Sfeerfoto van VARAgids
VARAgids
VARAgids
De VARAgids online heeft uitgelichte artikelen, allerlei winacties, podcasts en het tv-overzicht.
VARAgids

Interview met Menno Bentveld

5 apr 2021
  •  
leestijd 5 minuten
  •  
259 keer bekeken
menno
Door Annemart van Rhee
Menno Bentveld (1967) maakte een documentai-reserie over water, maar zonder opgeheven vinger: ‘In de jaren 80 ging de wereld écht naar de klote. Kernafval werd met tonnen zo de Atlantische Oceaan in gelazerd.’
Zijn outdoor bagage staat thuis in de gang in Leiden klaar voor vertrek. Een tas met warme kleding. De andere met slaapzak, matje en zaklamp. Want elke week bivakkeert presentator Menno Bentveld – al veertien jaar gezicht en stem van instituut Vroege vogels – voor opnamen twee nachten in een nogal primitieve omgeving tijdens zijn urenlange zoektochten naar de modderkruiper of die ene boskrekel. Voor hem en zijn team geen comfort van een vijfsterrenhotel. In plaats daarvan: een schuur bij een vogelkijkplaats, geklooi in een kopieerhok van Staatsbosbeheer of kleumen op een boerenzolder. No-nonsense dus. ‘Ik moet het natuurgebied waarin we verblijven, kunnen voelen en ruiken. Dag en nacht. Bovendien houd ik wel van gedoe met de elementen. Samen met anderen in een bootje schuilen onder plu’s en plastic terwijl de regen met bakken naar beneden komt. Dat is avontuur.’ Soms blijken die missies tevergeefs. Dan laat die bever of das zich na uren posten in bosjes en struiken niet zien. En na veertien jaar als Vroege vogels-presentator hoopt Bentveld nog steeds op een glimp in het wild van een otter. Een droom noemt hij die confrontatie. ‘We hebben wel eens een poepje gevonden. Of een pootafdruk. Meer niet. Maar ja, dat hoort er nu eenmaal bij. De ene keer heb je een verrassing, dan weer een teleurstelling. Die etaleren we dan ook in het programma. We weigeren zoals andere, niet bij naam te noemen, presentatoren te doen alsof we toch dat ene dier zagen. Zo van: ooooooo daar, jaaaa mooi! En dan weet ik dat ze naar een oude boomstam of leeg grasveld kijken.’ De afgelopen maanden was Menno Bentveld naast zijn reportages en studiowerk voor Vroege vogels op radio en televisie ook bezig met de vierdelige documentairereeks Waterman, over het Nederlandse watersysteem. Een urgente serie, door de oplaaiende milieu- en landbouwdiscussies. Samen met onder anderen regisseur Geertjan Lassche (Break free, Frontberichten) nam hij dat stelsel in onder andere Noord-Holland, Overijssel, Zeeland en Noord-Brabant onder de loep. Hij stuitte op spannende verhalen, zegt hij.

Wat is er spannend aan water?
Ons hele systeem is ongelofelijk ingewikkeld, bizar en wonderlijk. Hetzelfde geldt voor onze omgang met water. Daarnaast is het te nat of te droog en het peil is te hoog of te laag. We kermen chronisch. De drinkwaterbedrijven, consumenten, akkerbouwers. Het lijkt nooit goed. Terwijl het dat vaak wel is. Want we leven hier intussen wel met elkaar in deze rare delta.

Maar volgens onheilsprofeten gaat dat niet heel lang meer goed.
Nou, de manier waarop we eeuwenlang met water zijn omgegaan, staat onder druk. We wilden alles zo snel mogelijk kwijt anders verzopen we en konden boeren niet met hun trekkers het land op. Afvoeren en pompen maar. Nu leidt dat tot extreme tegenstellingen omdat we vaker met korte gigantische hoosbuien en langer met periodes van droogte te maken hebben. We zijn op Schouwen-Duiveland geweest waar een boer in de zomer elke dag tien keer een vrachtwagen heen en weer naar het VolkerakZoommeer laat rijden om zoet water te tappen om zijn land te beregenen. Klauwen met geld en een berg energie kost dat. Niet bepaald duurzaam. Daarnaast filmden we bij de sluizen van IJmuiden waar diezelfde hoeveelheid elke seconde de Noordzee in verdwijnt. Soms met moeite door de stijgende zeespiegel. In Noord-Brabant waanden we ons in Texas: mannen met baarden, tattoos en platte helmen die in de buurt van De Groote Peel putten slaan op zestig meter diepte. En Amsterdam heeft door allerlei activiteit onder de grond, parkeergarages, de metro, te maken met vochtige woningen vol schimmel terwijl even verderop de boel verzakt omdat palen droog vallen. Kortom: conflicterende belangen tussen boeren, burgers, de natuur, bierbrouwers en andere producenten. Het is vechten om diezelfde druppel. We willen kijkers verbazen en de ogen openen, ook duidelijk maken dat het in de toekomst anders moet. Maar we maken geen populair wetenschappelijk programma dat komt met maquettes en technische oplossingen.

Jarenlang hadden we de boerenromantiek: het buitenleven, Yvon Jaspers, lekker lokaal. Nu zien we demonstraties, woede, onbegrip. Is de boer ineens 
de vijand?
In de beeldvorming lijkt dit soms zo. Maar dat is niet terecht. Veel boeren zijn heel erg begaan met de natuur. Ze rijden echt niet expres over weidevogel-nesten heen of maken het land kapot zodat er geen kruiden of insecten overblijven. Ook weet ik dat velen best willen veranderen. Milieubewuster willen werken met minder land en minder koeien, een goed product en een mooie opbrengst. Tegelijkertijd opereren ze op een wereldmarkt, hebben ze met Europese regelgeving te maken en zitten ze bij banken in de tang vanwege leningen en investeringen. Simpelweg roepen dat de veestapel en landbouw snel gehalveerd moeten worden werkt dan niet. Er moet samen met de politiek worden gekeken naar een oplossing waardoor boeren goed betaald krijgen voor duurzame producten en tegelijkertijd natuur beheren. Nu denken zij: leuk hoor die suggesties over een gezellige camping beginnen, kaasmakertje spelen met wat boerengolf erbij. Mooie praatjes. Dat vinden ze valse romantiek van een stelletje idealisten, maar geen verdienmodel.

Ben jij een idealist? 
Ja, eigenlijk wel. Omdat ik vind dat het nodig is. Het gaat me aan het hart hoe wij omgaan met de aarde en hoe wie die achterlaten. Ik heb drie kinderen, ze zijn inmiddels allemaal het huis uit, en ik voel me naar hen toe ongemakkelijk als ik het nieuws over vervuiling en milieu zie. Daar word ik kwaad over en verdrietig van. We nemen en plukken maar en gebruiken zonder na te denken en we werpen weg. Ik vind dat schandalig en stoor mij daaraan. Dan denk ik: doen we wel genoeg om ervoor te zorgen dat de aarde straks nog leefbaar voor hen is? Moeten we niet harder ingrijpen? Die klimaatklok tikt sneller dan we denken. Europa en de landelijke overheid moeten die veranderingen stimuleren. De consument is veel te lui en wil zijn kar vol gooien met kiloknallers. Wij Nederlanders hebben een grote mond over het milieu, maar in supermarkt willen we zo goedkoop mogelijk uit zijn.

Lees verder in VARAgids 15 vanaf pagina 8.

Meer over:

artikelen

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld u aan voor de dagelijkse VARAgids Avondeditie!

Meer over dit onderwerp

Populair bij BNNVARA