
© Getty Images
Door de jaren heen stonden talloze artiesten op Pinkpop, maar het festival kende ook een peloton aan presentatoren. Terugblik op hun rol op en achter de bühne.
‘Een van de gesprekken die me is bijgebleven, is met Anthony Kiedis en Flea van de Red Hot Chili Peppers, vlak na hun optreden. Ik probeerde in zeven minuten te achterhalen waar hun bevlogenheid vandaan komt. En dat lukte, dat was een dierbaar moment. Ik heb meegemaakt dat ik op het podium stond en er een spandoek werd ontrold waarop stond “Jan Douwe wil je met me trouwen”. En dat de zanger van Fishbone me vroeg of het publiek zijn schoenen, die hij tijdens de show uit enthousiasme had uitgedaan en naar de mensen had gegooid, kon teruggooien. Natuurlijk had ik me moeten realiseren dat dat het sein was voor de toeschouwers om allemaal schoenen naar mijn hoofd te gooien.’
‘Een van de shows die ik heb gezien die me in al die jaren het meest is bijgebleven, is die van Rage Against the Machine in 2008. Sowieso een heel bijzondere editie, met geweldige bands. Rage Against the Machine kwam op in oranje overalls, met zwarte kappen over hun hoofd. Ondertussen ging minutenlang keihard een luchtalarm af. Ik vraag me nog steeds af of ze daarvoor toestemming hadden gevraagd, want in de buurt zullen ze vast hebben gedacht: what the fuck is er nu weer aan de hand op dat festival?! Het was de tijd van de schandalen rond gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis, en op Guantánamo Bay, het was een uitermate sterk statement. Ook mooi was die keer dat ik mocht meespelen met Triggerfinger, op het hoofdpodium. Dat ging nog bijna fout omdat de technicus per ongeluk een knopje had omgezet waardoor mijn gitaar het niet deed. Dat kwam net op tijd nog goed.’
‘Natuurlijk maak je een draaiboek als je de presentatie doet voor een festival, maar ik gedij toch het best als ik kan afwijken van wat er vast ligt. In 2002 speelde Macy Gray op Pinkpop, en die zou ik backstage interviewen. Maar op het afgesproken tijdstip, geen Macy Gray. Aan het eind van de dag zag ik haar, naast het podium, samen met haar bodyguard. Dat was een grote zwarte meneer van een andere gewichtsklasse dan die van mij. Macy had overduidelijk een heel leuke dag gehad, we stonden wat te kletsen en ik zei dat ik haar eigenlijk had willen interviewen. Nou, ze wilde het interview best nog even doen. Ze was alleen even overduidelijk niet meer in staat om mijn vragen, zoals altijd van het niveau Sven Kockelmann, coherent te beantwoorden. Te veel wiet gerookt. Maar gelukkig: een paar uur daarvoor liep ik backstage langs de kleedkamer van Lenny Kravitz. Ik natuurlijk aankloppen, en hij zat daar in zijn eentje. “We can do the interview now”, zei hij nadat ik had gezegd dat ik zijn pak zo mooi vond en hij mijn shirt had bewonderd. Dat interview was niet gepland, maar er was een cameraman mee, dus al improviserend toch gedaan. Dat werd het beste interview uit de geschiedenis van de popmuziek. Al heb ik het nooit meer teruggezien.’
‘We hebben met De Vliegende Panters een jaar de podiumpresentatie gedaan. Daarbij speelden we onze eigen nummers, die een relatie hadden met de bands. Dus toen we Di-rect moesten aankondigen, die net van hun boyband-imago af wilden, speelden we ons eigen boyband-nummer “Tongzoen”. Vooraf aan het optreden van Black Rebel Motorcycle Club, zo’n in het zwart gehulde Engelse rockband met veel gruizige gitaren, speelden we onze metalversie van Annie M.G. Schmidt-liedjes. Dat was playbacken, maar we pakten de instrumenten van de band zodat het er echt uitzag. Het bloed liep langs mijn vingers, zo hard ragde ik op de gitaar. En Rutger de Bekker drumde mee met onze muziektape, je zag de band met groeiende bewondering naar hem kijken.’
‘Ik heb tien jaar lang gepresenteerd voor tv, en later nog een paar keer de podiumpresentatie gedaan. De redactie liet mij liever niet de diepte-interviews doen, daarvoor was ik te veel een losgeslagen gek (lacht). Dus dat deed Jan Douwe Kroeske. Behalve een keer, in 1997, toen Rammstein er voor het eerst speelde. Bij daglicht, als opener op een van de kleinere podia. Niemand van de redactie bleek Duits te spreken, dus toen heb ik het maar gedaan. Ging wel goed, het waren toen nog heel benaderbare gasten. Als podiumpresentator staat me bij dat ik The Scene aankondigde, in 2015. Zanger Thé Lau was terminaal ziek, het zou de laatste keer zijn dat hij op Pinkpop kon spelen. Ik heb toen een gedicht geschreven waarin ik songtitels van de band had verwerkt. Toen ik wegliep, kreeg ik een knipoog van Thé. Toch een monument in de Nederlandse popgeschiedenis, die man.’
‘Wat mij is bijgebleven, zijn de écht grote namen die ik op het festival heb gezien. The Rolling Stones. Bruce Springsteen. Lionel Richie. Justin Bieber. Paul McCartney. Die krijg je als mediamaker meestal niet te spreken, maar ze zijn er wel en dat doet wat met iedereen. Als Justin Bieber vanuit zijn kampement backstage naar het podium loopt, wordt alles afgezet. Alsof er een belangrijke top van de Verenigde Naties plaatsvindt, zo voelt het. De Rolling Stones die naar het podium lopen, ook zo’n moment. Ik deed verslag voor 3FM, zo van: ‘Ja, ze komen nú naar buiten!’ En naast me stonden artiesten van het kaliber Anouk met hun neus tegen de dranghekken, om maar zo dicht mogelijk bij The Stones te zijn. Dat is Pinkpop voor mij.’
Lees verder in VARAgids 25. Vanaf dinsdag 16 juni 2026 in de app, op de mat en in de winkel. Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week.
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief