
Sonja Barend blikte in 2014 terug op haar carrière. ‘Alle onderwerpen die wij behandelden, zie ik op het ogenblik nóg behandeld op televisie.’
(1966)
Ik werkte bij Sandbergen (de voorloper van de Media-academie, red.) en werd gevraagd om een screentest te doen als omroepster. Ik dacht: leuk, iets bij de televisie, dat ga ik een paar jaar doen. Ik had net mijn opleiding voor beroepskeuzeadviseur op zak, dus daar kon ik altijd op terugvallen. Ik deed de screentest – die heb ik nog vaak teruggezien – en ben nooit meer weggegaan. Nu denk ik: waarom hebben ze me toen aangenomen? Ik praatte als een oude koningin! Maar zo hoorde je te praten, dacht ik.
(Zéér kortdurend jongerenprogramma, 1967)
Ik wasomroepster. Ralph Inbar, Kees van Kooten en Wim de Bie maakten plannen voor jongerenprogramma Ying Yang en vroegen of ik mee wilde doen. We hadden allemaal gekke dingen bedacht. Zo zou een travestiet een striptease-act doen. Het laatste wat hij dan uitdeed was z’n bh, waar dan twee gevulde koeken uit kwamen. Frans Boelen, destijds regisseur, wilde dit eerst voorleggen aan de directie, maar dat zagen wij niet zitten. Hij heeft dat toch gedaan en dat betekende direct het einde van het programma. Het heeft maar twee afleveringen bestaan.
(Jongerenprogramma met veel muziek, waaronder een optreden van Jimi Hendrix, 1967-1968)

Sonja Barend ten tijde van Fenklup
© ANP
De foto is gemaakt bij regisseur Ralph Inbar thuis, met wie ik getrouwd was. Dit was de verbouwde garage, waar wij een paar jaar hebben gewoond. Het was de enige ruimte die we hadden, we sliepen er ook. En er was een hokje met twee kookplaten. Dat teddybeertje, belachelijk! Vast een idee van de fotograaf. Je gaat er toch ook niet zo bij zitten? Met dat been op die manier?
(Programma van de Israëlische televisie in het Ivriet, 1970)
Op YouTube staat een filmpje waar ik een gedicht in het Ivriet voorlees. Ik zag dat laatst terug en verstond het zelf niet meer. Ruim een jaar ben ik in Israël geweest. Direct na de Zesdaagse oorlog werden televisiemakers met een joodse achtergrond overal ter wereld gevraagd om mee te werken aan het opzetten van een Israëlische telvisiezender. Ralph ging, en aan mij de keuze om al dan niet mee te gaan. Ik sprak geen woord Ivriet, Ralph wel. Ik was in Nederland net bezig met allerlei programma’s en dat liep goed. Toch ging ik met Ralph mee. Ik had geen keus, vond ik. Ik ben er zo snel mogelijk op taalcursus gegaan. Mijn eerste werk daar was een vertaalklus voor een serie over vissen. Binnen een half jaar heeft Ralph mij heel voorzichtig in de programma’s weten te krijgen. Ik haalde toen zelfs de cover van Paris Match: Nederlandse ster op de Israëlische tv. Geweldig vond ik dat. Hoewel we prettig woonden – middenin Jeruzalem – en de taal onder de knie krijgen ook leuk was, kostte mijn jaar in Jeruzalem me veel moeite. Het viel me zwaar om mijn carrière in Nederland gedag te zeggen. En ik moest uitvinden of ik in het land thuishoorde, met mijn achtergrond. Eigenlijk was het mijn bedoeling om daar te blijven, want er school een grote belofte in Israël. De belofte van: nu komt het allemaal goed. Abel (Cahen, Sonja’s echtgenoot, red.) is in Israël opgegroeid. We verlangen er nog altijd naar om terug te gaan. Tegelijkertijd voelen we ook een tegenzin, omdat we ons zo níet kunnen verenigen met de politiek die er nu wordt gevoerd. Een heel akelige constatering. Ongelofelijk jammer.
(Groots opgezet, maandelijks showprogramma waarin sterrenbeelden centraal staan, 1972-1973)
Na een jaar kwam ik terug uit Israël. Ik kreeg heimwee. Ralph is pas veel later teruggekomen en toen was ons huwelijk eigenlijk al mislukt. Dramatisch verhaal. Althans: ik heb het altijd wel zo gevoeld. Middenin het seizoen meldde ik me weer bij de VARA. De omroep had niks voor me. En toen vroeg de AVRO me. Ze waren heel goed voor me, maar aan Sterallures word ik liever niet herinnerd; een vreselijk programma. Het werd live uitgezonden vanuit een volle Jaarbeurs in Utrecht. Ik presenteerde het samen met Guus Oster, maar dat werkte niet. We hadden helemaal niks gemeenschappelijk. Alles ging mis. Zo kwam er een beroemde buikspreker – ik zie die pop nog steeds voor me. Ik kondigde hem aan, en nog eens maar er kwam niemand. Iedereen in paniek en toen bleek die man met pop en al op de wc te zitten. Hij moest nodig. Ze hebben hem met de broek van z’n kont van de wc gerukt en het toneel op gesleept. En uiteindelijk heeft hij toch nog opgetreden.
(Interviewprogramma waarin één gast centraal staat, 1977)
Een heel leuk programma, met steeds een andere titel. Het programma van Sonja en Joop den Uyl, Het programma van Sonja en Herman Krebbers enzovoort. Mijn eerste grote talkshow. Voor Joop den Uyl hebben we toen ontzettend veel moeite gedaan, hij hield niet van interviews. Ik heb met hem speciaal voor de uitzending nog een pak gekocht. Tijdens het programma schakelden we naar Israël, waar Golda Meïr (minister-president van Israël tussen 1969 en 1974, red.) klaar zat. Joop had iets speciaals met Golda Meïr en toen hij haar zag kon hij z’n tranen niet bedwingen. Ook omdat zij een bloedkoralen ketting droeg die hij haar cadeau had gedaan. Weekblad Elsevier was woedend, want we hadden de PvdA-zendtijd gegeven, vlak voor de verkiezingen. Maar wij hadden Den Uyl gewoon gevraagd omdat het ons leuk leek. Een dierbaar programma en een hoogtepunt uit mijn carrière.
(Talkshow met goed nieuws, met Margreet Dolman als afsluiter. Eerste samenwerking met eindredacteur Ellen Blazer, 1978-1981)
De VARA vroeg me terug en ik ging. Aan Ellen Blazer werd gevraagd: kun jij wat bedenken voor Sonja? Ik kende haar eigenlijk nauwelijks. Ze belde me op, legde mij het idee van de Goed Nieuws Show uit. Het leek mij heel leuk. Vanaf dat moment hebben we altijd met tegen elkaar geschoven bureaus in de serre van de VARA-villa gezeten, en deden we eigenlijk niets anders dan praten over het programma. Hier ontstond ook de uitspraak: ‘Voor nu lekker slapen, en morgen gezond weer op’. Het was Ellens idee om daarmee af te sluiten, joodse moeders zeggen dat tegen hun kinderen. Het is ook een mooie uitspraak, hoewel we brieven kregen met: ik ben niet gezond en ik zal het nooit meer worden. Dan schreef ik terug: ik mag het toch wel wensen? Ik zei het ook graag! Ik zeg het nog steeds weleens, tegen de kleinkinderen.
‘Voor nu lekker slapen, en morgen gezond weer op’
(Controversiële talkshow waarvan de naam wijzigde met het wijzigen van de uitzenddag, 1981-1996)
Het ging heel goed met Sonja’s goed nieuws show, maar al gauw kwamen we erachter dat het etiket ‘goed nieuws’ er een was die je eigenlijk niet overal op kon plakken. Toen zijn we samen twee dagen ergens gaan zitten en bedachten we Sonja op maandag. Wij behandelden wat zoemde – zoals actualiteitenprogramma’s dat deden. Maar wij presenteerden dat in de context van een amusementsprogramma, dat was bijzonder. Van Ellen moest ik altijd de uitzending terugkijken. Ik vond het verschrikkelijk. Nog steeds, trouwens. Zó moeilijk om naar jezelf te kijken. Omdat ik denk: dit vind ik niet goed, dat had zus gemoeten, waarom vroeg ik niet door? Nooit is het honderd procent.
(Dagelijkse talkshow, ook met Paul Witteman, 1997-2005)
Ellen zei altijd tegen me: als ik 65 word, hou ik ermee op. Toen het zover was wilde ik ook iets heel anders. Destijds leek het me aantrekkelijk om een dagelijks programma te maken. De commerciële omroepen deden dat al en ik dacht: dat is de toekomst. Toen ben ik daarmee naar VARA-directeur Vera Keur gegaan. Zij vertelde dat Paul Witteman hetzelfde wilde. Nu was het de kunst om op iedere dag op hetzelfde tijdstip zendtijd te krijgen. Dat lukte niet. Ik ben uiteindelijk zelf naar NOS-baas Willem van Beusekom gegaan en toen was het snel beklonken. Vera zei: goed, doe het maar, maar wel met Paul. Als ik het vijf dagen per week had moeten presenteren, had ik het ook gedaan.
(Masterclass met steeds wisselende ‘meesters’ en leerlingen, met Barend als presentator, 2004-2006)
Het was een idee van mij, die masterclasses. Ik had daar enorm mijn zinnen op gezet en zag het helemaal voor me. Ik dacht: dan ga ik zitten tussen de meester en de leerling en dan kan ik er zo tussenuit en dan zorg ik dat daar iets moois ontstaat. Dat is soms ook heel aardig gelukt, alleen zeiden veel kijkers tegen me: we zien je haast niet! Mensen waren gewend een tafel met gasten en mij erbij. Dus in die zin was het niet zo’n goed idee. Toch was het mooi om te maken.
(Achtdelige talkshow waarin de geschiedenis van 40 jaar tv wordt onderzocht, 2006)
Ik was uitgenodigd voor de perspresentatie van de VARA. De avond daarvoor heb ik besloten ermee op te houden. Ik weet het nog goed. Ik had het erover tijdens het eten en Abel zei: eigenlijk een heel mooi idee om daarmee je carrière af te sluiten. Toen dacht ik: ja, verdomd. Gekke gedachte, aan de vooravond van een perspresentatie. Ik heb direct geprobeerd om VARA-directeur Frans Klein te bellen, maar die kon ik niet bereiken. De volgende dag ben ik ruim voor aanvang van de presentatie bij de deur gaan staan en op de stoep heb ik het ’m verteld. Frans zei: blijf dan nog één extra seizoen, want dit programma kan minstens twee jaar mee. Achteraf waren dat gedroomde woorden. Gelukkig zei hij niet: dankjewel, fijn dat je ermee ophoudt.
(Eenmalige show over tv-interviews, waarin ook de derde Sonja Barend Award werd uitgereikt, 2011)
Ik was bang dat het zou mislukken, dat ik het einde van mijn carrière zou verpesten. Want ik dacht: als dit geen succes wordt, verpest ik mijn mooie afscheid alsnog. Maar het was ontzettend leuk en Twan was zeer vereerd. Ik vind het nog steeds ontzettend leuk dat de prijs er is. Een enorme eer, ik zou het zelf niet bedacht hebben. Het is ook iedere keer weer een groot genoegen om ’m uit te reiken. Ik had ’m graag zelf gekregen, mede omdat het niveau van de gesprekken de laatste jaren enorm is toegenomen. Ik heb echt grote bewondering voor mensen die goede gesprekken op tv voeren. Ik weet hoe moeilijk dat is. Of mijn tv-werk iets betekend heeft? Ik betwijfel het. Alle onderwerpen die wij behandelden, zie ik op het ogenblik nóg behandeld op televisie – in verhevigde vorm. Ik heb het gevoel dat alle problemen groter zijn geworden. Dat ik nog geen kórrel zand bewogen heb. Aan de andere kant: mensen die mij nu tegemoet treden, beginnen altijd over wat ik op televisie heb gedaan. Maar dan gaat het altijd over een bepaald soort onderwerpen. ‘Ja, jij deed dat-en-dat, dat zie je nu niet meer’. Ik heb misschien de mensen soms aan het denken gezet in een aangenaam uur televisie.
Uit: VARAgids, 2014
In het jaar dat de televisie in Nederland 75 jaar bestaat, werkt de VARAgids aan een tv-encyclopedie. De invloed van televisie op onze samenleving is de afgelopen driekwarteeuw altijd enorm geweest. Wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief