
Wat speelt er
In Wat speelt er nemen comedians al improviserend een loopje met nieuwsfeiten. En als het nodig is, komt ook presentator Patrick Lodiers aan de beurt. VARAgids gaat langs bij de try-out.
Patrick Lodiers kijkt schichtig om zich heen. De stapel A4’tjes in zijn hand wordt bewaakt alsof er geheime lanceercodes op staan. Op samenzweerderige toon: ‘Ze mogen dit niet zien!’
‘Ze’, dat zijn de comedians die rondlopen in de kleedruimtes van theater De Regentes in Den Haag, een voormalig zwembad. Dat is onder meer te zien aan de bewegwijzering in het pand, aan het leegstaande bad onder de zaal waarin de medewerkers straks gaan eten en aan de kleedruimtes, die helemaal zwart-wit-betegeld zijn. De toiletten zijn niet geluiddicht afgesloten. Wat Ruben van der Meer aan het eind van de avond doet verzuchten dat ‘er dus geen plek is waar je in alle rust kunt gaan zitten schijten’. Waarna zijn kenmerkende lach tegen de tegels galmt.
Hier wordt straks Wat speelt er opgenomen, het nieuwe improvisatie-comedyprogramma van BNNVARA. Vanavond is er een try-out. Met Lodiers en Van der Meer, waardoor een vergelijking met De lama’s voor het oprapen ligt. Maar in Wat speelt er is de actualiteit sturend. Lodiers start in zijn rol als presentator en regisseur op de vloer (en doelwit, maar daarover straks meer) geregeld clips in uit nieuwsuitzendingen. Daarop moeten de comedians dan reageren. ‘Ze weten niet wat er komt’, legt Lodiers uit, ‘de spellen zijn vooraf wel bekend, maar ze hebben de clips uit bijvoorbeeld het RTL Nieuws niet vooraf gezien.’
De spellen, dat zijn in feite de beperkingen die de comedians zichzelf hebben opgelegd en waar ze al grappend uit moeten komen. Neem Het Verhoor, waarin René van Meurs vooraf niet te horen krijgt wie hij speelt en wat deze persoon op zijn kerfstok heeft. Ruben van der Meer en Ruud Smulders weten dat wel, aan hen de taak om in hun rol als rechercheur Van Meurs al grappend aanwijzingen te geven zodat hij langzaam ontdekt als wie hij op de kruk zit. Tijdens de try-out van vanavond, de derde proefaflevering voordat Wat er speelt op tv komt, moet Van Meurs duidelijk worden gemaakt dat hij Gordon is, die strak afgetraind op de cover van glossy Men’s Health staat. Dat lukt vrij snel: ‘Oh, ik ben die andere’, grijnst Van Meurs als hij zich heeft voorgedaan als Gerard Joling. Maar hij blijkt ook gelogen te hebben over een concentratiekampverleden. Dit is een verwijzing naar de onthulling dat de 99-jarige Willem Wilbrink zijn ervaringen in kamp Dachau, waarmee hij boeken en toespraken op herdenkingen vulde, uit zijn duim heeft gezogen. Op het podium van De Regentes leidt dat tot opmerkingen als ‘Wat gaat zo’n dag gauw voorbij, hè’. Het publiek, tweehonderd man sterk, heeft de woordgrap van Van der Meer gelijk door. Van Meurs heeft er meer moeite mee; pas bij de uitleg van Lodiers snapt hij waar Van der Meer en Smulders naar verwezen.
Het publiek lacht er hartelijk om. De volle zaal heeft er vanavond veel zin in. Er wordt gretig gereageerd als Lodiers suggesties vraagt voor tekortkomingen die kunnen worden verwerkt in een lied, dat steevast eindigt met de zin ‘En toch hou ik van jou’. Dit lied wordt gezongen tijdens de opwarmronde voor de zaal. Een man op de eerste rij komt met een heerlijke suggestie, in plat Haags: ‘Een lui oog!’
Katinka Polderman stapt naar voren om dit gebrek in de tekst te verwerken, maar vergist zich in het metrum, en komt niet lekker uit. Quasi-woedend stampt ze op de grond. Even later gaat Polderman opnieuw de mist in, als ze precies dezelfde grap maakt als Van Meurs, over zonnebloemen waar pit in zit. Van Meurs laat deze kans niet lopen, stapt naar voren en maakt nóg een keer dezelfde grap.
Het is een treffend voorbeeld van de grootste valkuil in improvisatie comedy; er is een grote kans dat een grap niet goed valt, dat je als comedian een vergissing maakt of een verspreking. Of, in geval van Polderman, je zo geconcentreerd bezig bent met het bedenken van een punchline, dat je mist dat iemand voor je die punchline al gebruikte. Polderman, die voor de opnames vertelde dat ze het zo heerlijk vindt om eindelijk eens onderdeel te zijn van een clubje (‘Ik zat vooral thuis beslisbomen te maken voor de krant, voor instellingen en bedrijven’), lijkt er niet door uit het veld geslagen. Van der Meer komt tijdens de evaluatie van de try-out op het moment terug. Tegen Polderman: ‘Als dit tijdens een tv-opname gebeurt, dan loop je de kans om geofferd te worden in de montage. Dan zoeken we een shot waarin je ziet dat je aan het nadenken bent, zodat de kijker snapt dat je de eerder gemaakte grap hebt gemist.’
‘Als dit tijdens een tv-opname gebeurt, dan loop je de kans om geofferd te worden in de montage.'
De mislukking is een onmisbaar onderdeel van de improvisatie comedy, vertellen ervaringsdeskundigen Van der Meer en Andries Tunru voorafgaand aan de try-out. Van der Meer: ‘Ik ben vaak genoeg na een opdracht naar voren gestapt met een half ideetje, in de hoop dat ik al pratend tot een goeie grap kom. Als dat niet gebeurt, is dat niet erg, want degene na jou kan denken: hé, maar bij mij gaat nu een luikje open, deze kan ik mooi afmaken.’