
Sinan Can
© Frank Ruiter
Met de VARAgids-columns als bronmateriaal schreef Sinan Can Het boek der omhelzingen. De maker over zijn schrijverschap, zachtheid en zijn liefde voor een bepaald oud-Nederlands woord.
Ja, ik vind dit een moeilijke periode. Het gaat om de gezondheid van mijn ouders. Mijn vader is aan het dementeren, dat gaat best snel. En zelf word ik ouder, ik krijg fysieke ongemakken. Mensen denken dat ik een robuuste man ben, dat ik nergens bang voor ben. Maar ik ben ook een kwetsbaar en emotioneel mens. Ik kan het gelukkig een beetje van me afschrijven, in de nacht. Het boek der omhelzingen heb ik vooral in de nacht geschreven, net als de meeste columns voor de VARAgids trouwens.
Ik kies voor helalleşmek, een Turks woord dat zich moeilijk laat vertalen. Het betekent meer dan vergeven; eigenlijk schuilt er een hele levenshouding in. Het gaat niet alleen om sorry zeggen, of dat je een excuus aanvaardt, maar om dat je vrij laat wat er tussen mensen in staat. Om de oude pijn, schulden en verwijten niet langer met je mee te dragen. Je vraagt aan de ander als het ware: heb ik nog iets bij je openstaan, iets wat je me niet hebt kunnen vergeven? En kun je me dat gunnen, zoals ik jou ook vergeef?
In Turkije wordt het woord ook vaak uitgesproken bij een afscheid, soms zelfs op het sterfbed of bij een begrafenis. Wanneer iemand het leven wil verlaten zonder dat er nog iets tussen hem en een ander in staat. Dat vind ik zo mooi aan helalleşmek: het is geen vluchtig excuus, maar een wederzijds gebaar van verzoening. Je schenkt elkaar iets wat geen van beiden kan afdwingen: de vrijheid om zonder wrok verder te gaan. Of om in vrede afscheid te nemen.
Als de Nederlandse cultuur een helalleşmek nodig had, dan hadden we het woord al bedacht. Het Nederlands heeft voor heel veel gevoelens geen goede woorden. In het Midden-Oosten heb je wel dertig woorden voor vriendschap, die allemaal weer een bepaalde gradatie van vriendschap beschrijven. Ik wil daarmee niets afdoen aan het Nederlands. Hans Andreus was een heel talige dichter. En je hebt nu Wende Snijders bijvoorbeeld, en Frank Boeijen. Misschien moeten we gewoon wat woorden aan het Nederlands toevoegen. Wat dacht je van het Middeleeuwse woord voor liefdesverdriet: minnesmart. Dat is toch prachtig?
We stellen in Nederland directheid gelijk aan eerlijkheid. In het Midden-Oosten kun je de waarheid op zes manieren zeggen, met allerlei omwegen om die te verzachten.
Ik zoek de hardheid op, dat klopt. Ik bezoek de plekken waar mensen beproefd worden. En dan denk ik: zou ik zelf de zachtheid bewaren? Als ik alles zou verliezen? Er zijn mensen die het kunnen – ze lijken wel van een andere planeet. Ik weet het niet, van mezelf. Ik ben niet op die manier beproefd. Maar ik denk wel: als deze mensen hun zachtheid kunnen bewaren, waarom kunnen wij in Nederland dat niet? Waarom zijn we soms zo hard en onredelijk? Moet dan eerst alles afgebroken zijn, moet er eerst weer een grote oorlog komen, voordat we elkaars menselijkheid weer kunnen vinden?
'Als deze mensen hun zachtheid kunnen bewaren, waarom kunnen wij in Nederland dat niet?'
Misschien hoort die beproeving erbij. Het zijn lastige en verwarrende tijden, ik kan geen vijf jaar vooruitkijken. Ik voel wel alsof we in de jaren 30 van de vorige eeuw leven.
Ja, die vorm heb ik via allerlei omwegen gevonden, ik heb in dat proces ook wel een tijd het plezier in schrijven kwijtgeraakt. De bron van deze vorm is Eduardo Galeano, de Uruguayaanse schrijver. Hij verbond alle kleine verhalen met grote wereldgebeurtenissen, het verstand met het hart, het oude met het hedendaagse, het westen met het oosten. Hij is de bron en de aanstichter. Ik heb daaraan het soefisme toegevoegd, en de reizen die ik heb gemaakt. Ik heb het dus niet zelf bedacht, het is zo ontstaan.