
Mylou Frencken
© ANP
Ze bestiert haar eigen theater zodat ze kan maken wat ze wil. Althans zo begon het. Nu spelen er grote namen, maar is het ook een plek voor jong talent.
Een eigen theater hebben, zou dat niet stiekem de droom zijn van veel regisseurs, acteurs, cabaretiers en muzikanten? Een podium waar je altijd terecht kunt, waar je je eigen voorstellingen kunt testen, en de voorstellingen kunt programmeren van mensen die je goed vindt. Met een bar waar je na de voorstelling kunt nakaarten, een beetje als een stamkroeg. Hoe romantisch! Dat de werkelijkheid een stuk weerbarstiger is, daarover kan Mylou Frencken inmiddels meepraten. Want deze cabaretier heeft in Haarlem haar eigen theater. In een voormalige kerk, een charmant, oud gebouw met gewelven en een hoog plafond, met pluchen gordijnen en 120 klapstoelen met rode zitting. Een gebouw ook met afgebladderde verf, veel tocht en twee gaskacheltjes die de boel in de winter warm moeten houden. Maar wees niet bang: warm wordt het wel, want Theater De Liefde, begonnen in het holst van corona in 2021, is geliefd, zowel bij het publiek als bij artiesten. Wat begon als een wens, een droom, misschien een uit de hand gelopen grap, is nu bittere ernst. Frencken is artistiek leider en ze schrikt nog steeds wat daar allemaal bij komt kijken. ‘Het is een grote oefening in tekortschieten,’ zegt ze. En tegelijkertijd ‘Ontzettend leuk om een theater te hebben en te leiden.’
Terwijl in de kerk de voorbereidingen worden getroffen voor het nieuwe theaterseizoen (in de donkere gang liggen snoeren in alle maten keurig opgerold, als slangen die wachten op de zon) gaat Frencken op zoek naar een plekje om rustig te kunnen praten. ‘Dat is lastig hier, we hebben eigenlijk geen officieel kantoor.’ Aan een tafel tegen de muur worden wat papieren opzijgeschoven en twee stoelen naar elkaar toegedraaid.

Mylou Frencken
© ANP
Het liefst een beetje fris en fruitig natuurlijk. Alle zooi van het vorig jaar achter je laten en opnieuw beginnen. Maar de vraag die ik aan mijn gasten stel, is vooral hoe zij beginnen aan een nieuwe voorstelling. Wat was je inspiratie, je eerste idee? Hoe ga je aan het werk? Dat is ook voor mezelf relevant, want ik zit daar nu toevallig middenin: ik ben begonnen aan het schrijven van nummers voor mijn nieuwe theatershow. Stiekem wil ik daar trouwens de hele dag mee doorgaan. Maar ja: dit (haar armen omhooggestoken om de hele kerk te vatten) begint ook weer. Voor mijn gevoel is het de hele tijd één grote storende toestand van afspraken met het programmateam, met het bestuur en honderd-en-een andere dingen die gedaan en geregeld moeten worden. En daar ben ik eigenlijk ontzettend slecht in!
Totaal niet. Zonder het te willen cultiveren: ik ben een chaoot en een enorme uitsteller. Ik ben slordig en ik laat steken vallen, dus reken maar uit. Maar ik run dit theater niet in mijn eentje. Gelukkig heb ik Simone (Lensink, red.) naast me, die strakker georganiseerd is. Plus nog een heel team andere, heel bekwame mensen met wie we dit hier bestieren.
Het was meer van de nood een deugd maken. Samen met Gerrie Hondius had ik in 2018 voor een festival een mooie voorstelling gemaakt. Zij is zandtekenaar – onder meer, ze doet heel veel dingen – en ze had zandtekeningen gemaakt bij de liedjes die ik zong. Dat was een mooi, dromerig halfuur. Dat wilden we uitbouwen naar een avondvullende voorstelling, maar daar zag mijn toenmalige impresario niets in. Toen riep hij: ‘Jij moet gewoon je eigen theater beginnen. Dan kan je doen waar je zin in hebt.’ Hoe langer we erover nadachten, hoe interessanter het werd. Ook omdat Haarlem, waar Gerrie en ik woonden, eigenlijk geen cabaretpodium had. Tijdens corona viel deze plek min of meer in onze schoot. En hoewel het land op slot zat, hebben we de sprong gewaagd. Doodeng, maar we hebben net ons vijfjarig jubileum achter de rug, dus het werkt blijkbaar.
Doodeng, maar we hebben net ons vijfjarig jubileum achter de rug, dus het werkt blijkbaar.
Ja. Ik heb bijvoorbeeld mijn voorstelling Minnares hier ontwikkeld, daarna ben ik er het land mee ingegaan. Maar het theater is minstens zo belangrijk voor anderen, vooral voor jong talent. Vanaf het begin wilden mensen hier graag optreden. Ook de grote namen. Iemand als Freek de Jonge wil graag in een gezellig zaaltje beginnen. We hebben 120 stoelen en een leuk publiek. En naast die grotere namen, proberen we dus jong talent te zoeken. We hebben elke maand een open podium, OP de Liefde. De dubieuze avond is hier begonnen, een soort vrouwelijke comedyclub. We hebben inmiddels een traditie gemaakt met een heel leuke kerstrevue. En mijn talkshow Hoe, hoe, hoe met Mylou. Die is niet iedere maand, maar als ik er zin in heb, want ook dat is veel georganiseer.