iemand gezicht aflezen, je voelt meer aan.’

Het einde van haar tv-carrière betekende niet: rustig oud worden. Een gesprek met Sonja Barend was nooit saai. Ook niet toen ze de tachtig jaar aantikte, of daarna. ‘Er moet nog leven in de oude kat zitten,’ vond ze. ‘Ik wil wel 120 worden, en zolang je niet in de spiegel kijkt, heb je helemaal niet het idee dat je oud bent.’

Sonja Barend stopte met tv-maken in 2006, met een achtdelige talkshow Sonja – en morgen gezond weer op!, over de geschiedenis van tv. Nog één keer maakte ze in 2011 een Sonja op zaterdag, naar aanleiding van de uitreiking van de derde Sonja Barend Award, Twan Huys won. ‘Ik was bang dat het zou mislukken, dat ik het einde van mijn carrière zou verpesten,’ zei ze jaren later over die uitzending. Maar de reacties op de uitzending waren lovend; Sonja moest terug op tv komen. Er kwam een twitteractie en in De wereld draait door zong de huisband: ‘Get back to where you once belonged’.

Bij die uitreiking verscheen ook het boek De beste tv-interviews, samengesteld door Sonja zelf, in samenwerking met de VARAgids. Ze schreef daarvoor ook het voorwoord, waarin ze onder meer pleit voor de stilte in een gesprek (‘goed interviewen is ook weten wanneer je je mond moet houden’). In het boek staan ook drie tv-interviews van Sonja zelf afgedrukt, waaronder het gesprek dat ze in 2002 voerde met Marten Toonder. ‘Zelf denk ik nog weleens met weemoed terug aan een heer van stand: Marten Toonder, de vader van Ollie B. Bommel,’ schreef ze in het voorwoord. ‘Zo oud en wijs dat hij niets meer op hoefde te houden.’

Ook ná haar carrière bleef Barend zich met tv-gesprekken bemoeien, tot aan haar allerlaatste tv-optreden (waarover later meer). Vaak ging het dan over waarachtigheid. Het is moeilijk, waarachtig zijn in een tv-studio waarin eigenlijk alles dient als decorum. Maar het kan – zij kan het, had ze gemerkt. Op de vraag ‘Wat vind je zelf de verdienstelijkste kant van je talent?’ antwoordde ze: ‘Dat ik op de televisie was en ben zoals ik ben en niet iets of iemand anders. […] Je moet wel van huis uit meegekregen hebben om jezelf te blijven, dan is het niet moeilijk. Het is dus geen verdienste, ik weet ook niet of je het kunt leren. Wij nodigden vaak mensen uit die nog nooit op tv waren geweest om over zware onderwerpen te praten. Ik wist altijd binnen een minuut of anderhalf of het een goed gesprek werd. De kunst is om echt contact te maken en goed te luisteren. Een tv-studio is voor gasten natuurlijk de slechtste situatie om je kwetsbaar op te stellen. En als het dan tóch lukt – dat zijn heel mooie momenten.’

Het was ook een dankbaar onderwerp bij de uitreiking van al die Sonja Barend Awards, door Barend zelf. De talkshowhost (de prijzen zijn bijna allemaal in een talkshow uitgereikt) vroeg dan graag wat ze zelf van de tv-interviews vond, of het een goed jaar was. Barend bleef zich desgevraagd ook bemoeien met het tv-aanbod dat ze aan zich voorbij zag trekken. ‘Er worden ook documentaires gemaakt waar grote discussies uit ontstaan: er is genoeg moois en je kunt elke avond interessante televisie kijken en de rotzooi laten.’ En over die rotzooi gesproken: ‘Ik kijk dus geen Boer zoekt vrouw bijvoorbeeld. Ik heb het weleens gezien omdat iemand in mijn omgeving me erop wees, maar ik vind het zo’n vreselijk geneuzel. Dat die vrouwen zich daar als stomme kippen laten uitkiezen door zo’n man! En dat ze met z’n drieën staan te koken en een naar huis wordt gestuurd! Sodemieter op zeg, godallemachtig. De mensen vinden het enig, maar ik kijk er met plaatsvervangende schaamte naar. Dan wordt een heel leuke vrouw weggestuurd en hoor ik die man uitleggen waarom. Wie wil nou zo’n man?!’ Zulke teksten.

Ze kreeg meermaals de vraag om in boekvorm terug te blikken op haar eigen oeuvre.  In 2017 maakte ze een boek, het ontroerende en ook pijnlijke Je ziet mij nooit meer terug, over het lot van haar vader en moeder in oorlogstijd. Haar vader werd weggevoerd en in Auschwitz vermoord toen Barend twee jaar oud was. Ze heeft haar moeder er nooit naar gevraagd, ze droeg dit gegeven haar hele leven met haar mee. ‘Voor het boek moest ik zoeken in archieven. Mensen uit die tijd waren er niet meer. Langzaam ontstond er een beeld uit de oude papieren die mij vertelden wat ik niet had kunnen vermoeden,’ schreef zij enkele jaren later in de VARAgids over de totstandkoming ervan. ‘Antwoorden op vragen die ik ook nooit had durven stellen aan mijn moeder. Uit angst haar te kwetsen, pijn te doen. Vragenstellen deed ik op de televisie, waar mensen mij wel hun verhaal vertelden.’ Barend reisde met haar boek langs bibliotheken. ‘Ik krijg veel verhalen terug over verzwegen verledens binnen families waar nooit een vraag wordt gesteld. Altijd met spijt als het te laat is.’

Haar familiegeschiedenis bleef haar dus bezighouden, ook toen ze de zeventig gepasseerd was. ‘Het is iets waar je je heel erg over kunt verbazen. Dat iemand die je nooit gekend hebt, zo’n invloed kan hebben op je leven,’ zei ze toen ze 71 was. ‘Ik leef nog erg met mijn moeder in mijn hoofd maar ook heel erg met mijn vader. De manier waarop ik in het leven sta, is mede bepaald door iemand die ik bij mijn weten nooit heb ontmoet. Dat vind ik uiterst curieus, maar dat is nou eenmaal zo. Ik heb een foto van mijn vader, die staat op mijn bureau. Ik zie ’m iedere dag, maar ik ben er heel erg snel door van de kaart. Tot mijn eigen verbazing.’

Haar boek ging nadrukkelijk níet over haar tv-carrière . ‘De VARA was zo aardig om een technische verbinding met Beeld en Geluid tot stand te brengen, zodat ik vanuit huis in hun archief kon kijken. Maar binnen een paar weken had ik door dat ik het een marteling vond om naar mezelf te kijken. Ik dacht: zo’n boek ga ik niet maken. Dit is te erg. Want als ik mezelf op tv zie, denk ik bijvoorbeeld: “Ik ga hier veel te ver! Kalm aan!” Dat is nog steeds zo, als ik nu weleens bij een praatprogramma zit, kijk ik dat absoluut nooit terug.’ Ook de dvd-box die in 2008 van haar werk verscheen, heeft ze lange tijd niet gezien – niet aangedurfd. Totdat ze dacht: toch een keertje kijken. ‘Wat ik toen zag, nou dat was hartstikke leuk! Ik dacht: kon ík dat?’

Nee, het was niet het plan om milder te worden, met het klimmen van de jaren. ‘Vooral je overal mee blijven bemoeien en je ontzettend blijven opwinden,’ was het devies. ‘Ik wil geen vaag aftreksel van mezelf worden op tv. Ik heb ook liever dat mijn kleinkinderen denken: oma is ook niet voor de poes.’ Of deze frase: ‘Oud staat tegenwoordig voor een probleem. Als het Journaal bericht over oudere mensen, laten ze altijd iemand zien achter een rollator en op sloffen. Altijd stijve bejaarden, die moeilijk lopen. Of ze zitten te bingoën. Alsof er iemand in mijn omgeving ooit Bingo speelt! Wij zijn er toch ook nog?!’

Oud worden beviel haar goed; haar leven werd pas leuk ná haar veertigste, en aan de rimpels in het gezicht was ze wel gewend.

Haar enige zorg: een van hen zou eerder overlijden dan de ander. ‘We zijn met z’n tweeën en dus is de kans groot dat er één overblijft. Wat dan? Zit ik dan ’s avonds in Frankrijk op het terras naar de ondergaande zon te kijken, in mijn eentje?’ Het was uiteraard een thema in het leven van twee tachtigers. ‘Als ik boodschappen doe en ik raak onderweg verzeild in iets anders en ben veel langer van huis, dan belt Abel me. ‘Oh, ik was zo bang dat je ergens op straat onder een auto lag!’ zegt hij dan. Dat heb ik ook met hem. Soms valt de schemering hier in huis in en dan zit ik al een hele tijd op een andere verdieping dan Abel. En dan denk ik: hoe lang zit ik hier eigenlijk al? Mijn god, straks ligt Abel al uren dood! Dan ren ik door het hele huis, en heb ik echt schrik. Dat gebeurt niet zo vaak hoor. Maar het gebeurt wel.’

Het leven was de moeite waard, vond Barend. Hoewel: ‘Alle onderwerpen die wij behandelden, zie ik op het ogenblik nóg behandeld op televisie – in verhevigde vorm. Ik heb het gevoel dat alle problemen groter zijn geworden. Dat ik nog geen kórrel zand bewogen heb. Aan de andere kant: mensen die mij nu tegemoet treden, beginnen altijd over wat ik op televisie heb gedaan. Ik heb misschien de mensen soms aan het denken gezet in een aangenaam uur televisie.’

En enkele jaren later: ‘Het was heel erg de moeite waard. Dat merk ik ook, zoveel jaar later, aan het feit dat veel mensen mij nog steeds aanspreken op het programma. De programma’s en fragmenten zijn ook zo vaak herhaald. Dat was niet omdat het mislukt is, maar omdat het gélukt is. En omdat de thema’s die we behandelden nog steeds spelen. Dat maakt dat ik, hoe kritisch ook, toch heel tevreden ben. Ik heb dat gelukte verleden, een verleden dat ik aanvankelijk nooit dacht te krijgen. Als vijftienjarige dacht ik: dit wordt een leven van niks. En raad eens wat ik achter de rug heb!’

Haar allerlaatste tv-optreden was de uitreiking van de naar haar vernoemde interviewprijs, in 2025, bij Pauw & De Wit. Coen Verbraak won, maar vóór die uitreiking zat ze al aan de talkshowtafel mee te luisteren met het gesprek van de dag. Oud-politici Ferd Grapperhaus en Diederik Samsom waren verzeild geraakt in een onbegrijpelijk vechtgesprek over nationale en Europese migratieplannen. Ze wisten allebei erg zeker dat ze zelf gelijk hadden, en de ander het bij het verkeerde eind had. ‘Het is helder gemaakt,’ zei Jeroen Pauw, in een poging het gesprek af te ronden, want de prijs moest nog worden uitgereikt en de tijd tikt door. Barend, tegen Pauw: ‘Vind jij het helder gemaakt?’

Weer die oude kat, die maar niet mild wil worden, op zoek naar waarachtigheid. Ze was de oude Marten Toonder, waaraan ze zulke dierbare interviewherinneringen koesterde. Zo oud en wijs dat ze niets meer op hoefde te houden.

Dit artikel kwam tot stand aan de hand van interviews met Sonja Barend uit de VARAgids van 2011 (#41), 2014 (#41), 2020 (#9), een kerstboodschap door Barend zelf uit 2019 (#51-52). Het boek De beste tv-interviews verscheen in 2011 bij Betram + De Leeuw i.s.m. VARAgids. Het boek Je ziet mij nooit meer terug verscheen in 2017 bij Uitgeverij De Bezige Bij. Het fragment uit Pauw & De Wit is uitgezonden op 13 oktober 2025.

Delen:

VaragidsAvondeditie

Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief

BNNVARA wij zijn voor