Wij zijn voor een open, rechtvaardig en gelijkwaardig Nederland.

Tim Hofman: 'Ik heb mijn werk lang als een wedstrijd gezien: ik wil winnen, maar eigenlijk vervult het nooit'

Vandaag
leestijd 8 minuten
LW_Tim_Hofman-1

Tim Hofman

© Lin Woldendorp

De presentator kiest zijn vrienden met precisie uit: ‘Ik denk niet in termen van goed en slecht, maar in termen van schadelijk en niet schadelijk.’

Tim. Hoe is het om Tim Hofman te zijn?

Je kijkt bedrukt. Is jouw beeld van mij zwaar?

Dat denk ik wel. Iedereen vindt wat van jou en het lijkt me lastig om voor het oog van kritische kijkers programma’s te maken die ertoe doen. En volgens mij ben jij ook nog eens iemand die de lat voor zichzelf heel hoog legt.

O, zo. Nou, ik heb veel leuke excessen in mijn leven en ook dingen die ik lastiger vind, maar ik heb het niet zwaarder dan iemand anders. Dat is misschien een correct antwoord, maar wel het juiste.

Maar…

Ik had vorig jaar een reünie van mijn middelbare school, we zaten met veertien mensen aan tafel. De een was arts, de een ander woonde net weer bij zijn ouders, eentje werkte niet – heel verschillende levens dus. Maar toen we een rondje deden met welk cijfer we ons leven gaven, kwamen we allemaal uit rond de 7,5. Prima dus. Het is prima om mij te zijn, schrijft dat maar op. Of vind je het jammer als ik dat zeg? Wil je liever een harde quote?

Nee, maar ik kom er later nog wel op terug. Laten we het eerst over een nieuw seizoen Over mijn lijk hebben. Daar ga ik ook bedrukt van kijken, want ik zou zoiets niet kunnen maken.

Dat zeggen meer mensen, maar het is ook een heel optimistisch programma.

Je volgt jonge mensen die doodgaan.

Ik snap wat je bedoelt en ja, zo’n programma maken heeft een kostprijs, namelijk dat je ook als maker moet dealen met de dood. Natuurlijk heeft dat impact, maar als je je daarvan bewust bent, kun je het inpassen.

Hoe dan?

Ik drink niet meer, ik sport en ga op tijd naar bed. Dat zijn geen grote offers, maar ik wil mentaal fit zijn omdat ik dat ben verschuldigd aan de mensen die ik interview. Daarnaast check ik elk jaar bij mezelf of ik nog de juiste man op de juiste plaats ben. Kan ik bieden wat zij nodig hebben? Zijn mijn luisterend oor en nieuwsgierigheid nog oprecht? Is het voor mij emotioneel haalbaar? Daar denk ik veel over na, want ik kan de mensen die ik volg op geen enkele manier belasten met iets wat bij mij speelt. Ik ben geen robot, ik heb echt ook zitten huilen aan een sterfbed, maar ik moet in balans zijn.

LW_Tim_Hofman-2

Tim Hofman

© Lin Woldendorp

Ik vind het een beeldschoon programma: belangrijk, respectvol, eerlijk. En misschien is het ook een mooie nalatenschap voor de mensen die deelnemen?

Dat speelt zeker mee. Er wordt me weleens gevraagd waarom iemand mee zou willen werken aan het programma. Maar weten dat je doodgaat zet je leven op scherp. Helemaal op die leeftijd wil je laten zien wat de essentie is.

Vanuit de deelnemers kan ik me voorstellen dat het ook fijn is om met een buitenstaander hun traject tot het einde te kunnen afleggen, omdat er te midden van het verdriet van naasten op dat spoor dan minder emotionele belasting is.

We voeren gesprekken die een paar lagen onder de oppervlakte gaan en inderdaad vanuit een andere basis. Het kan zijn dat ik met hen ergens kom waar ze niet of moeilijker over kunnen praten met hun familie, omdat de verhoudingen anders liggen. Ik hoor weleens terug dat dat voor hen wat oplevert en dat is nogal een eer. En voor mij levensveranderend. Ik ben in 2018 uit interesse begonnen met dit programma – en dat is zo gebleven. Want als je het hebt over de essentie van het bestaan, dan heeft elke vraag die je stelt een lading. Dat maakt het interviewen zo mateloos fascinerend. Elke keer als ik ze gesproken heb, denk ik: dit is het. Áls je dan een verhaal kan vertellen, dan is dit wat er verteld moet worden. Zodra ik dat gevoel niet meer heb, moet ik stoppen – om even terug te komen op dat toetsmoment bij mezelf.

Heeft een deelnemer ooit iemand gezegd: de essentie is mijn werk?

Werk kan een fundamenteel onderdeel zijn van je bestaan en eigenwaarde. Het is bijvoorbeeld voor veel mensen een moeilijk moment als ze zich moeten laten afkeuren. Doe ik nog wel mee? – dat gevoel.

Ik vraag het omdat jij vergroeid bent met je werk. Is werk voor jou de essentie?

Niet meer. Maar het is voor mij wel heel belangrijk. Ik heb een waanzinnige baan en probeer er ook iets zinnigs mee te doen. Tegelijkertijd kan ik mijn werk ook in perspectief plaatsen. Ik ben geen arts of zo.

Je zegt ‘niet meer’. Wat is er gebeurd dat het niet meer op nummer 1 staat?

De vraag is óf het niet meer bovenaan staat. Twijfelend: Dat weet ik niet. Ik weet wel dat het de eerste vijftien jaar een te grote kostprijs had. Je werk kan ook je persoonlijkheid worden, om welke reden dan ook.

Noem er eens een paar?

Omdat het leuk is, omdat het lukt, geldingsdrang, ijdelheid, interesse, nieuwsgierigheid, een combinatie van alles. Dat zal het bij mij ook zijn.

Is Over mijn lijk jouw kind?

Nee, dat is BOOS. Maar het is een jas die ik acht jaar geleden heb aangetrokken en niet meer heb uitgedaan. Ik hang ’m ook nooit in de kast. Klinkt dat warrig? Snap je die analogie?

Ja, het loopt altijd met je mee.

Precies. Ik weet ook niet meer hoe het is zonder dat programma. Het is zo ingrijpend en echt, zo gestript van alle onzin. Misschien is het een weeffout in onze maatschappij dat de essentie pas komt bovendrijven als het einde nadert.

LW_Tim_Hofman-3

Tim Hofman

© Lin Woldendorp

Leg jij de lat voor jezelf steeds hoger?

'Hoger’ is arbitrair, maar ik zoek continu de uitdaging, als dat je vraag is.

Nee, dat bedoel ik niet. Ik interviewde jou twaalf jaar geleden voor deze gids, toen je nog Spuiten en slikken en Je zal het maar hebben presenteerde. Er zit sindsdien een stijgende lijn in wat je…

Voor mij voelt dat meer als inhoudelijker.

Oké, maar je hebt in de tussentijd een bepaald niveau bereikt. Dus dan…

Jij zegt: ‘Moet het steeds een treetje hoger?’ Zo heb ik het in ieder geval niet ervaren in de afgelopen jaren, omdat ik vrij consistent BOOS en Over mijn lijk maak. Daarbinnen probeer ik te verfijnen. Bij BOOS zijn de verhalen die we maken groter, zwaarder en misschien ook relevanter geworden en daarnaast probeer ik me ook te ontwikkelen als regisseur. Voor Over mijn lijk geldt: hoe makkelijker ik interview, hoe meer comfort ik de geïnterviewde kan bieden. Daar probeer ik dus te finetunen. De ambities die ik daarnaast nog heb, zie ik meer als iets zijwaarts dan iets hogers. (Peinzend) Ik heb mijn werk lang als een wedstrijd gezien: ik wil winnen, maar eigenlijk vervult het nooit.

Wie is bij die wedstrijd je tegenstander?

Ikzelf – dus dat is arbitrair. Er is ook geen plafond, waardoor er altijd iemand is die meer heeft gepresteerd binnen de kaders waarmee je rekent. Het heeft gewoon geen zin.

Wat zijn voor jou dan de wedstrijdonderdelen?

Dit gaat over jaren terug, hè, maar: maatschappelijke impact, kijkcijfers, zelfs wie de mooiste las legde – allemaal dingen die ik zelf verzon. Het was een leuke tijd, maar ik merkte dat het me afleidde. Dus toen ben ik meer gaan focussen op wat ik máák. Ik probeer dat zo integer en zinnig mogelijk te doen, volgens journalistieke standaarden en altijd met de vraag of het maatschappelijk zinvol is. De rest is ruis.

Een publiek persoon zijn brengt ook ruis met zich mee.

Ik probeer dat gedeelte zo beknopt mogelijk te houden, omdat het afleidt van wat ik het allerliefst doe.

Hoe ga je om met die ruis? Want zoals ik eerder al aangaf: veel mensen vinden iets van jou en van je programma’s.

Ik ben zelf van de maatschappijkritiek en vind het andersom ook goed dat er kritisch naar míj wordt gekeken, want ik heb invloed en moet daar dus zorgvuldig mee omgaan.

Ik leer best veel van kritiek, of het nu van recensenten afkomstig is of van mensen op social media. Als ik iets zeg wat schadelijk is voor een ander, dan hoop ik dat iemand me een verbale klap op mijn nek geeft. Dan kijk ik daarna in de spiegel en denk: niet meer doen en daarmee is het voor mij klaar.

Je hebt kritiek en je hebt kritiek.

Dat is meteen mijn tweede punt, want inderdaad: daarnaast heb je ook negativiteit. Pestgedrag, haat, intimidatie, bedreigingen, zelfs een daadwerkelijke moordpoging. Dat is wat forser om mee te dealen en dat geldt voor alle personen die in het publieke oog werken: kunstenaars, politici, wetenschappers – verzin het maar. Maar zelf wil ik daar niet over klagen, we weten nu wel dat dit aan de hand is. Het laait op en ebt weer weg. En verder…

Een 7,5.

Precies, de basis is in orde.

Heb jij in je privéleven weleens het gevoel dat je onder een juk moet leven?

Privé houd ik privé. Maar je had het eerder over in de pas lopen. Ja, denk ik dan, maar wat is nou de moeite om je zo te gedragen en uit te spreken, dat je niet schadelijk bent voor anderen? Nul toch?

Misschien niet voor jou, maar als je kijkt naar wat er in de maatschappij gaande is, dan geldt dat zeker niet voor veel andere mensen.

Misschien ben ik daarin dan te pragmatisch.

Waarom wil jij eigenlijk zo graag een bijdrage leveren aan een betere samenleving?

Pfff.

Die drang heb je toch?

‘Drang’, dat maken jullie ervan.

Maar wat is het dan?

Het is niet één ding. Ik heb een oprechte passie voor inhoudelijke journalistiek en ben ook oprecht begaan met anderen. Dat zal vast ergens vandaan komen, maar ik zie mijn werk als een kans om dingen recht te trekken die schadelijk zijn voor anderen.

Maar als jij zegt: het komt vast ergens vandaan, dan wil ik graag weten wáárvandaan.

Ik hou van mijn werk en wat ik doe komt met verantwoordelijkheden. Als je als journalist een groot podium hebt, dan heb je daar zorgvuldig mee om te gaan. Dus daarvandaan.

LW_Tim_Hofman-4

Tim Hofman

© Lin Woldendorp

Ben jij trots op jezelf?

Neuh. Ik kan wel trots zijn op dingen die we hebben gemaakt.

Maar niet op jezelf persoonlijk?

Om wat?

Je bent pas 37 en hebt al best wat bereikt.

Soms, als ik iets terugkijk – áls ik daar al tijd voor heb – dan denk ik: o ja, dat hebben we goed gedaan.

Als een soort bewijs.

Ik hoef toch niet de hele dag trots op mezelf te zijn?

Dat zeg ik ook niet, ik vraag alleen of je… Nou, laat ik het dan anders zeggen: kun je dan in ieder geval af en toe trots zijn op die 7,5?

Ho even, ik sta bovenaan de privilegeladder, hè.

Ja maar Tim…

Ik bekijk het gewoon pragmatisch! Ik reken. Jíj vraagt…

Jij met je pragmatisch!

Nou, goed, misschien… Wat vroeg je nou? Ben je weleens trots?

Ja. Op jezelf. Op Tim Hofman.

Nou ja dus, op iets wat we gemaakt hebben. Dat het mooi of goed of belangrijk is geworden. Het is niet dat ik thuis zit te denken: zo zeg, ik ben trots op Tim. Ik kan wel mijn leven prettig vinden. Is dat het goede antwoord? Nu kijk je weer bedenkelijk! Ik heb er gewoon geen zware gedachten over.

Een zijstap dan: ik luisterde een podcast waarin jij te gast was en ik heb even meegeschreven: ‘Ik denk dat het van belang is voor mij als maker dat ik constant reflecteer. Je leert bij en verandert daardoor je patronen. Ik hoop dat ik dat doe,’ zei je. Verder heb je je angststoornis onder controle, je ziet je eigen tekortkomingen, kunt nuanceren, je houdt jezelf fit door gezond te leven. Dan ben je toch al een heel eind op weg voor iemand van 37?

Ja maar dat is toch een low bar?

Nee, jij schat de mensheid te hoog in. De gemiddelde man of vrouw worstelt meer dan jij – ik in ieder geval wel.

Je ziet in die aflevering maar een deel van mij, het gaat over dingen die goed gaan. Maar er gaan natuurlijk ook dingen niet goed.

Wat kun jij nog bijleren?

Alles. Wat ik daar bijvoorbeeld niet vertel, is dat ik geen film in mijn eentje kan kijken zonder vijftien keer op mijn telefoon te zitten omdat ik mezelf niet kan beheersen. Ik heb zeer weinig geduld, heb op sociaal vlak nog veel te leren en ben nog geen vader – dat laatste lijkt me veel moeilijker dan de rest van de dingen in mijn bestaan. Maar de rest van wat je daarnet noemde is allemaal praktisch en het minste wat ik kan doen.

Hm. Staan jouw naasten net zo in het leven als jij?

Ik heb mijn vriendschappen inderdaad wel ingericht op een bepaalde mate van openheid en reflectie. Ik ben van de lange vriendschappen, dus dat heeft kunnen groeien. Als ik kijk naar mijn binnenste cirkel, die overigens niet zo groot is, dan denk ik dat we alles tegen elkaar kunnen zeggen. Dat vind ik prettig.

Met als doel om elkaar uit liefde verder te helpen.

Ja. En dat betekent ook het tegen de ander zeggen als je iets niet fijn vindt. Ik denk niet in termen van goed en slecht, maar in termen van schadelijk en niet schadelijk.

Leg uit.

Als ik voor mezelf moet zorgen, probeer ik dat zo niet schadelijk mogelijk te doen, want dan floreer ik. Dat heb ík nodig. En daarbuiten sta ik er net zo in. Hoe ik me beweeg op de werkvloer, hoe ik mijn werk doe als journalist: ik let erop dat ik niet schadelijk ben voor anderen.

Ik bedoelde het trouwens als een compliment, hè, die opsomming van net.

Maar een compliment voor wát? Het is toch normaal gedrag? Wat je noemde heeft niks radicaals, er staat niet dat ik mijn baan heb opgezegd om vrijwilligerswerk te doen, of dat ik de helft van mijn salaris weggeef aan de armen.

Als je je in het normale leven beweegt, is er een flinke groep mensen die zoiets als zelfreflectie behoorlijk ingewikkeld vindt. Die niet hun angststoornis onder controle heeft, of fysiek goed genoeg voor zichzelf zorgt. Maar goed, volgende vraag: wat maakt jou boos?

Ik probeer met een zachte blik naar mensen te kijken, denk ik. En ik kijk met een harde blik naar de bovenste laag, dus naar de mensen met geld en macht. Wat ik moeilijk vind om aan te zien, is dat dit land voor een deel wordt beheerst door rechtse opiniemakers, mediamakers, politici, miljardairs, mensen met veel invloed, die de onderbuik uitventen en daarmee op een volstrekt irrationele manier een publiek debat beheersen en daar heel veel mensen mee benadelen. Mensen met een migratieachtergrond. Transpersonen zijn nu een zondebok. Er wordt gemorreld aan vrouwenrechten. Homofobie is up-and-coming . De welvaartskloof wordt groter. Ik kijk daar misschien een beetje droog-theoretisch naar, maar dat de onderbuik regeert?! Caroline van de Plas die zei: ‘onderbuikgevoel is ook gevoel’ – ja, maar dat gevoel hoef je toch niet serieus te nemen of een koers te laten bepalen? De wereld moet juist op feiten draaien. Daar kan ik me over opvreten.

Hard times ahead.

Zo kijk ik er ook naar ja, maar ik probeer optimistisch te blijven.

Moet je ook nog weleens lachen?

Zéker.

Om wie?

Kasper van der Laan. Merijn Scholten. Jim Deddes. Pieter Valley. Chateau Promenade . Ik vind het hilarisch als mensen normale mensen nadoen. Satire, en dat in een tijd die van zichzelf al op satire lijkt. Dat is een goed antwoord op je vraag, toch?

Meer over dit onderwerp?

Dit artikel verscheen eerder in de VARAgids. Als eerste lezen? Word abonnee

Delen:

Reacties (0)

BNNVARA nieuwsbrief

Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA Nieuwsbrief!

Meer over dit onderwerp

BNNVARA wij zijn voor