
Dwars door de lage landen
Programmamaker Arnout Hauben heeft een nieuwe 'stapreeks'; ditmaal doorkruist hij de Pyreneeën, van west naar oost. ‘Het was diep menselijk.’
Na het winnen van de Gouden Televizier-Ring voor Dwars door de Lage Landen is Arnout Hauben terug met een nieuw wandelprogramma, of ‘stapreeks’, zoals hij het zelf noemt. Ditmaal bedwingen Hauben, zijn cameraman Philippe en geluidsman/dronepiloot Ruben de Pyreneeën. Via de wandelroutes GR10 en GR11, van west naar oost, legt het drietal bijna duizend kilometer te voet af – heuvelop, heuvelaf. Het resultaat van weken filmen is overweldigend. De combinatie van natuur, culturele diversiteit, menselijke ontmoetingen en de nieuwsgierigheid van Hauben maakt de acht afleveringen tot kleine meesterwerkjes. Hauben beschouwt zijn nieuwe serie voor.
‘Waarom ik altijd een spijkerbroek draag? Ik voel mij gewoon niet goed in een korte broek. Ik kan mezelf niet serieus nemen, met die witte beentjes, in een abdij van duizend jaar oud. Daar kan ik toch niet binnenstappen in mijn korte broekje? Als ik dan een technische broek zou dragen, met veel ritsen en zakken, dan doe ik alsof ik een stoere bergbeklimmer ben, die uitstraalt: zie mij die bergen eens overwinnen. Dat wil ik ook niet. Soms is-ie wat te warm, maar vaak is een spijkerbroek prima.’
‘Het went nooit om op de top van een berg te staan en het uitzicht te ervaren. Onder meer door het verschil in licht en lucht. Ik voel me soms een impressionist, die altijd probeert het licht of de golfslag van het water te vatten. In de natuur verkeer ik voortdurend in een staat van verwondering. En door de fysieke inspanning in de bergen is het ook zo dat bepaalde emoties sneller bovenkomen. Er is minder remming. Ook tijdens het eten werkt dat zo: alles smaakt beter.’
'In de natuur verkeer ik voortdurend in een staat van verwondering.'
‘Voor Dwars door de Lage Landen liepen we twintig kilometer per dag. Er staat je weinig in de weg om dat doen, maar de Pyreneeën zijn een andere realiteit. De hoogtemeters, het weer, de onherbergzaamheid, de bereikbaarheid; er komt veel meer bij kijken. Tien jaar geleden, voor mijn veertigste verjaardag, heb ik een groot dansfeest gegeven. Dit jaar werd ik vijftig en wilde ik het budget anders besteden. Ik was er ook niet zo blij mee dat ik vijftig werd, moet ik eerlijk zeggen. Ik ben met vier vrienden gaan hiken in de Ardennen.’
‘Ik draag twaalf kilo met me mee. Alles daarboven is voor mij niet plezant; daar kan ik niet mee lopen. Ruben is een stuk jonger, maar wel acht kilo zwaarder bepakt dan ikzelf. Ik ben fysiek de minst sterke van de drie. Maar het gaat mij niet zozeer om die fysieke prestatie, als wel om de mensen die ik tegenkom. Het voelt niet alsof ik de bergen overwonnen heb. Het is meer alsof ik mezelf zo nu en dan overwonnen heb.’