
De 1-2-3 Show was het startpunt van Aalsmeer als pretfabriek – en achteraf het ultieme voorbeeld van een tijd waarin het geld voor tv tegen de plinten klotste.
De studio van Joop van den Ende (ook wel: de pretfabriek) was in de jaren 80 en 90 een fenomeen. Want daar, in die voormalige veilinghal te Aalsmeer, werd de ene kijkcijferknaller na de andere gemaakt. Dag in, dag uit werden er decors in- en uitgechangeerd, waarna kanonnen als Hennie Huisman, Ron Brandsteder, André van Duin of Jos Brink hun ding deden.
Achter de knoppen zat vaak regisseur Guus Verstraete, hart en ziel van de producties was Van den Ende zelf, vol enthousiasme én temperament, die als het nodig was hoogstpersoonlijk de decorstukken stond te verslepen.
Hoe is die pretfabriek ontstaan? Tot 1983 had Van den Ende zich vooral onder scheiden in het theater en met een enkele dramaserie. Maar succesproducer Jos van der Valk van de KRO, ontdekker van onder anderen Berend Boudewijn en Willem Ruis, had een Spaans format voor hem klaarliggen. Van der Valk: ‘Ik had een Spaanse formule Un-dos-tres, in mijn la liggen. Kleine dingen daaruit gebruikten we al weleens in de shows van Willem Ruis. Het was altijd mijn bedoeling geweest om Willem die show uiteindelijk te laten presenteren, het was gefundenes fressen voor hem geweest, het leek me een heel goede volgende stap. Maar hij was – ongeduldig – naar de VARA gegaan. Op een goede dag zei hoofd amusement Warry van Kampen tegen mij: “Zou jij niet een groot amusementsprogramma met Joop van den Ende willen doen?” Ik was 55, een mooie leeftijd om dingen over te gaan dragen. In die tijd werd er nogal neergekeken op buitenproducenten, maar Joop wist de beste acteurs, actrices, schrijvers en regisseurs geweldig te enthousiasmeren om in zijn series te spelen. Hij leverde vakwerk af en had een groot talent tot begeestering.’
Joop van den Ende: ‘Jos liet mij de Spaanse 1-2-3 Show zien. Ik zag onmiddellijk de mogelijkheden van die formule. Je had elke week een ander thema en binnen dat thema verzon je de spelletjes, de liedjes, de grapjes. Voor mij was dat een soort doos bonbons, kon ik allemaal leuke decortjes laten bouwen, mijn grote voorliefde.’
Jos van der Valk: ‘Ik ben met Joop gaan praten op zijn kantoor in Badhoevedorp. Een week, tien dagen hebben we bij elkaar gezeten. Het hele format van de 1-2-3 Show hebben we tot op het bot geanalyseerd. Ik liet hem kennis maken met de gouden regels van de televisiequiz. Hij was heel leergierig. En werd alsmaar enthousiaster. Als Joop enthousiast wordt gaat hij lopen. Alsmaar lopen, door de kamer.’
Regisseur Guus Verstraete: ‘Stichting de Zonnebloem wilde een nieuwe boot hebben. Bij de 1-2-3 Showmaakten we dus een loterij, zestig procent van de opbrengst moest dan naar het goede doel gaan, veertig procent mocht er aan het programmabudget besteed worden. De show begon, heel klassiek, met vier koppels. Elke show had een eigen thema, elke spelronde had daar iets mee te maken, steeds viel er een echtpaar af. Tussendoor shownummers met mensen als Piet Bambergen en Corry van Gorp. Uit elk shownummer bleef een voorwerp over – een blikje cola, een schroevendraaier, een gloeilamp, noem maar op – dat tezamen met een cryptische omschrijving, op een prijs sloeg. Het voorwerp kon óf staan voor de hoofdprijs, óf een middenprijs, óf de zogenoemde mispoes, de poedelprijs. In het eindspel moesten de kandidaten twee voorwerpen wegspelen, totdat ze het laatste voorwerp hadden overgehouden. Dan kregen ze te zien welke prijs ze hadden gewonnen. Daarna slotlied, en wegwezen.’
Jos van der Valk: ‘De volgende vraag was: wie gaat het presenteren?’
Guus Verstraete: ‘Willem Ruis was perfect geweest, die had het eindspel tot gekmakende spanning kunnen brengen. Maar Warry van Kampen zei: “Die komt er niet meer in.”’
Jos van der Valk: ‘Toen kwamen we op het idee om Rudi Carrell te vragen, die enorm was in Duitsland. Er kwam een typische Joop-opmerking: “Als we het niet vragen, dan weten we het niet.” Twee dagen later zaten we in het vliegtuig naar Bremen. Rudi voelde er wel wat voor.’
Roland de Groot werd de decorontwerper: ‘Joop nam me mee naar Baarn. Een grote hal, een soort overslagbedrijf was daar, ik vond het een absolute flutlocatie, de rand van het dak was veel te laag. Gelukkig bleek dat de gemeente Baarn er helemaal geen studio wilde. Via via is Julie van Hemert, de producer, benaderd om eens in Aalsmeer te gaan kijken: daar stond een grote veilinghal leeg die van Vendex was. Nou, daar kon het wel.’
Jos van der Valk: ‘De zaak ging bij mij ook weer kriebelen. We spraken af dat ik de shows om en om met Guus zou gaan regisseren. Maar de voorbereiding van de 1-2-3 Show viel me zwaar. Ik had moeten weten dat ik mezelf moest gehoorzamen en het niet had moeten doen. Het zat me niet lekker, ik voelde me niet goed.’
Guus Verstraete: ‘Rudi Carrell bracht de Duitse gründlichkeit met zich mee. Hij eiste bijvoorbeeld dat, als we gingen repeteren, alle rekwisieten aanwezig waren. Wij waren daar, bij De Mounties bijvoorbeeld, altijd nogal lankmoedig in geweest – “Dat komt straks wel” – maar daar moest Rudi niks van hebben. Dat is een soort discipline die wij, in Aalsmeer, overgenomen hebben. Rudi wilde alles van tevoren tot in de puntjes doorgenomen hebben, en hij had daar gelijk in. Natuurlijk werden er ook eindeloos veel discussies gevoerd en werd er veel kwaad weggelopen. De ruzies tussen Joop en Rudi waren fantastisch.’
Jos van der Valk: ‘Als het puntje bij paaltje kwam, was Joop resoluut: we gaan díe kant op. Maar ja, zo was Rudi ook. Dus dat kon er flink aan toegaan. Maar beiden waren ze professionals, en ze wisten: we moeten toch door, morgen moet het gebeuren. Maar teksten als “Dan ga ik toch naar huis!” vielen regelmatig. Het waren twee forse karakters.’
Joop van den Ende: ‘We hebben in Aalsmeer veel geleerd van Rudi, maar het gekke is dat we het zó snel oppakten dat hij, lopende die serie, eigenlijk al ouderwets werd. We merkten dat wij, in onze drift en ambitie, geen genoegen meer namen met dingen waar Rudi wél genoegen mee nam. Daar had hij het ook moeilijk mee. Guus bemiddelde tussen Rudi en mij. En dat was echt nodig.’
Guus Verstraete: ‘Het leuke is dat Joop diep in zijn hart het liefste alles zelf zou doen. Maar hij weet heel goed dat hij dat niet kán. En toch, als hij een presentator in de studio iets ziet doen wat in zijn ogen niet goed is, gaat hij in zijn enthousiasme precies voor staan doen hoe hij het dan wél wil. Rudi zei dan: “Ga mij niet staan voordoen hoe ik een programma moet presenteren.” Die verliet zo nu en dan briesend de studiovloer.’
Joop van den Ende: ‘Ik heb Rudi hoog staan, maar wel als vreemde particulier. Vriendschappen had hij eigenlijk niet, maar ik heb zelden iemand meegemaakt die zo consciëntieus nakwam wat hij beloofde.’
Guus Verstraete: ‘Het wonderlijk was wel dat Rudi in al zijn vakmanschap – want hij was een groot vakman – niet goed kon improviseren. Tegenslagen kon hij niet opvangen, daar was hij heel houterig en onbuigzaam in. En hij kon slecht tegen de kritiek die de pers op hem had, die kon hij niet naast zich neerleggen. Ik denk dat hij daarom na het eerste seizoen al gestopt is.’
Roland de Groot: ‘Ik kon geweldig met Joop opschieten. Hij houdt van decor, dus niks was goed genoeg. Alles kon. Als ik met een of ander buitenissig idee kwam, was het: “Natuurlijk, doen we.” Negentigduizend gulden per show, dat was het budget voor het decor. Het decor voor het thema Rome was het allergrootste, dat kostte honderdtwintigduizend euro. Joop zei: “Ik wil het gewoon hebben, de rest pas ik wel bij.”’
Nadat Rudi Carrell het eerste seizoen had gepresenteerd, deed Ted de Braak de andere twee, tussen 1984 en 1986.
Ted de Braak: ‘Al voor het eerste seizoen had Joop van den Ende mij gebeld om de 1-2-3 Show te presenteren. Maar ik zat vast bij de NCRV, zou weer een nieuwe serie van Farce majeure gaan maken en wilde de jongens niet laten zitten. Maar het seizoen erop was mijn verbintenis met de NCRV voorbij en bood Joop mij een mooi contract aan. Als entertainer krijg je het niet mooier dan de 1-2-3 Show. Het programma paste mij als een handschoen. Ik kon erin zingen, bewegen – dansen zou ik het niet willen noemen –, presenteren… Het was een geweldige kans, en bij de NCRV zijn ze er ook nooit rancuneus over geweest. Ik heb in Aalsmeer zeer plezierig gewerkt met iedereen, maar met Joop was het soms moeilijk. Het lastige met hem is dat als je niet precies doet wat hij zegt of voorstelt, je hem tegen je krijgt. Als je achter hem aanloopt is er niks aan de hand, maar zo zit ik helaas niet in elkaar. Er zijn allerlei dingen waar hij om geprezen wordt, en terecht, maar er zijn ook diverse dingen die hij heeft laten barsten. En die worden vergeten.’
Roland de Groot: ‘De decors waren eigenlijk te groot voor het NOB om te maken. Ik had goed contact met de firma Luhlf, die maakten alle buitenreclames voor de Amsterdamse bioscopen, gigantische doeken. Zij hadden fantastische decorateurs in dienst. De hoofddecorateur daar was Otto Schutte, en ik denk dat het mede door hem is dat de 1-2-3 Show zo’n geweldig succes is geworden. Hij heeft bijvoorbeeld een keer een mozaïek portret van Ted de Braak op de vloer geschilderd, van vijf meter doorsnee. Fantastisch. Is misschien enkele seconden in beeld geweest.’
Joop van den Ende: ‘Natuurlijk was er veel kritiek op de 1-2-3 Show: het was middle of the road, gezellig. Maar de kijkcijfers waren meteen skyhigh. De loterij liep als een gek, drieënhalf miljoen loten per week. Ondertussen ontstond er tussen ons, de medewerkers in Aalsmeer, een diepe vriendschap. In Hilversum was zoiets nog nooit vertoond: iedere week zo’n show eruit rammen, iedere week honderden figuranten, twee-, driehonderd nieuwe kostuums per show, ’s nachts de decors laten bouwen.’
Roland de Groot: ‘Het klinkt overdreven, maar we werden een soort grote familie. ’s Ochtends vroeg beginnen, om elf uur ‘s avonds keek je op je horloge en dacht je: ‘Jee, is het al zó laat?’ Dat typische Aalsmeer-gevoel is toen ontstaan.’
Guus Verstraete: ‘’s Avonds, na de opname, reed ik als een speer naar Hilversum om nog wat kleine lasjes te maken en de band uit te laten zenden. Ik ben nog weleens meegereden met de rijkspolitie, ben zelfs weleens met de helikopter gegaan. Als ik klaar was, ging ik gauw terug naar Aalsmeer, want daar zat de ploeg nog. Gingen we nog even naar het café. Of door de ramen gluren, om te zien of de mensen wel zaten te kijken.’
Ted de Braak: ‘Er was laatst een jubileumuitzending van de KRO, en wie krijg je dan te zien? Rudi. Nooit mij. Hoe komt dat? Misschien omdat ik in de herinnering een NCRV-gezicht ben, misschien omdat Joop de boycot erin gooit. Het lijkt wel of ik word doodgezwegen, terwijl ik uitstekende programma’s voor de KRO heb gemaakt, onder andere met de hoogste kijkcijfers ooit gemeten voor een showprogramma: 8,8 miljoen kijkers. Het was geweldig om te maken, ik heb genoten, maar uiteindelijk is het tussen mij en Joop niet goed gelopen, en daarom was het voor mij geen fijne ervaring. Na die twee jaar was het ook wel een beetje op met het programma.’
Joop van den Ende: ‘Aalsmeer betekende een verandering van het systeem. We begonnen in die lege veilinghal en zouden er drie vier maanden blijven. Maar na een paar jaar zaten we er nog steeds en produceerden we honderdvijftig grote shows per jaar. Ik bouwde er dramastudio’s bij, comedystudio’s – noem maar op.’
Guus Verstraete: ‘Er hing een sfeer van Sjors en de rebellenclub. Iedereen ging voor de programma’s en we hadden ook nog eens succes. Ik durf te wedden dat de 1-2-3 Show Joop het eerste seizoen geld gekost heeft. Dus we dachten: we zullen Hilversum eens een poepie laten ruiken.’
Roland de Groot: ‘Het waren de gouden tijden van de Nederlandse televisie.’
Sommige citaten verschenen eerder in het boek Veertig jaar topamusement door de ogen van Guus Verstraete (uitgeverij Terra, 2007).
Dit artikel komt uit de VARAgids, 2015.
In de VARAgids tv-encyclopedie wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden. We delen VARAgids-artikelen uit het archief die in deze encyclopedie thuishoren, wekelijks aangevuld met een nieuw verhaal. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief