
Glamourland
© AVROTROS
De voorgeschiedenis van de tv-klassieker Glamourland volgens zijn producent Gijs van de Westelaken.
Het ging erom zijn blik te vangen. Dat was niet eenvoudig: slechts een deel van zijn gezicht verscheen na aankloppen achter een luikje ter grootte van een ansichtkaart, en zijn ogen spiedden dan in het rond, naar de tientallen drommende mensen die net als jij probeerden oogcontact met hem te krijgen. Als dat lukte, was je er nog lang niet: zijn deurbeleid was volstrekt onvoorspelbaar. De ene vrijdagnacht werd je breed lachend binnengelaten terwijl de jaloerse massa teleurgesteld buiten moest blijven wachten, de volgende werd je kil genegeerd – zeker iets verkeerds gezegd de vorige keer, of je ingelaten met de verkeerde mensen. In dat laatste geval zat er niets anders op dan achterin dat steegje bij de hoofdstedelijke Damstraat samen met de andere afgewezenen te wachten op een nieuwe kans, een activiteit die niet zonder gevaar was, want de bovenbuurman had vaak zo genoeg van die herrie beneden dat hij het gezelschap bekogelde met een stevige bloempot.
Maar als hij je eenmaal wel had toegeknikt, leek het alsof je in het heilige der heiligen werd binnengelaten. Dan veranderde die kritische, afwijzende blik vanachter dat luikje in een buitengewoon gastvrije houding – kom binnen! – uitnodigend gebarend met de rechterarm, als een gastheer van een luxueus paleis. Chez Nelly, het latenightcafé van Gert-Jan Dröge, vernoemd naar barkeepster Nelly Frijda, was echter niet veel meer dan een pijpenla. Eenmaal de deur door bevond zich links het domein van de gastheer – een barkruk en een soort balie, waarop een Polaroidcamera lag, voor het geval je tot lid werd gebombardeerd (ja, ik ben nog altijd de trotse bezitter van een lidmaatschapskaartje), een stapeltje exemplaren van het gelijknamige clubblad, en ruimte voor het hakken & verdelen van de toenmalige partydrug, als je geluk had door de gastheer hoogstpersoonlijk maar zuinigjes gedistribueerd – zelf was hij niet zo van de witte poeders, hij zou tot aan het einde trouw blijven aan de softe joint. Links strekte zich de bar uit, rechts het toilettenblok, en daartussenin stond men dan. Vaak in opvallend veel ruimte, in verhouding tot de menigte buiten – Dröge hield niet van drukte en massa's, zijn café was zijn thuis. En gastheerschap betekende ook dat je niet de laatste gulden omzet uit zoveel mogelijk op elkaar gepropte gasten poogde te persen. Door op de kleinste details te letten, moesten zij zich uitverkoren kunnen voelen.
'Maar als hij je eenmaal wel had toegeknikt, leek het alsof je in het heilige der heiligen werd binnengelaten.'
Eenmaal binnen, wat deed je er dan? Er zijn, daar ging het om. Dat was ook enige tijd het geval in '36 op de Schaal van Richter', kortweg Richter, zijn veel grotere, volgende hot spot – daar kon zelfs ruimschoots gedanst worden op harde muziek, een concessie die Dröge aan de eisen van het uitgaansleven in de beginjaren 80 had moeten doen. Maar hij had er wel voor gezorgd dat er boven een ruimte was waar je nog met elkaar kon praten, een soort lounge – lang voordat dat een uitgaanstrend werd. De Richter werd hem al snel te groot, en hij trok zich in stilte terug in zijn bescheiden woning aan de Van Eeghenstraat in chic Oud-Zuid.
Daar trof ik hem aan toen we midden jaren 80, bij de toenmalige Haagse Post, op zoek waren naar een grachtengordel-variant op de societyrubriek van 'Stan Huygens' in De Telegraaf. Goed idee, maar geen idee wie dat zou kunnen maken. Totdat de verloofde thuis, met een al even stevig Chez Nelly-verleden, opmerkte: waarom vraag je Gert-Jan niet?
The rest is history, in zekere zin. Dröge's HP-achterpagina 'Milieu' groeide snel uit tot het veruit populairste onderdeel van het almaar kwakkelender weekblad. De formule was simpel: Dröge bezocht, in gezelschap van een fotograaf, een feestje, voor een stuk of tien foto's met bijschrift. Niks bijzonders, zoiets kun je aan elke anders toch maar lanterfantende verslaggever overlaten en dat doen de kranten en tijdschriften tegenwoordig dan ook massaal, maar al die hedendaagse varianten vallen in het niet bij die ene pagina van Dröge.
Waarom? Omdat hij er absurd hard aan werkte. Na het feestbezoek – waar hij altijd erg tegenop zag – zat hij thuis een week lang met een loep te dubben boven de contactvellen van de fotograaf: welke foto zou hij kiezen? Om tegelijkertijd dagen en nachten te besteden aan de formulering van het juiste bijschrift, waarbij hij vaak de hulp moest inroepen van de uiterst scherpzinnige woordenweger Hertz Hertzberger – als hij daar tenminste geen knallende ruzie mee maakte, over het plaatsen van een komma. Mijn favoriet was een bijschrift bij zijn jaarlijkse verslag van het Horecabal – toch al een parade aan Felliniaanse koppen, maar één close-up van een bolle man met enorme neus sloeg alles. Het bijschrift luidde, na uren dubben: 'Kees van Hotel Kees' – minimal poetry op zijn best.
Op de deadlinedag vervoegde hij zich dan 's ochtends puffend bij de vormgever, die hij zo'n beetje de hele dag in beslag nam, ondertussen iedereen bedwelmend met rookwolken van joints – HP is in die jaren redelijk stoned tot stand gekomen. Meestal was hij nog lang niet klaar als de uiterste deadline zich aandiende – woedend kon hij dan reageren op de aanmaningen van de eindredactie, en om de week nam hij zijn ontslag, om dat de volgende ochtend weer schoorvoetend in te trekken. Gert-Jan Dröge leefde voor zijn 'Milieu'-pagina, fulltime, dag en nacht. Kom daar nu maar eens om. Het zijn rubrieken voor erbij, niemand die nog zoveel energie kan en wil steken in wat feitelijk een komma in de krant is, om met dichter Hans Sleutelaar te spreken.
Begin jaren 90 transformeerde 'Milieu' naar televisie als Glamourland. De werkwijze bleef hetzelfde, hoewel hij ditmaal ondersteund werd door een, afhankelijk van zijn luimen, wisselend redactie- en productieteam. Hadden we hem er eenmaal (na het door hem afwijzen van vele opties) toe kunnen bewegen met camerateam een bezoek aan een party te brengen, dan dienden we ons de volgende ochtend te vervoegen in zijn werkkamer, om het ruwe materiaal geheel door te kijken. Schrijf-tv, ben ik het op een goed moment gaan noemen – de montage van een uitzending werd geheel gedicteerd door het ritme van een letterlijk minutieus geschreven scenario, op elke lettergreep en elk leesteken werd het beeld aangepast. Dröge kon weken aan een enkele reportage besteden. Wie goed kijkt, ziet juweeltjes van geconstrueerde televisie.
Zeker, het was een energie een betere zaak waardig, maar het sloot naadloos aan bij het zorgvuldige gastheerschap van zijn vorige carrière. In die zin was er geen verschil: ook de tv-kijker is een gast, die het tot in de kleinste details naar de zin gemaakt moet worden. Dröge bediende die gast vanuit zijn huis, achter de monitor, door banden te kijken in eindeloze herhaling – slechts afgeleid door zijn aandacht vragende katten, even wat patience op de computer, en een jointje op zijn tijd. Meer is er niet nodig voor het scheppen van historische televisie.
Dit artikel komt uit de VARAgids (2011).