
Tim Hofman
© Lin Woldendorp
De presentator kiest zijn vrienden met precisie uit: ‘Ik denk niet in termen van goed en slecht, maar in termen van schadelijk en niet schadelijk.’
Je kijkt bedrukt. Is jouw beeld van mij zwaar?
O, zo. Nou, ik heb veel leuke excessen in mijn leven en ook dingen die ik lastiger vind, maar ik heb het niet zwaarder dan iemand anders. Dat is misschien een correct antwoord, maar wel het juiste.
Ik had vorig jaar een reünie van mijn middelbare school, we zaten met veertien mensen aan tafel. De een was arts, de een ander woonde net weer bij zijn ouders, eentje werkte niet – heel verschillende levens dus. Maar toen we een rondje deden met welk cijfer we ons leven gaven, kwamen we allemaal uit rond de 7,5. Prima dus. Het is prima om mij te zijn, schrijft dat maar op. Of vind je het jammer als ik dat zeg? Wil je liever een harde quote?
Dat zeggen meer mensen, maar het is ook een heel optimistisch programma.
Ik snap wat je bedoelt en ja, zo’n programma maken heeft een kostprijs, namelijk dat je ook als maker moet dealen met de dood. Natuurlijk heeft dat impact, maar als je je daarvan bewust bent, kun je het inpassen.
Ik drink niet meer, ik sport en ga op tijd naar bed. Dat zijn geen grote offers, maar ik wil mentaal fit zijn omdat ik dat ben verschuldigd aan de mensen die ik interview. Daarnaast check ik elk jaar bij mezelf of ik nog de juiste man op de juiste plaats ben. Kan ik bieden wat zij nodig hebben? Zijn mijn luisterend oor en nieuwsgierigheid nog oprecht? Is het voor mij emotioneel haalbaar? Daar denk ik veel over na, want ik kan de mensen die ik volg op geen enkele manier belasten met iets wat bij mij speelt. Ik ben geen robot, ik heb echt ook zitten huilen aan een sterfbed, maar ik moet in balans zijn.

Tim Hofman
© Lin Woldendorp
Dat speelt zeker mee. Er wordt me weleens gevraagd waarom iemand mee zou willen werken aan het programma. Maar weten dat je doodgaat zet je leven op scherp. Helemaal op die leeftijd wil je laten zien wat de essentie is.
We voeren gesprekken die een paar lagen onder de oppervlakte gaan en inderdaad vanuit een andere basis. Het kan zijn dat ik met hen ergens kom waar ze niet of moeilijker over kunnen praten met hun familie, omdat de verhoudingen anders liggen. Ik hoor weleens terug dat dat voor hen wat oplevert en dat is nogal een eer. En voor mij levensveranderend. Ik ben in 2018 uit interesse begonnen met dit programma – en dat is zo gebleven. Want als je het hebt over de essentie van het bestaan, dan heeft elke vraag die je stelt een lading. Dat maakt het interviewen zo mateloos fascinerend. Elke keer als ik ze gesproken heb, denk ik: dit is het. Áls je dan een verhaal kan vertellen, dan is dit wat er verteld moet worden. Zodra ik dat gevoel niet meer heb, moet ik stoppen – om even terug te komen op dat toetsmoment bij mezelf.
Werk kan een fundamenteel onderdeel zijn van je bestaan en eigenwaarde. Het is bijvoorbeeld voor veel mensen een moeilijk moment als ze zich moeten laten afkeuren. Doe ik nog wel mee? – dat gevoel.
Niet meer. Maar het is voor mij wel heel belangrijk. Ik heb een waanzinnige baan en probeer er ook iets zinnigs mee te doen. Tegelijkertijd kan ik mijn werk ook in perspectief plaatsen. Ik ben geen arts of zo.
De vraag is óf het niet meer bovenaan staat. Twijfelend: Dat weet ik niet. Ik weet wel dat het de eerste vijftien jaar een te grote kostprijs had. Je werk kan ook je persoonlijkheid worden, om welke reden dan ook.
Omdat het leuk is, omdat het lukt, geldingsdrang, ijdelheid, interesse, nieuwsgierigheid, een combinatie van alles. Dat zal het bij mij ook zijn.
Nee, dat is BOOS. Maar het is een jas die ik acht jaar geleden heb aangetrokken en niet meer heb uitgedaan. Ik hang ’m ook nooit in de kast. Klinkt dat warrig? Snap je die analogie?
Precies. Ik weet ook niet meer hoe het is zonder dat programma. Het is zo ingrijpend en echt, zo gestript van alle onzin. Misschien is het een weeffout in onze maatschappij dat de essentie pas komt bovendrijven als het einde nadert.

Tim Hofman
© Lin Woldendorp
'Hoger’ is arbitrair, maar ik zoek continu de uitdaging, als dat je vraag is.
Voor mij voelt dat meer als inhoudelijker.
Jij zegt: ‘Moet het steeds een treetje hoger?’ Zo heb ik het in ieder geval niet ervaren in de afgelopen jaren, omdat ik vrij consistent BOOS en Over mijn lijk maak. Daarbinnen probeer ik te verfijnen. Bij BOOS zijn de verhalen die we maken groter, zwaarder en misschien ook relevanter geworden en daarnaast probeer ik me ook te ontwikkelen als regisseur. Voor Over mijn lijk geldt: hoe makkelijker ik interview, hoe meer comfort ik de geïnterviewde kan bieden. Daar probeer ik dus te finetunen. De ambities die ik daarnaast nog heb, zie ik meer als iets zijwaarts dan iets hogers. (Peinzend) Ik heb mijn werk lang als een wedstrijd gezien: ik wil winnen, maar eigenlijk vervult het nooit.
Ikzelf – dus dat is arbitrair. Er is ook geen plafond, waardoor er altijd iemand is die meer heeft gepresteerd binnen de kaders waarmee je rekent. Het heeft gewoon geen zin.
Dit gaat over jaren terug, hè, maar: maatschappelijke impact, kijkcijfers, zelfs wie de mooiste las legde – allemaal dingen die ik zelf verzon. Het was een leuke tijd, maar ik merkte dat het me afleidde. Dus toen ben ik meer gaan focussen op wat ik máák. Ik probeer dat zo integer en zinnig mogelijk te doen, volgens journalistieke standaarden en altijd met de vraag of het maatschappelijk zinvol is. De rest is ruis.
Ik probeer dat gedeelte zo beknopt mogelijk te houden, omdat het afleidt van wat ik het allerliefst doe.
Ik ben zelf van de maatschappijkritiek en vind het andersom ook goed dat er kritisch naar míj wordt gekeken, want ik heb invloed en moet daar dus zorgvuldig mee omgaan.
Ik leer best veel van kritiek, of het nu van recensenten afkomstig is of van mensen op social media. Als ik iets zeg wat schadelijk is voor een ander, dan hoop ik dat iemand me een verbale klap op mijn nek geeft. Dan kijk ik daarna in de spiegel en denk: niet meer doen en daarmee is het voor mij klaar.
Dat is meteen mijn tweede punt, want inderdaad: daarnaast heb je ook negativiteit. Pestgedrag, haat, intimidatie, bedreigingen, zelfs een daadwerkelijke moordpoging. Dat is wat forser om mee te dealen en dat geldt voor alle personen die in het publieke oog werken: kunstenaars, politici, wetenschappers – verzin het maar. Maar zelf wil ik daar niet over klagen, we weten nu wel dat dit aan de hand is. Het laait op en ebt weer weg. En verder…
Precies, de basis is in orde.
Privé houd ik privé. Maar je had het eerder over in de pas lopen. Ja, denk ik dan, maar wat is nou de moeite om je zo te gedragen en uit te spreken, dat je niet schadelijk bent voor anderen? Nul toch?
Misschien ben ik daarin dan te pragmatisch.
Pfff.
‘Drang’, dat maken jullie ervan.
Het is niet één ding. Ik heb een oprechte passie voor inhoudelijke journalistiek en ben ook oprecht begaan met anderen. Dat zal vast ergens vandaan komen, maar ik zie mijn werk als een kans om dingen recht te trekken die schadelijk zijn voor anderen.
Ik hou van mijn werk en wat ik doe komt met verantwoordelijkheden. Als je als journalist een groot podium hebt, dan heb je daar zorgvuldig mee om te gaan. Dus daarvandaan.

Tim Hofman
© Lin Woldendorp
Neuh. Ik kan wel trots zijn op dingen die we hebben gemaakt.
Om wat?
Soms, als ik iets terugkijk – áls ik daar al tijd voor heb – dan denk ik: o ja, dat hebben we goed gedaan.
Ik hoef toch niet de hele dag trots op mezelf te zijn?
Ho even, ik sta bovenaan de privilegeladder, hè.
Ik bekijk het gewoon pragmatisch! Ik reken. Jíj vraagt…
Nou, goed, misschien… Wat vroeg je nou? Ben je weleens trots?
Nou ja dus, op iets wat we gemaakt hebben. Dat het mooi of goed of belangrijk is geworden. Het is niet dat ik thuis zit te denken: zo zeg, ik ben trots op Tim. Ik kan wel mijn leven prettig vinden. Is dat het goede antwoord? Nu kijk je weer bedenkelijk! Ik heb er gewoon geen zware gedachten over.
Ja maar dat is toch een low bar?
Je ziet in die aflevering maar een deel van mij, het gaat over dingen die goed gaan. Maar er gaan natuurlijk ook dingen niet goed.
Alles. Wat ik daar bijvoorbeeld niet vertel, is dat ik geen film in mijn eentje kan kijken zonder vijftien keer op mijn telefoon te zitten omdat ik mezelf niet kan beheersen. Ik heb zeer weinig geduld, heb op sociaal vlak nog veel te leren en ben nog geen vader – dat laatste lijkt me veel moeilijker dan de rest van de dingen in mijn bestaan. Maar de rest van wat je daarnet noemde is allemaal praktisch en het minste wat ik kan doen.
Ik heb mijn vriendschappen inderdaad wel ingericht op een bepaalde mate van openheid en reflectie. Ik ben van de lange vriendschappen, dus dat heeft kunnen groeien. Als ik kijk naar mijn binnenste cirkel, die overigens niet zo groot is, dan denk ik dat we alles tegen elkaar kunnen zeggen. Dat vind ik prettig.
Ja. En dat betekent ook het tegen de ander zeggen als je iets niet fijn vindt. Ik denk niet in termen van goed en slecht, maar in termen van schadelijk en niet schadelijk.
Als ik voor mezelf moet zorgen, probeer ik dat zo niet schadelijk mogelijk te doen, want dan floreer ik. Dat heb ík nodig. En daarbuiten sta ik er net zo in. Hoe ik me beweeg op de werkvloer, hoe ik mijn werk doe als journalist: ik let erop dat ik niet schadelijk ben voor anderen.
Maar een compliment voor wát? Het is toch normaal gedrag? Wat je noemde heeft niks radicaals, er staat niet dat ik mijn baan heb opgezegd om vrijwilligerswerk te doen, of dat ik de helft van mijn salaris weggeef aan de armen.
Ik probeer met een zachte blik naar mensen te kijken, denk ik. En ik kijk met een harde blik naar de bovenste laag, dus naar de mensen met geld en macht. Wat ik moeilijk vind om aan te zien, is dat dit land voor een deel wordt beheerst door rechtse opiniemakers, mediamakers, politici, miljardairs, mensen met veel invloed, die de onderbuik uitventen en daarmee op een volstrekt irrationele manier een publiek debat beheersen en daar heel veel mensen mee benadelen. Mensen met een migratieachtergrond. Transpersonen zijn nu een zondebok. Er wordt gemorreld aan vrouwenrechten. Homofobie is up-and-coming . De welvaartskloof wordt groter. Ik kijk daar misschien een beetje droog-theoretisch naar, maar dat de onderbuik regeert?! Caroline van de Plas die zei: ‘onderbuikgevoel is ook gevoel’ – ja, maar dat gevoel hoef je toch niet serieus te nemen of een koers te laten bepalen? De wereld moet juist op feiten draaien. Daar kan ik me over opvreten.
Zo kijk ik er ook naar ja, maar ik probeer optimistisch te blijven.
Zéker.
Kasper van der Laan. Merijn Scholten. Jim Deddes. Pieter Valley. Chateau Promenade . Ik vind het hilarisch als mensen normale mensen nadoen. Satire, en dat in een tijd die van zichzelf al op satire lijkt. Dat is een goed antwoord op je vraag, toch?
Dit artikel verscheen eerder in de VARAgids. Als eerste lezen? Word abonnee
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA Nieuwsbrief!