
© Anne Claire de Breij
Ex-politicus en internationaal onderhandelaar Sigrid Kaag is de een-na-laatste Zomergast. De avond zal vooral in het teken staan van gedeelde menselijkheid, zo belooft Kaag.
Het beeld van de D66-leider die dansend op een tafel de verkiezingsuitslag viert is voor veel Nederlanders waarschijnlijk nog altijd het eerste dat opkomt wanneer de naam Sigrid Kaag valt. Het had ook iets koddigs: het niet geheel vloeiende, overduidelijk ingestudeerde beklimmen van die net te hoge tafel. Om over het dansen zelf nog maar te zwijgen. Dat beeld doet echter geen recht aan wat de in 1961 als Sigrid Agnes Maria Kaag geboren Rijswijkse allemaal heeft bereikt. En nog altijd kan bereiken.
Nog vóór haar entree in de Nederlandse politiek, in 2017, had Kaag al een indrukwekkende internationale loopbaan opgebouwd. Ze bekleedde topfuncties bij UNICEF, leidde namens de Verenigde Naties de gezamenlijke VN-OPCW-missie die toezag op de ontmanteling van de Syrische chemische wapenvoorraad en was speciaal coördinator van de VN voor Libanon.
Na het vertrek van Alexander Pechtold in 2018 werd Kaag in 2020 partijleider van D66. Voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 was zij lijsttrekker. In aanloop naar die verkiezingen zond de VPRO de documentaire Sigrid Kaag: van Beiroet tot Binnenhof uit, waarvoor zij meerdere jaren was gevolgd. De film leidde tot ophef, omdat zowel D66 als het ministerie van Buitenlandse Zaken zich nadrukkelijk met de inhoud zouden hebben bemoeid. Ook haar imago kwam uitgebreid aan bod: internationaal geprezen om haar diplomatieke kwaliteiten, maar in Nederland geregeld bekritiseerd vanwege haar vermeende afstandelijkheid en elitaire uitstraling. Nieuw leiderschap was het motto waarmee Kaag de strijd met Mark Rutte aanging. Met succes: D66 behaalde een recordaantal van 24 zetels. Het ‘Kaag-effect’ was geboren, al werd dat voor sommigen overschaduwd door dat ene dansje op tafel; misschien wel bedoeld als een spontane poging om juist haar menselijke kant te laten zien.