
Berend Boudewijn
© Jac. de Nijs / Anefo, Nationaal Archief / Fotocollectie Anefo
Het duurste vragenspel dat Nederland ooit had, bleek ook het taaiste. Twee quizmasters, Berend Boudewijn (90) en Erik Dijkstra (49), blikken terug.
Toen Erik Dijkstra in 2018 presentator werd van Per seconde wijzer, bekeek hij de oudst bewaarde fragmenten uit de jaren 60. Het spel bleek nauwelijks veranderd: twee kandidaten, tweehonderd seconden voor vier vragen van negen onderdelen, een vak naar keuze en het troostklokje voor de verliezer. Wel stonden er vroeger asbakken op tafel en kregen winnaars hun prijzengeld contant. ‘Berend Boudewijn pakte een envelop en telde de biljetten op tafel uit,’ vertelt Dijkstra. ‘Eigenlijk zouden we dat weer moeten invoeren.’

Erik Dijkstra
© Annemieke van der Togt
De quiz was in Parijs bedacht als Pas une seconde à perdre. Joop Simons, correspondent voor het Journaal in Frankrijk, zag het spel daar en introduceerde het bij de VARA. Ellen Blazer regisseerde; Simons presenteerde de eerste uitzending in oktober 1967. Bij elke vraag hoorde vooraf verfilmd beeld. Met ruim tweehonderd filmpjes was het volgens de kranten de duurste quiz die de Nederlandse televisie tot dan toe had vertoond. Toen Simons kort na de start ernstig ziek werd, vroeg Blazer de uit Engeland teruggekeerde Berend Boudewijn hem te vervangen. Boudewijn had nog nooit een quiz gepresenteerd, maar zei meteen ja.
Dat hij niet de eerste, maar de tweede quizmaster was geweest, was Boudewijn later vergeten. Pas toen hem een krantenbericht uit die tijd werd voorgelezen, kwam de herinnering terug. ‘Ik viel erin toen alles al op de rails stond.’ De jaren daarna staan hem helderder voor de geest. Voor de camera stond een man, maar achter de schermen werd de quiz vooral door vrouwen gemaakt. ‘De televisie was in die tijd redelijk geëmancipeerd, veel meer dan we nu zouden denken. Het was heel gewoon dat de scriptgirl ook de productie deed, en vaak had zij meer in te brengen dan de regisseur.’
Het jonge medium dwong tot improviseren. De negen foto’s bij een vraag stonden echt in de studio; achter het decor bediende een student de bijbehorende lampjes met de hand. Ook de voorbereiding was handwerk. ‘Op een zondagmiddag legden we bij Ellen thuis alle vragen op de grond om de volgorde te bepalen,’ vertelt Boudewijn. ‘De hele middag moesten we over die vragen heen stappen.’ Bij de generale repetitie speelde een van de vrouwen altijd voor kandidaat. Boudewijn begon dan voor de grap met ‘Dag dames en heren koekeperen’, maar was bang dat hij die verspreking bij een echte uitzending per ongeluk zou herhalen.
In het eerste seizoen werd Liliane Libgott een publiekslieveling. De jonge Française maakte in vijf afleveringen slechts twee fouten en won 5.530 gulden, destijds een recordbedrag voor een Nederlands vragenspel. Ze werd ‘het geschiedenisfenomeen’ genoemd en op straat herkend als ‘de mevrouw van de quiz’. Boudewijn herinnert zich haar charmante Franse accent en haar enorme kennis van geschiedenis.
Drie seizoenen presenteerde Boudewijn de quiz, tot die in 1969 van het scherm verdween. Waarom, weet hij niet precies. Succes was in die jaren geen reden om eindeloos door te gaan: na een paar seizoenen hoorde er iets nieuws te komen. Daarna bleef de quiz twintig jaar van de buis. In 1989 haalde Ellen Blazer het programma op verzoek van kijkers vrijwel ongewijzigd terug. Ze koos Kees Driehuis, een redacteur van haar talkshow Sonja, als nieuwe quizmaster. Hij bleef bijna dertig jaar en 794 afleveringen het gezicht van het programma. Bij zijn afscheid in 2018 zei de omroepdirectie: ‘Kees Driehuis ís zo ongeveer Per seconde wijzer: intelligent, scherp, ad rem, vol humor.’ In oktober 2019 overleed hij, 67 jaar oud.

Kees Driehuis
© ANP
Zijn opvolger Erik Dijkstra had thuis in Glanerbrug jarenlang naar Driehuis gekeken. ‘Ik kom uit een gezin van echte VARA-mensen. Als jongen keek ik al naar Kees en was ik blij wanneer ik het antwoord wist.’ Driehuis had hem ook een belangrijke les geleerd. Voor Bureau Sport maakten Dijkstra en Frank Evenblij ooit een vragenspel met topsporters dat mislukte. ‘Kees zei: wat jullie doen is half grappig en half serieus, en dat werkt niet. Je moet het spel serieus nemen.’ Daar had hij gelijk in, vindt Dijkstra: alleen zo ontstaat spanning.
De presentator moet zich dus niet te veel op de voorgrond dringen. Boudewijn zei al in 1968: ‘Deze quiz geeft je de gelegenheid jezelf terug te trekken.’ Dijkstra sluit zich daarbij aan: ‘Het draait om het spel en om de kandidaat, niet om jou. Ik ben de spelleider, maar de actie moet van de kandidaten komen.’
Het meeste werk gebeurt vóór de uitzending. Kandidaten doen een kennistest en vullen een voorkeurenformulier in. Op basis daarvan krijgen ze vragen op maat: wie beweert alles te weten van Duits voetbal, kan vragen verwachten over negen Duitse voetballers uit de jaren zestig. De VARA wilde met de quiz ook kennis over kunst verspreiden. ‘We gingen altijd uit van een bepaalde basiskennis: dat is Dalí, dat is Van Gogh en dat is Picasso,’ zegt Boudewijn. ‘Maar we stelden geen vragen over de geschiedenis van Groenland. Dat wordt te moeilijk.’ Dijkstra oefent zijn uitspraken thuis in vijf talen, want een presentator mag niet struikelen. Toch levert een filmvraag soms een onvergetelijke verspreking op: een kandidaat las À bout de souffle hardop voor als ‘about de soufflé’. ‘Daar moest ik enorm om lachen. Maar zelf mag ik zo’n fout niet maken.’
‘Daar moest ik enorm om lachen. Maar zelf mag ik zo’n fout niet maken.’
Aan de vragen veranderde Dijkstra weinig, aan het deelnemersveld juist wel. Dat moest jonger en gemengder worden. ‘Vroeger was de kandidaat, chargerend gezegd, vaak een man met een gebreide trui en een baard die het Pieterpad loopt. Daar wilden we vanaf, want het spel moet een afspiegeling van de samenleving zijn.’ Inmiddels melden zich meer studenten en vrouwen aan. Dat jongere kandidaten minder zouden weten, gelooft Dijkstra niet. ‘Ik heb Fausto Coppi ook nooit zien fietsen, maar daar weet ik ook wat van.’ Het charmante is volgens hem dat televisie voortdurend verandert, terwijl de quiz in de kern hetzelfde blijft.
‘Wij zijn een programma waarin gewone mensen ineens de sterren zijn,’ zegt Dijkstra. De ontroerendste momenten zijn er wanneer iemand de laatste ronde wint. ‘Dan vraag ik vaak of er iemand is aan wie hij denkt. Laatst keek een man recht in de camera en zei: ik kijk al jaren samen met mijn moeder, en die zit nu te kijken. Mam, ik hou van je. Dat soort dingen zijn echt prachtig.’
Met enkele onderbrekingen is Per seconde wijzer de langstlopende kennisquiz van de Nederlandse televisie. Het voortbestaan was niet altijd vanzelfsprekend. In juni 2024 wilde de NPO met een vervangende quiz experimenteren, omdat de grote kennisquizzen te veel hetzelfde, oudere publiek zouden trekken. Dijkstra verzette zich daartegen. Een jaar later keerde het programma terug met een opgefrist decor en een nieuwe leader. Waarom het blijft werken, merkt hij bij elke opname: zelfs een kandidaat die soepel door de vragen gaat, kan plots vastlopen op negen soorten bomen. ‘Dan zie je aan zijn gezicht al: o shit, dit is een probleem.’
Kijkt Boudewijn zelf nog? ‘Het schiet er een beetje bij in,’ zegt hij. ‘Maar soms zie ik het voorbijkomen, en dan ben ik toch trots dat ik ooit bij het begin betrokken ben geweest.’ Terwijl de NPO bezuinigt, breidt de oudste kennisquiz van het land uit van 64 naar 76 afleveringen per jaar. De asbak is van tafel verdwenen, het klokje is gebleven.
Dit artikel komt uitVARAgids (editie 43, 2026).