Logo VARAgids
VARAgids brengt verdieping bij tv en media

Nazmiye Oral over De meestergids: ‘Ik was te streng denk ik’

Gisteren
leestijd 5 minuten
1458 keer bekeken
Interview

© Manon van der Zwaal

De actrice was jarenlang aan het zoeken in het leven en dacht het steeds te hebben gevonden. Tot ze vastliep. ‘Nu heb ik het idee dat ik het leven beter begrijp.’ 

Ze is in de eerste plaats actrice, en eigenlijk steeds meer, zegt Nazmiye Oral. Maar ze ‘exploreert’ ook wat er ‘onder de oppervlakte’ van het menszijn ligt, zoals de tagline op haar strak geordende Instagram-account luidt. Dus post ze niet alleen trailers of scènes uit haar nieuwe films of series maar bijvoorbeeld ook een keer per maand iets over astrologie, waarin ze sinds zes jaar les heeft en dat haar mateloos fascineert. ‘Dan bedoel ik niet de toekomst voorspellen of generieke dingen als “dat leeuw deze maand behoefte heeft aan nabijheid”. Astrologie is een heel creatieve taal, met sterren, planeten, tekens. Het kan echt iets toevoegen aan het leven en de grote vragen. Ik merk dat mensen behoefte hebben aan duiding en daarbij kan astrologie helpend zijn.’  

Oral zou eigenlijk op een berg staan (vakantie), maar door verdrietige persoonlijke omstandigheden is ze uiteindelijk niet weggegaan, maar is ze in haar geboortestad Hengelo. Ze staat erop dat het interview doorgaat, dan maar telefonisch, omdat het ‘over kunst gaat’. Tenminste: dat is de aanleiding. Oral is deelnemer aan het tv-programma De meestergids, een op papier wat vergezochte, zoveelste competitie van meer en minder bekende BN’ers binnen het landschap van de kunsten. In dit geval fungeren deelnemers als museumgidsen, als ‘rondleider’ die ter plekke tekst en uitleg bij kunst geeft. Dat ziet er makkelijker uit dan het is, ervoer ook Oral, want de combinatie om op een publieksvriendelijke manier inhoudelijke kennis over te dragen terwijl de camera loopt en je weet dat er een jury (onder wie brombeer Maarten van Rossem) jouw kwaliteiten beoordeelt, bleek voor de actrice geen sinecure. Als ze in de eerste aflevering, in het Rijksmuseum, de opdracht krijgt een groepje hockeymeisjes te gidsen langs het beeldhouwwerk Zittende Amor uit de achttiende eeuw, krijgt ze als commentaar de vraag waarom ze ‘er niet omheen loopt, het is een beeld, dat nodigt uit om het aan alle kanten te bekijken.’ Oral: ‘Dacht je nou echt dat ik dat zelf niet bedacht had? Maar dat mocht niet van de cameracrew. Ik moest op een plek blijven staan!’ Het was de laatste keer dat ze zich iets liet vertellen. 

Gelukkig vloog ze er die aflevering niet uit. En ze wil wel verklappen dat het haar steeds beter afging, het gidsen. Al viel ze beter in de smaak bij de vakjury dan bij het publiek – dat ook cijfers moest geven. ‘Ik was te streng denk ik.’ En meteen erachteraan: ‘Ik kan soms ook een beetje bitchy zijn.’ Ze haalt de aflevering in Museum Voorlinden aan, waar ze meteen de regie pakte door bij de beroemde installatie Swimming Pool het grote gezin dat ze moest rondleiden, te instrueren waar iedereen moest staan. ‘Dat gaf consternatie, maar ik dacht alleen maar: kan mij het schelen wat ze ervan vinden, ik doe het op mijn manier.’ 

'Kan mij het schelen wat ze ervan vinden, ik doe het op mijn manier'

Kunst is een serieuze zaak voor Oral. En zeker niet alleen de beeldende kunsten, alle kunsten. Het heeft haar leven gered. Als meisje van Turkse komaf dat opgroeide in een traditioneel gezin in Twente waar ze kunst allerminst met de paplepel kreeg ingegoten. ‘Het was mijn veilige haven,’ zegt ze. ‘Zonder dat ik precies wist wat het was. Voor mij was het een plek waar je naartoe kon gaan. Een plek in de lucht, waar experiment was, waar je vrij kon zijn.’ 

Maar in het huis waar ze opgroeide en in haar sociale omgeving was ‘normaal doen al gek genoeg’ . 

‘Hoe ons huis eruitzag? Gewoon, met een bank, een tv, bedden. Er hing niks aan de muur. Ook niks religieus – dat kwam later. Ik had wel een eigen kamer, maar daar kon ik verder ook weinig mee doen. Mijn broertje was verstandelijk beperkt en je kon niks laten staan, want dan maakte hij het kapot. Ik had wel een platenspeler, die was belangrijk. Daarop draaide ik Le sacre du printemps van Stravinksy grijs. Later kocht ik platen van Led Zeppelin en van Jimi Hendrix. Dat was mijn prozac.’  

Ze had een boek over Salvador Dalí, met afbeeldingen van zijn schilderijen. ‘Dat was mijn kostbaarste bezit. Ik vond zijn werk magisch. Maar ik hield ook van Edgar Allan Poe en zijn horrorverhalen. Ik denk dat ik toch een beetje een kleine gothic was. Ik snapte nooit zo goed dat mensen zo lyrisch over Vincent van Gogh waren. Tót ik voor de eerste keer naar een museum ging – ik geloof het Kröller-Müller. Wat ik me herinner, is dat ik voor een van zijn schilderijen stond en dat ik als donderslag bij heldere hemel werd getroffen. De levenslust die ervan afspatte met die dikke klodders verf en die kleuren. Ik vond het zo wonderlijk, want ik dacht dat hij depressief was, maar dit was allesbehalve depressief. Ik weet niet eens meer welk schilderij het was, ik denk een van zijn ‘Zonnebloemen’. Er zat ziel in, zijn ziel. En wat me ontroerde, was dat ik “iets” begreep, zonder dat ik wist wat het was. Alsof ik met mijn hand door de tijd reisde en hem aanraakte en dat ik getroost werd. Ik was zestien jaar toen.’ 

Het was ook in die tijd dat ze ontdekte dat kunst iets was wat je kon ‘doen’, dat je zelf dingen kon maken, kon schrijven, kon spelen. ‘Vanuit de mavo kreeg ik het advies om naar het MBO voor mode en kleding te gaan. Daar kreeg ik vakken als tekenen, leerde ik ontwerpen, hadden we dramales. Het maakte heel veel los.’ 

Terwijl haar ouders nog wilden dat ze secretaresse werd (‘Mijn vader werkte in de fabriek en mijn ouders hoopten voor hun dochter op werk waarvan ik geen vieze handen kreeg’) ging ze uiteindelijk naar de kunstacademie in Arnhem. 

Toch, zegt ze, al heeft ze ‘alienachtige trekken’, ze is wel echt ‘haar moeders dochter. En dat zijn wij allemaal in onze familie. Neem mijn broertje. Ik bedoel: hij woont in een woongroep, zal voor altijd zes jaar zijn, maar Arif is supercreatief. Ik kan me voorstellen dat als hij niet verstandelijk beperkt was, hij kunstenaar was geworden. Ik ben acteur geworden, mijn zusje was creatief en mijn jongste broertje, Memet, ook. Ik weet dat mijn moeder de taal van kunst begrijpt. Ze heeft de intuïtie van een kunstenaar, maar ze is ook een despoot. Mijn vader, hij is jong overleden, geloofde in vrijheid, in blijheid, in fuck you. Hij experimenteerde, met de grenzen van het leven.’ 

Verder lezen?

Lees verder in VARAgids 35-36 (dubbelnummer)

Vanaf dinsdag 25 augustus 2026 in de app, op de mat en in de winkel.

Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week. 

Koop de VARAgids los bij Bruna, Primera, supermarkten en tabaks- en gemakswinkels voor slechts € 3,25.
Delen:

VARAgids Avondeditie

Nooit meer zoeken wat u moet kijken: elke werkdag gratis tv-tips, talkshow-onderwerpen en streamingnieuws in uw inbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor