
Tania Kross
© Casper Rila
Podium Klassiek-presentator Floris Kortie interviewt mezzosopraan en operazangeres Tania Kross. Ze vertelt over het begin van haar carrière, haar strijd met gehoorbeschadiging én over haar leven op Curaçao.
Willemstad, Curaçao, twee uur ’s middags lokale tijd. Tania Kross zit achter de laptop in haar werkkamer. Na een kwartier valt de videoverbinding ineens weg. Ze belt terug vanaf haar mobiel. Een stroomstoring heeft de hele wijk platgelegd, dus ze moet naar de tuin voor het beste mobiele bereik. En passant geeft ze een kleine tour. Aan de grote eettafel zitten haar twee tienerzoons te lunchen. Als ze naar buiten stapt, is het felle zonlicht verblindend. Ze gaat op de veranda zitten, met uitzicht op het zwembad.
Het is hier 32 graden en zonnig. Wanneer kom je op vakantie?
Ja hè. Allemaal leuk bij elkaar gezongen!
Nou, als diva van vijftig ben je eigenlijk in de prime van je stem. In de operawereld willen ze dat je al jong rollen zingt die voor je stem nog te zwaar zijn. Als ik nu de opera Carmen zou doen, zou ik mijn beste Carmen ooit zingen. Maar ja, het moet een verleidelijke jonge vrouw zijn, dus dan denken ze: een Carmen van vijftig, nee, dat doen we niet.
Ja, terwijl ik er toch nog super fris en fruitig uitzie! Kijk, al die kilometers die je moet maken in een operaproductie, dat vergt wel wat van je stem. En als je een rijpe stem hebt, dan kan je dat gewoon veel beter aan dan wanneer je stem pas net is opgebloeid. Mijn eerste Carmen zong ik in Berlijn, op mijn 23ste. Ik kon het wel hoor, maar je zit dan nog zó in je hoofd. Je wilt het goed doen. Nu denk ik: jongens, ik bén goed, weet je wel.
'Ik kon het wel hoor, maar je zit dan nog zó in je hoofd. Je wilt het goed doen.'
Ik zal je een leuk verhaal vertellen. Het komt door de overgang. Want dan merk je dat je stem anders wordt. En dan ga je terugvallen op techniek. Snap je?
Kort door de bocht: de sauzen in je lichaam veranderen. Ook bij je stembanden. Daar zit een slijmlaag omheen met zijn eigen flora en fauna. Dat moet allemaal kloppen qua hormonen. De stem is een ontastbaar instrument. Je doet iets, en dan komt er een bepaald geluid uit. Maar dan opeens denk je: hé, ik doe wat ik altijd deed, maar er komt niet het geluid uit dat ik ben gewend. Dát is de overgang. Dan moet je het hebben van je techniek. En merk je opeens dat als je heel goed technisch zingt, je veel meer uit je stem kan halen dan wat je voorheen voor mogelijk hield.
Nee, natuurlijk niet. Ik weet al mijn hele leven: ik ben Tania, maar ik ben ook Tania, de zangeres. En die stem moet je goed houden, het is je moneymaker. Maar paniek? Nee hoor. Weet je wanneer ik pas echt ben geschrokken? Toen ik mijn gehoor begon te verliezen.

Tania Kross
© Casper Rila
Acht, negen jaar geleden. Ik zong met het Metropole Orkest, in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Lastige zaal hoor. Ik had een inzet met de harp. En die harpist zit daar lekker te spelen, ploink, ploink, ploink, en ik denk: meid, je speelt vast heel mooi, maar ik hoor er niets van. Dus ik voor een gehoortest naar de KNO-arts. Ik hoopte dat ze zou zeggen: ach, mevrouw Kross, het valt wel mee. Maar de dokter zei: u heeft serieuze gehoorbeschadiging.
Ik werd doorgestuurd naar een audiologisch centrum in Rotterdam. In de wachtkamer zaten allemaal mensen met enorme gehoorapparaten, kindjes met van die implantaten op hun hersenen. Ik dacht: waar ben ik beland? Daar gáát mijn carrière.
Het bleek slijtage van mijn binnenoor. Het is een familiekwaal. De hoge tonen ben ik kwijt. En ik heb tinnitus, een constante piep in mijn oor. Tja, je kunt er helaas geen nieuw binnenoor op plakken. Een tijd lang heb ik een gehoorapparaat gehad, helemaal ingesteld op mijn situatie. Met een standje Concertgebouw, standje versterkte muziek, standje kleine zaal. Met dat apparaat in heb ik de beste oren van iedereen op het podium. Maar als ik ze weer uit doe, word ik verdrietig. Dan merk ik hoeveel ik níet hoor. Dus ik doe het nu zonder. Ik deal liever met wat ik heb. Mijn oren doen het niet super goed, maar mijn stem werkt prima. Niemand heeft er verder last van. Het is dat ik het jou vertel, anders had je het niet geweten.
Dat is echt niet makkelijk hoor. Maar ik zie het nu zo: als ik wakker word en ik hoor mijn piep, dan weet ik dat ik nog leef.
Goedemorgen wereld, ik ben er weer! Zo ga ik er mee om.
Het bracht me terug naar mijn kindertijd. Ik zag weer voor me hoe ik als klein meisje voor de tv zat en tekenfilms keek. Mijn vader werkte als IT’er voor een distributeur van videobanden en nam altijd leuke video’s mee naar huis. Bugs Bunny, Tom & Jerry. Die soundtracks, dat zijn allemaal orkestwerken. Dáár hoorde ik voor het eerst klassieke muziek. En dan hield ik mijn handen voor mijn ogen, om in de muziek te hóren wanneer het muisje de hoek omging. Zo is het allemaal begonnen.
Nee, ik wilde een tekenfilmfiguur worden! Maar operazangeres komt ook aardig in de buurt.