
© Stefan Heijdendael
Ze woont in Libanon, spreekt vloeiend Arabisch en doet verslag van oorlogen én het dagelijks leven in het Midden-Oosten. Een gesprek met collega-correspondent Thomas Erdbrink.
Haar werk bracht Daisy Mohr naar Syrië, Libië, Irak en Gaza. Toch begon het allemaal met een toevallige ontmoeting in een universiteitsgang in Londen. Daar ging ze journalistiek studeren. Op dag twee kwam ze op de universiteit een boomlange Nederlander tegen. Het bleek Jeroen Oerlemans te zijn. Met hem had ze het jaar daarvoor in Amsterdam achter de bar gestaan. Hij zou later een bekende fotograaf worden. Het werd een vriendschap voor het leven.
Na drie jaar Londen besloot ze in Egypte Arabisch te gaan leren. Het ticket naar Caïro was al geboekt. Maar tijdens een kerstdiner overtuigde haar tante Lily haar dat ze naar Libanon moest gaan. ‘Beiroet is geweldig,’ drukte ze haar nicht op het hart. Lily kon het weten want die was er vaak geweest, ook tijdens de Libanese burgeroorlog, en kende allerlei mensen in het land. ‘Ik dacht, het zal wel. Beiroet, ook goed. Zo -stevig was mijn plan.’
In 2002, na 9/11, de terreuraanslag die het hele Midden-Oosten zou veranderen, reisde ze af. Via via had ze het nummer van Arthur Blok gevonden, een Nederlander met Libanese roots die in Beiroet als journalist werkte. Ze kon in zijn huis een kamer betrekken. Blok nam haar de tweede avond mee naar een bar, de Pacifico. Achter de tap stond Tony, de manager. Met hem zou ze trouwen en drie kinderen krijgen. En vaak op de bar dansen. Al is het daar de laatste jaren de sfeer niet meer naar in Libanon, en eigenlijk nergens in het Midden-Oosten meer.
Toeval lijkt een rode draad in het leven van Daisy, die op haar 22ste natuurlijk nooit had gedacht dat haar leven zo zou lopen. Dat ze in Syrië, Libië, Irak, Iran, Jordanië, Jemen en Egypte terecht zou komen, dat haar kinderen in Libanon zouden opgroeien, dat ze een invloedrijke correspondente zou worden en dat ze recent twee oorlogen in korte tijd zou meemaken, met dreunen in de verte en vlakbij, ook in haar eigen omgeving, en drones boven haar woning net buiten Beiroet.
Maar zó veel toeval bestaat natuurlijk niet. Zoals een correspondent moet meebewegen met de golven van het nieuws, staat Daisy in alles open voor wat er op haar pad komt, net als bij de verhalen die ze maakt voor het Journaal. ‘Het hoeft niet allemaal gepland of gescript te zijn, de mooiste dingen gebeuren vanzelf,’ zegt ze over haar werk. ‘En ik heb vertrouwen in de goede afloop.’
'De mooiste dingen gebeuren vanzelf'
Bijna was ze teruggegaan naar Groot-Brittannië, ze had zich namelijk ingeschreven voor een master Midden-Oostenstudies in Oxford. ‘Maar Amerika besloot Irak binnen te vallen. Toen dacht ik, ga ik in boeken over de geschiedenis van het Midden-Oosten lezen over wat ik zelf kan meemaken?’ Nee dus.
Samen met Jeroen, die toen al fotografeerde voor het fotoagentschap Rex Features, trok freelancer Daisy in maart 2003 met een opdracht voor onder andere Het Parool naar de grenzen van Irak, eerst aan de Syrische kant, later in Jordanië. Afwachtend op een kans om het land binnen te komen. ‘En in de woestijn van Ruwaished, daar zaten alle correspondenten te wachten, onder wie ook Conny Mus van RTL-Nieuws. Hij zat in een auto met kogelwerende ramen vol met lekkere hapjes en drankjes en zo.’
Even voor wie het niet meer weet. Conny Mus was een legendarische tv-journalist, voor de kijkers én voor ons jonge journalisten. Conny bezat de gave om met iedereen contact te maken, vrienden te worden en kritische vragen te stellen. Een Amsterdamse volksjongen gestationeerd in Israël, met een hart van goud. Waar sommige oudere correspondenten met de jaren zichzelf steeds serieuzer gingen nemen, kon je met Conny altijd lachen en stond hij voor iedereen klaar.
Zowel Daisy als ik hebben de start van onze televisiecarrières aan Conny te danken. We hebben beiden van hem geleerd dat ons werk altijd over mensen moet gaan. Hij stierf veel te jong, 59, in 2010.
Daisy’s tv-werk voor Nederland begon in die woestijn. ‘Die Daisy is een handig beessie,’ concludeerde Conny vrijwel direct en bombardeerde Daisy tot producer voor RTL in Beiroet. Samen reden ze Bagdad binnen, waar de standbeelden van Saddam Hussein omver werden getrokken.
Dankzij Conny heb ik Daisy leren kennen. Ik ontmoette hem een paar maanden later in Zuid-Irak, in As Samawah. Niet veel verderop had het Nederlandse leger een kamp ingericht, Kamp Holland. Een zeikerige legervoorlichter wilde mij niet binnenlaten nadat ik zes uur door de woestijn had gereden, want ik had me ‘niet tijdig’ aangemeld.
In een hotel in het stadje trof ik een man in korte broek die bruine bonen zat te koken op een campinggasstel. ‘Salam aleikum,’ zei ik. ‘Salam aleikum, pak ’m beet en bekijk um,’ antwoordde hij. Het was Conny Mus. Hij mocht ook het kamp niet op.
Conny vond mij uiteindelijk ook wel een ‘handig beessie’ en regelde dat ik vanuit Iran voor RTL-Nieuws kon werken. Zo werkten Daisy en ik opeens samen, op afstand, in een regio waar de hele tijd wat gebeurde. Op 14 februari 2005 werd de Libanese premier Rafiq Hariri opgeblazen in Beiroet, ik landde diezelfde dag in een stad die inderdaad een van de mooiste en spannendste in het Midden-Oosten is. De volgende avond stond ik met Daisy en Conny aan de bar bij Tony, in de Pacifico. Het was vriendschap vanaf het eerste moment dat ik haar zag.
Daisy was de spil in een scène vol met jonge journalisten die allemaal naar ‘de regio’ waren getrokken om verslag te doen. Jeroen Oerlemans kwam vaak op bezoek. Er waren Libanezen, Zweden, Denen, Amerikanen, Fransen, Iraniërs, Nederlanders en ga zo maar door. Oxford was wellicht nóg internationaler geweest, maar Beiroet deed er niet voor onder. Daisy was als een vis in het water en werkte voor iedereen. ‘Er zit een waterval aan ideeën in mijn hoofd,’ zegt ze. ‘Ik zie overal verhalen.’
Waar veel van de mensen om haar heen torenhoge ambities hadden om op televisie te komen, vond Daisy het veel leuker om toegang te regelen, verhalen te vinden, om te produceren. Al snel wist iedereen dat als je naar een moeilijk land wilde, Daisy er niet alleen was geweest, maar dat ze ook alle namen van de kinderen van de dikke deur die over de visa’s ging had onthouden en bovendien de verjaardag van zijn vrouw. En het allerbelangrijkste: ze wist precies de juiste verhalen te vinden in die landen.
Vaak waren dat persoonlijke verhalen over mensen die moeten leven onder omstandigheden waar ze vaak zelf geen invloed op hebben. ‘Soms denken we dat mensen in deze regio heel anders zijn, maar het zijn mensen zoals wij. Ik zoek graag naar herkenning voor de kijkers.’
Hoe leuk ze het toch vond, het produceren begon ook te knagen. Ze leverde altijd de ‘ingrediënten’ van verhalen aan, ‘en daar bakten anderen dan koekjes van.’ Steeds vaker dacht ze: dat kan ik zelf ook. Toen haar voorganger bij de NOS in Beiroet in 2018 vertrok, besloot Daisy – die vloeiend Arabisch spreekt – zelf te solliciteren. Ze kreeg de baan en alles werd anders, want opeens kwam ze in beeld, compleet met alle meningen die daar tegenwoordig bij horen.
Over kritiek – die iedere journalist krijgt die vanuit het Midden-Oosten werkt – is ze kort. ’Ik denk dan: kom het lekker zelf doen.’
Onderhand waren er ook drie kinderen geboren. ‘Hoewel ik eigenlijk nooit een dag gestopt ben met werken,’ zegt ze daarover. Waar sommige correspondenten eeuwig zijn blijven hangen in pseudo-romantische levens gedomineerd door oorlog en geweld, begonnen Daisy en Tony dus een gezin, waarvan de oudste nu zestien is.