Logo VARAgids
VARAgids brengt verdieping bij tv en media

Liesbeth Zegveld over de rechtszaak tegen kloosterorde de Goede Herder: 'Ik wéét dat we gelijk hebben'

28-09-2026
•
leestijd 5 minuten
•
1089 keer bekeken
•
2db11243-e72d-4da3-b550-93c8af8d296f

Liesbeth Zegveld

© Lin Woldendorp

Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld (1970) is regelmatig in het nieuws, dus natuurlijk wordt ze herkend. Maar de aandacht die ze kreeg rond het eerste seizoen van de documentaireserie Meisjes van de Goede Herder was toch anders, vertelt ze. We spreken elkaar in haar kantoor van Prakken d’Oliveira, boven de winkels aan de Helmholtzstraat in Amsterdam. ‘Ik werd bij de bakker door de vrouwen achter de toonbank aangesproken,’ zegt ze, ‘dat is anders niet zo. Kennelijk zijn er veel vrouwen van een bepaalde leeftijd, of hun dochters, die herkennen wat daar in de kloosters is gebeurd.’

Zo ook haar 87-jarige moeder. ‘Ze kan er niet naar kijken. Ze heeft op een schippersinternaat gezeten en heeft niet meegemaakt wat er bij de Zusters van de Goede Herder is gebeurd, maar ze zegt: Ik krijg acuut last van mijn darmen als ik alleen al naar het begin van zo’n uitzending kijk.’

‘Het gaat over vrouwenrechten,’ zal Zegveld tegen het einde van ons gesprek zeggen. ‘Dat komt dichtbij en dan wordt het ingewikkelder.’

Deze week begint het tweede seizoen van de documentairereeks Meisjes van de Goede Herder. De reeks telt vier afleveringen, met opnieuw onthullende en schrijnende verhalen over dwangarbeid, uitbuiting en misbruik van meisjes in de kloosters van de Zusters van de Goede Herder.

Waar de reeks over gaat? Ga er maar even voor zitten.

Nederland telde vijf katholieke Goede Herder-kloosters waar tussen 1860 en 1978 zo’n 20.000 meisjes werden ‘opgevangen’. Uit getuigenissen blijkt dat de meisjes werden gedwongen om in naaiateliers te werken, waar ze voor onder andere C&A, Peek & Cloppenburg en het Koninklijk Huis kleding maakten. Anderen moesten in wasserijen of als huishoudster bij gezinnen aan de slag. Wat al die meisjes gemeen hadden was dat ze werden uitgebuit. Ze werden niet betaald. Ze mochten niet met elkaar praten. ‘Als ik probeerde te ontsnappen,’ zegt een van hen, ‘stuurden ze twee grote herdershonden achter me aan.’

Het schandaal is enorm, groter dan Nederland. Wereldwijd bestond de Congregatie van Onze Lieve Vrouw van Liefde van de Goede Herder uit zo’n 350 kloosters, waar veelvuldig sprake was van misstanden. De beruchte Magdalene Laundries in Ierland, u vast bekend, waren onderdeel van Zusters van de Goede Herder.

Deze afschuwelijke geschiedenis weet regisseur Britta Hosman in haar documentaireserie voor de VPRO tot invoelbare proporties terug te brengen door met name drie vrouwen te belichten: Lies, Joke en Roos, die samen met anderen een rechtszaak tegen de kloosterorde aanspannen. We zien de ‘meisjes’ van inmiddels eind zestig, begin zeventig, in gesprek met elkaar, met Liesbeth Zegveld en hun vertrouwenspersoon. We horen dat Lies van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat achter een industriële naaimachine kleding moest naaien. Dat Joke voor straf veertien dagen in een donkere isoleercel werd opgesloten. Dat Roos vóór ze naar het klooster ging thuis al in een misbruiksituatie zat, dat ze op zondag bij ooms op schoot het hop-paardje-hop moest ondergaan. (Ik zal u nog meer gruwelijke details besparen.)

Lies, Joke en Roos gaan in het tweede seizoen verder op zoek naar vergeten begraafplaatsen waar anonieme meisjes begraven liggen. De vrouwen vertellen over seksueel misbruik, over abortussen met medeweten van de kerk en – daar komt Zegveld in beeld – ze beginnen aan hun hoger beroep.

In het eerste seizoen hoorden ze dat hun zaak was verjaard, nu stappen de vrouwen naar het gerechtshof.

Waarom besloot je deze rechtszaak aan te gaan?

Ik was meteen gegrepen, want het is nogal een zaak. Maar ik wist ook: dit wordt een proces van de lange adem. De cliëntengroep is relatief kwetsbaar, en procederen is sowieso zwaar. Ik vond dat we samen moesten optrekken. Individueel zou het niet lukken. De vrouwen moesten gezamenlijk een zaak beginnen. Een deel van hen wilde dat, een deel niet. Uiteindelijk doen negentien vrouwen mee aan het proces.

Je staat bekend om zaken van oorlogsrecht en om processen tegen de Nederlandse Staat op basis van internationaal recht. Je hebt nabestaanden van slachtoffers van de genocide in Srebrenica in 1995 bijgestaan, weduwen van het bloedbad van Rawagede in Indonesië in 1947, nabestaanden van Molukse treinkapers bij De Punt in 1977… Waarom nu deze zaak?

Nou, dit is ook institutioneel, hè? Het is grootschalig en institutioneel. Dat is mijn werkgebied. De kerk had toen ongeveer dezelfde positie als de Staat nu heeft. De kerk nam beslissingen en bepaalde het leven van mensen, zoals een overheid dat doet. De meisjes werden daar gevangengehouden en dus was de kerk volledig verantwoordelijk voor hun levens. Het gaat over detentie, over mensenrechten. We zouden het nu mensenhandel noemen. Moderne slavernij.

LW_Liesbeth_Zegveld-3

© Lin Woldendorp

De verhalen van de vrouwen gaan over de periode 1958 tot 1978, de jaren dat de vrouwen in de kloosters zaten.

Dat is de periode waarover zij verklaringen kunnen afleggen. Vanaf het moment dat de meisjes een jaar of twaalf, dertien waren – dus vanaf het moment dat ze konden werken – gingen ze naar het klooster en zodra ze meerderjarig waren, werden ze eruit gezet. Zonder diploma, met helemaal niks. Juist die jaren zijn cruciaal en vormend. Ik heb het bij mijn dochters gezien, het is de tijd dat je je langzaam voorbereidt op de maatschappij. Maar deze meisjes werden uitgebuit, en dan hadden ze veelal al een grote achterstand in de maatschappij door een moeilijke thuissituatie, een geschiedenis van geweld, van armoede. Dat maakte hen nog weerlozer.

Stellig: ‘Het is collectieve mishandeling, uitbuiting door de kerk, met wegkijken van de Staat.’

Een vrouw vertelt dat ze als veertienjarige voor zes weken naar het klooster werd gestuurd, omdat ze ‘een beetje stil’ was. Er was niets mis met haar, maar na die zes weken mocht ze niet naar huis. De nonnen vertelden haar ouders dat ze in het klooster wilde blijven, en tegen haar zeiden ze dat haar ouders haar niet terug wilden. De vrouw zat bijna vier jaar in het klooster en moest als huishoudster bij gezinnen werken. Het verweer van De Goede Herder is vaak: zo werd er in die tijd met kinderen omgegaan. En inderdaad, deels was dat zo. Ik denk dat daarom ook veel mensen, vrouwen, zich in die verhalen herkennen. Men ging anders met kinderen om. Slaan was min of meer geaccepteerd… Maar wat in deze zaak opvalt, is het enorme aantal kinderen dat betrokken is, de productie die ze moesten leveren, het helemaal afgesloten zijn van de wereld. Zo moesten de kinderen enthousiaste brieven aan hun ouders schrijven, de nonnen lazen mee.

Wat ik wil zeggen: het is natuurlijk allemaal individueel misbruik, met schrijnende verhalen van iedere vrouw. De Goede Herder wil graag alles tot individueel leed terugbrengen. Ze benaderen het een beetje als: u mag blij zijn dat iemand bereid was u op te vangen, anders was er niets van u terechtgekomen. Maar het punt is dat de meisjes allemaal zes dagen per week voor noppes hebben moeten werken. Dat is dwangarbeid. Wat er in de kloosters gebeurde, was een verdienmodel. Het was structureel. Dan kun je niet zeggen: het hoorde bij de opvoeding, werken is goed voor je, of zo was het nou eenmaal in die tijd.

‘Het is collectieve mishandeling, uitbuiting door de kerk, met wegkijken van de Staat’

Je doel is om het structurele misbruik aan te tonen?

Precies. Ik wil het losmaken van het individuele, tragische leed.

Want je denkt: op die grond kunnen we de zaak winnen?

Ja, op grond van dwangarbeid. De rechtbank Noord-Holland oordeelde in 2023 dat de zaak juridisch is verjaard, maar dit soort grootschalig misbruik zou niet moeten kunnen verjaren. Daarom willen we het losmaken van het individuele leed. Hoe gevoelig dat voor de vrouwen ook is, want het depersonaliseren is precies wat de kerk ook met hen deed. Hun individualiteit werd afgenomen. Het is goed om te kijken wat al die vrouwen gemeen hadden. Wat delen ze? Dat was: werken onder dwang, zonder betaling.

Verder lezen?

Lees verder in VARAgids 40

Vanaf dinsdag 29 september 2026 in de app, op de mat en in de winkel.

Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week. 

Koop de VARAgids los bij Bruna, Primera, supermarkten en tabaks- en gemakswinkels voor slechts € 1,95.

VARAgids Avondeditie

Nooit meer zoeken wat u moet kijken: elke werkdag gratis tv-tips, talkshow-onderwerpen en streamingnieuws in uw inbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor