Logo VARAgids
VARAgids brengt verdieping bij tv en media

Antilliaans bloed

21-09-2020
•
leestijd 2 minuten
•
96 keer bekeken
•
bulado
DOOR CLEMENTINE VAN WIJNGAARDEN
Dat Buladó openingsfilm van het NFF 2020 is, had regisseur Eché Janga zelf niet zien aankomen. ‘Er zijn zo veel verhalen van Curaçao die we nog niet kennen.’
In Buladó, de openingsfilm van het Nederlands Film Festival (NFF), zit een shot dat regisseur Eché Janga (1978) al voor zich zag toen hij tien jaar oud was. Het is het beeld van Kenza, de elfjarige hoofdpersoon, liggend op een grafsteen op een begraafplaats waar uniforme witte stenen slordig naast elkaar staan. Ze kijkt omhoog naar de wolken. ‘Het is een topshot, gemaakt met een drone. Die had je toen natuurlijk nog niet, maar het is precies geworden zoals ik het destijds voor me zag.’

Later, nog voor hij naar de Filmacademie ging, kwamen er meer beelden voor een film die zich af moest spelen op Curaçao, het land waar zijn vader vandaan komt. Eenmaal op de academie speelde het idee ook door zijn hoofd. Maar ‘de materie’, zoals hij het noemt, was nog ‘te moeilijk’; het was nog ‘te vroeg’ en ‘te persoonlijk’. Want ook al is Buladó niet autobiografisch, het magisch- realistische verhaal over een meisje dat heen en weer wordt geslingerd tussen haar spirituele opa (Felix de Rooy) en haar aardse vader (Everon Jackson Hooi) terwijl ze meer wil weten over haar bij haar geboorte overleden moeder, is een verhaal dat door veel elementen dichtbij hem staat. Zo baseerde hij het op een verhaal van zijn oom, baseerde hij de hoofdrolspeelster op zijn zusje, lijkt de vader van het meisje op zijn eigen vader en het feit dat hij politieagent is, komt weer van zijn opa, de eerste zwarte agent op Curaçao.

Misschien is het maar goed dat de regisseur zo lang wachtte: Buladó is een zorgvuldig gemaakte, rijpe film geworden waarin je kunt zien dat de maker weet wat hij doet en wat hij wil. Nu had Janga ook al vier films op zijn naam staan. Zijn debuut, Helium (2014), een grotendeels op Texel gedraaide film over een crimineel in een existentiële crisis, werd bekroond met twee Gouden Kalveren; een voor ‘beste muziek’ en een voor ‘beste camera’. Ook zijn eindexamenfilm Mo, viel in de prijzen – hij won er een Tuschinski Award mee, de prijs voor de ‘beste studentenfilm’. De film vertelt hij het verhaal van een Marokkaanse jongen die afglijdt in het criminele circuit. ‘Dat was wel autobiografisch. Ik had vroeger een vriend die ik weg heb zien glijden.’ Janga groeide op in Haarlem, waar zijn vader in de jaren 70 terechtkwam toen hij vanuit Curaçao naar Nederland kwam. ‘Mijn moeder is Nederlands. Ik ben dubbelbloed. Maar eigenlijk realiseerde ik me die andere wortels pas echt toen ik op mijn zestiende voor het eerst in Curaçao kwam.' 

Lees verder in VARAgids 39 vanaf pagina 24.

Meer over:

artikelen

VARAgids Avondeditie

Nooit meer zoeken wat u moet kijken: elke werkdag gratis tv-tips, talkshow-onderwerpen en streamingnieuws in uw inbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor