
© Ilja Keizer
Ze neemt geen blad voor de mond in het tv-programma Dit is de week. En dat leidde tot ophef. En bedreigingen. ‘Je kunt ook je mond houden, zoals velen doen.’
Ronit Palache (41) werkte als journalist bij weekblad Elsevier, bij een grote uitgeverij en als redacteur bij diverse tv-programma’s, waaronder de talkshows Pauw en Op1. Ze schreef columns voor dag- en weekbladen (inmiddels is ze vaste columnist van dagblad Trouw), maakte podcasts, schreef boeken en stelde bloemlezingen samen.
Maar ze werd pas echt een mediapersoonlijkheid als gast van het EO-tv-programma Dit is de week. De vraag aan voormalig PVV-minister Fleur Agema, hoe zij denkt te functioneren als burgemeester (een droombaan van Agema, red.) na al haar kritiek op de islam, schoot de PVV’er in het verkeerde keelgat. Agema vond de vraag van Palache getuigen van minachting. Het leidde tot veel ophef op sociale media, waar het fragment gretig werd gedeeld en becommentarieerd.
Eerder stapte Telegraaf-opiniemaker Wierd Duk woest op toen Palache hem aan de tafel van Dit is de week confronteerde met de halve waarheden en ongecheckte feiten die hij recentelijk in zijn stukken en podcasts had gedeeld. ‘Ze liegt!’ brieste hij, vlak voor hij de studio verliet. Onterecht, bleek later, want Palache citeerde hem zorgvuldig. Duk liet zich door presentator Margje Fikse niet meer verleiden om terug te keren aan tafel. Ook dat moment werd uitvoerig besproken op onlinekanalen, en in krantencolumns. Wierd Dukmocht er later in talkshow VI nog een keer mokkend op terugkijken.
Palache, bewust niet actief op X, kreeg veel steunbetuigingen, maar ook een groot aantal boze mails. De reacties op haar vraag aan PVV’er Agema gingen nog veel verder. Palache: ‘Ik ga aangifte te doen van ernstige bedreiging. Van het type “we komen je halen en je dochter gaat eraan”. Die aangifte gaat me anderhalf uur kosten, want je moet voor bedreiging fysiek naar het bureau. En alleen omdat ik een legitieme vraag stel aan Fleur Agema, over hoe ze denkt burgemeester te zijn van iedereen, na twintig jaar van forse moslimkritiek. Hoe ziet ze dat voor zich, bij het openen van een buurthuis in een wijk waar veel moslims wonen? Dat is toch geen minachtende vraag?’
Ja, je kunt ook je mond houden. Zoals de meeste mensen doen in dit land. Want laten we het een beetje gezellig houden.
Nee, zo zou ik het niet noemen. Ik doe zoiets niet in een impulsieve bui. Het gaat in die talkshow vaak om zaken waar ik eindeloos lang over nadenk. En die er enorm toe doen.
Oh nee. Hij staat heel erg aan mijn kant. Hij is juist trots dat ik wél mijn mond opentrek.
Er zijn foto’s waar je mij als zevenjarige al met blocnote en pen ziet rondlopen, om mensen dingen te vragen. In de Joodse familie waar ik opgroeide, werden heel weinig vragen gesteld. Dat leidde maar tot narigheid en herinneringen aan het oorlogsverleden. Maar ik wilde graag weten met wie ik te maken had. De mensen die mij omringden, daar wilde ik grip op krijgen. Daar hoorden vragen bij, soms ongemakkelijke vragen, ja.
Nee. Toen ik bezig was met een bloemlezing van het werk van schrijver Andreas Burnier, las ik dat ze over zichzelf zei: Ik ben een groepje van één. Dat was heel herkenbaar. Op het moment dat je je tot groepen en massa’s moet verhouden, verdwijnt er een groot stuk autonomie. Ik hoor van mijn ouders dat ik daar als kind al moeite mee had.
Ik groeide op in een traditioneel Joods gezin, ging naar Joodse scholen en Joodse verenigingen. Daar kom je overwegend dezelfde mensen tegen. Niet qua klasse en kleur, maar allemaal kwamen ze uit een familie waarin iets vreselijks was gebeurd. Ze keken op een bepaalde manier naar de wereld, vaak met wantrouwen en angst. En dat voelde beklemmend. In dat homogene zit ook iets saais. In de synagoge zat ik me vaak te vervelen. Liever vroeg ik de aanwezigen iets geks, om dat te doorbreken.
'Ze keken op een bepaalde manier naar de wereld, vaak met wantrouwen en angst.'
Vragen stellen is ook een manier van contact maken. Als je geen genoegen neemt met sociale conventies en opvulgesprekken, moet je iets doen om het een beetje spannend te maken. Niet iedereen heeft daar zin in, natuurlijk. Hallo, ben je van de politie ofzo, waarom wil je dit allemaal van me weten, wat is dit voor verhoor?! Maar de meeste mensen vinden het heel fijn om over zichzelf te praten en geven vrijwel overal antwoord op. Hoe vaak wordt er nou écht iets aan je gevraagd? Geïnterviewd worden kan de ultieme vorm zijn van gezien en erkend worden.
Het heeft te maken met nieuwsgierigheid, naar wat de mens echt drijft. Die wordt ermee gestild. Ieder brokje informatie dat me wordt toegeworpen leidt tot een geheel, waarnaar ik op zoek ben: waarom zijn mensen wie ze zijn, en waarom doen ze wat ze doen? Er is helaas nog geen definitieve conclusie (lacht).
Het idee is ontstaan toen ik op de redactie van Op1 werkte, als redacteur. Daar had ik regelmatig fanatieke discussies met Tijs van den Brink. Wij konden het enorm oneens zijn met elkaar, over abortus, over bijzonder onderwijs. Maar: altijd beargumenteerd. En we konden ook veel lachen. We hebben een pilot gemaakt, met voormalig fractievoorzitter van de Christen Unie Gert-Jan Segers erbij. Over die proefuitzending was iedereen heel enthousiast. Maar ja, toen ging Tijs als Kamerlid naar Den Haag.
Margje Fikse nam het over, en met Gert-Jan bleek ik het ook heel erg oneens, maar hij staat erg open, we luisteren echt naar elkaar. Ik steek regelmatig wat van hem op. Dit is de week is bedoeld om met twee vaste gasten en een actuele gast, de koetjes en kalfjes achterwege te laten en vanaf de eerste minuut een inhoudelijk gesprek te voeren. Hard op de inhoud, zacht op de mens. En niet na tien minuten ineens tijd voor iets lichtvoetigs, nee, een onderwerp helemaal uitbenen.
Lees verder in VARAgids 13. Vanaf dinsdag 24 maart 2026 in de app, op de mat en in de winkel. Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week.
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief