
© Martin Dijkstra
Hij blijkt de man van alle ambachten (bonbonmaken, een huis bouwen, tuinieren). Maar waarom dan acteren? ‘Een vriendin ging iets doen wat ze leuk vond. Toen dacht ik: dat wil ik ook wel.’
De nieuwe televisieserie Rust en vreugd opent met Thomas die in zijn stoel met voetensteun ’s avonds golf zit te kijken. Wollen deken over de benen, koptelefoon op, zijn geliefde vrouw Emma (Annet Malherbe) die hem tevergeefs vraagt ook naar bed te gaan: de tevreden boomer ten voeten uit. Nou ja, behalve dat hij die avond doodgaat, in diezelfde stoel, maar het punt is: Jaap Spijkers speelt Thomas, en de twee mannen zouden niet meer van elkaar kunnen verschillen.
Spijkers houdt namelijk niet eens van tv-kijken, en vermoedelijk ook niet van golf en dekentjes. Spijkers houdt van werken. En van motorrijden, bonbons maken, klussen, tuinieren en reizen door Zweden. De bomen in de tuin zijn door hem geplant, de nieuwe schuur wordt door hem gebouwd, de wanden in huis zijn door hem met spaanplaat bekleed (ook die héél hoge). En de metersbrede kast en enorme draaideur in de gang? Ook Spijkers.
Sowieso was het huis dat hij bewoont met grote liefde Myranda – al 44 jaar samen – een flinke klus. Zo’n tien jaar geleden stuitten ze op een krantenartikel over een nieuw project in Almere, iets over een stuk polder en het plan dat iedereen die dat wilde, daar zijn eigen droomhuis op kon bouwen. Nou ja, op inschrijving dan. Goh, dachten ze, interessant. Lang verhaal kort: ze wonen er, aan een weg die ze met de andere bewoners zelf moesten aanleggen, in een zelfontworpen en deels -gebouwd huis. ‘De muren zijn strobalen met daaroverheen leemstuc. Daarom zijn ze zo dik, zie je dat? Het absorbeert vocht maar geeft vooral een heel fijn geluid. Warm, terwijl het een grote, hoge ruimte is.’
Lekker dat je zelf zo handig bent. Hoe heb je dat geleerd?
Al jong kreeg ik het gevoel dat acteren, spelen, repeteren allemaal heel leuk is, maar als je klaar bent heb je niets tástbaars. Toneel is iets wat alleen leeft in je eigen hoofd en dat van het publiek. Dat vond ik moeilijk. Ik had thuis een schuurtje in de achtertuin en begon daar eens met een tafeltje in elkaar zetten. En een stoeltje maken. Iets praktisch. Als ik de deur dichttrok en die de volgende dag weer opendeed, stond dat stoeltje daar nog. Wat leuk, dacht ik dan, daar kan ik mee verder. Ik ben gewoon graag bezig.
Vertel nog even over de tuin. Fluisterend: want dan heb ik mijn bruggetje naar volkstuinen, de arena van Rust en vreugd.
O! Nou, ik werk ook inderdaad ook graag in de tuin, maar daar moet ik wel een paar dagen vrij voor hebben. Want als ik begin, ben ik meteen een tijd bezig.
Ik zie gras, bomen…
En daar, achter de heg, ligt onze moestuin, daar eten we van. Sla, kruiden, uien, aardappelen, prei, pompoenen, winterpostelein: verrukkelijk. En onder de pergola staan alle bessen en bramen. In de kas – ook zelf gemaakt – kweken we plantjes op. En die bomen, jaaa dat vind ik het allerleukste, bomen planten. Eerst is er niks. Maar dan graaf je een gat, plant ’m en verrek: dan is er opeens een element in de ruimte. Dat is mooi. We hebben van alles: amandel, walnoot, kers, nashi-peer, kweepeer, in de voortuin een paar appelbomen.
Thomas’ vrouw Emma krijgt na zijn overlijden een volkstuin in de schoot geworpen.
De scenes die ik speel met Annet zijn heel intiem en bouwen eigenlijk voort op hoe onze relatie bij leven was. Ik steun haar, een beetje pushen, troosten. Voor haar ben ik niet dood, zij houdt mij in leven. En ik zeg haar toch serieus over die volkstuin na te denken.
Ze neemt ’m, en moet vervolgens – met jouw hulp – dealen met alles wat er binnen zo’n complex gebeurt: de regels, de mensen. Is er een parallel te vinden met hoe het in dit wijkje is?
Toen we hier gingen bouwen, was er letterlijk niks. Niet eens een weg, die hebben we zelf aangelegd en betaald met de mensen die op dit stuk ook een kavel hadden gekocht. Dat moest als eerste gebeuren, want om te bouwen zijn vrachtwagens nodig. We hebben eindeloos vergaderd: hoe gaat de weg lopen, wat voor soort asfalt willen we, wel of geen verlichting. Dat type overleg gaat altijd soepel, tot het over geld gaat. Met luide stem: ‘Ik zie nu in de notulen dit en dit staan, dat vind ik niet eerlijk!’ ‘Waarom moeten wij betalen omdat zij nog niet weten waar de riolering moet lopen?’
Schitterend, een micromaatschappij.
Precies, en dat is in de serie ook zo. Het is een soort dwarsdoorsnede van wat er in Nederland gebeurt, maar dan onder een vergrootglas. Je zit dicht op elkaar, kent elkaars goede en slechte kanten, er gelden regels. Je moet het met elkaar rooien en er ontstaat gemeenschapszin omdat je elkaar nodig hebt, maar tegelijkertijd iedereen heeft z’n nukken.
We namen het programma op in een volkstuincomplex in Utrecht. In de ruimte waar wij ons omkleedden, hing echt zo’n lijst met wie welke tuindagen, padendagen of waterpartijdagen had gemist. Daar stond dan een kruisje achter, als een soort openlijke schandpaal. Zo gaat het dus echt.
Zou jij kunnen gedijen in zo’n omgeving?
Moeilijk, ik ben gehecht aan mijn autonomie. Wat dat betreft zitten we hier beter, want nu al het gemeenschappelijke werk is gedaan, leven we allemaal ons eigen leven. Ik zou het erg lastig vinden als mensen tegen me zeggen: ‘Je zou het beter zó kunnen doen.’
Jouw dochter noemde je stronteigenwijs.
Daar heeft ze gelijk in.
Weet je het ook echt beter?
Dat vinden alle eigenwijze mensen. Weet je wat het is? Ik vind het helemaal niet erg om de fout in te gaan. Maar mag het dan in godsnaam wel mijn eigen fout zijn? Dan leer ik er nog iets van. Ik vind het niet erg om iets te bouwen, een verkeerde keuze te maken en het dan weer te moeten afbreken. Wat stom! En dan probeer ik het opnieuw. Maar als iemand over mijn schouder meekijkt en zegt: Dat zou ik anders doen, dan denk ik: o ja, joh?
Wat voor type ben jij binnen een groep?
In mijn werk heb ik inmiddels een bepaalde senioriteit – of anders gezegd: ik begin gewoon oud te worden. Ik heb de afgelopen periode met Toneelgroep Maastricht gerepeteerd voor Oom Wanja. Ik kan dan goed kijken en luisteren en pas als de tijd rijp is, geef ik advies. Ik zit niet meer op de eerste rij en die behoefte heb ik ook niet meer.
Lees verder in VARAgids 10. Vanaf dinsdag 2 maart 2026 in de app, op de mat en in de winkel. Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week.
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief