
© Anne Claire de Breij
Schrijver Tommy Wieringa is de vierde Zomergast. Mano Bouzamour leerde observeren van zijn bevriende collega.
Ze zeggen dat je je helden beter niet kunt ontmoeten. Dat de werkelijkheid zelden op kan tegen de verbeelding. Bij Tommy Wieringa bleek het omgekeerde waar.
Ik was begin twintig toen ik hem voor het eerst ontmoette. Tijdens Het Feest der Letteren in de Bijenkorf in Amsterdam signeerden we naast elkaar onze boeken. Tommy torende letterlijk boven me uit. Maar nog indrukwekkender dan zijn lengte was zijn aanwezigheid. Zonder dat hij het wist, deed hij aan aura-farming: het zeldzame vermogen om ontzag, charisma en mysterie op te roepen zonder er moeite voor te doen.
Als stadsjochie probeer ik dat ook altijd. Maar al heel lang draag ik een geheim met me mee: ik durfde tot mijn twintigste nooit blootsvoets over gras te lopen.
I need concrete underneath my feet.
Ik kom uit beton. Tommy uit klei.
Ik leerde de wereld kennen via straten. Tommy via velden.
Wieringa nam me mee naar een landschap dat me vreemd was. Niet alleen de akkers, maar ook de rust, de ruimte en het geduld waarmee hij keek. Ik groeide op in de stad, waar rust schaars is, ruimte bevochten moet worden en ongeduld de natuurlijke hartslag lijkt.
De stad leert je reageren. -Tommy leerde mij observeren.
‘De buitenlucht omhelst me als een oude vriend. De wereld lijkt veranderd tijdens mijn afwezigheid. Gewassen ziet ze eruit alsof de paus op bezoek komt of zo.’
Ik ken zijn zinnen uit mijn kop. Iedereen die geruime tijd binnen heeft gezeten, kent dat gevoel. Goede schrijvers geven woorden aan ervaringen waarvan je niet wist dat je ze zelf al kende.
Na het verschijnen van mijn debuutroman kreeg ik te maken met de keerzijde van zichtbaarheid. De ophef, kritiek en verwachtingen. Tommy zei: ‘Weerbaarheid, Mano. Een schrijver moet weerbaar zijn.’
Sindsdien draag ik die woorden met me mee.
Maar wie weerbaar moet zijn, moet eerst kwetsbaar durven zijn.
Juist daarom vergeet ik nooit die ene lentemiddag waarop ik hem op de Herengracht tegenkwam. Hij was onderweg naar het NIOD, waar hij onderzoek deed voor een nieuw boek. Kort daarna zou zijn eerste column in NRC verschijnen. Tommy kneep zijn ogen samen.
Wieringa.
Groot schrijver.
Onwankelbaar.