
Veel jongvolwassenen stellen hun kinderwens uit door de woningcrisis. Hun woonsituatie is niet geschikt voor kinderen en ze hebben geen zicht of kans op een andere woning. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS en het NIDI, het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut.
Ook het adviesplatform Independer deed onderzoek en concludeert: "Bijna de helft van de Nederlanders tussen de 18 en 44 jaar stelt hun kinderwens uit omdat hun huidige woonsituatie niet geschikt is voor gezinsuitbreiding."
Het aantal kinderen dat in Nederland geboren wordt, is de afgelopen jaren flink gedaald. Waar het gemiddeld aantal kinderen van een vrouw in 2010 nog 1,8 bedroeg, is dit in 2025 afgenomen tot 1,42. Het laagste cijfer sinds de start van de meting in 1950.
Tanja Traag, hoofdsocioloog van het CBS zegt hierover: “We zien een aantal dingen heel duidelijk in het onderzoek. Vrouwen die in een huurwoning leven krijgen minder vaak kinderen dan vrouwen in een koopwoning. De kans om een kind te krijgen is bij huiseigenaren met 7 procent bijna twee keer zo groot als bij huurders, daar is het percentage 3,9 procent.”
Dat komt volgens haar omdat huurwoningen vaak appartementen zijn. “Klein, geen tuin, noem maar op. En juist als je op die huurmarkt zit is de stap naar een eengezinswoning, met een tuintje waar een zandbak kan staan, lastiger bereikbaar. Je hebt geen kapitaal zoals bij een koophuis.”
Kopen is voor velen onbereikbaar geworden. De huizenprijzen stijgen sinds 2013 een stuk sterker dan de inkomens. Het effect is nog groter in gebieden waar de huizenprijzen hoger zijn. “Doorgaans is het in de stad nog lastiger een kindvriendelijk huis te vinden en betalen. In essentie zien wij vooral dat de onzekerheid die mensen, de woonomstandigheden en financiën een grote rol spelen.”
Ook Sylvana Lachmansingh heeft een kinderwens. Ze schreef een brief aan presentatrice Amber Kortzorg. "Ik heb mijn kinderwens losgelaten want zonder zicht en hoop op een woning valt er geen gezin te stichten."
Ze is dit jaar 4 keer verhuisd en woont tijdelijk in een sloopwoning in Den Haag. “Er is hier geen isolatie of onderhoud. Daar teken je ook voor. Alleen in de winter is het hier kneiterkoud.”
Hoewel ze een vast inkomen heeft, kan ze door de hoge energietarieven de kosten nauwelijks betalen. Een koophuis is onhaalbaar voor haar en de wachttijd voor een sociale huurwoning is 14 jaar. Het geeft haar soms een wanhopig gevoel en ze heeft haar kinderwens losgelaten: “Ik kan het niet verantwoorden dat ik geen dak en stabiliteit kan bieden. Al sinds dat ik kind was, wilde ik moeder worden. 'Zelfs zonder man gaat me dat zeker lukken', dacht ik. Maar je kunt niet gerust zwanger zijn. En hoe moet het als het kind naar school gaat? Ik weet helemaal niet waar ik terecht ga komen.”
Dat ze nu noodgedwongen geen moeder wordt, doet haar zeer: “Ik probeer er meestal niet te diep over na te denken, maar in het verleden kwam ik niet meer bij vrienden die kinderen hadden.”
Ze spreekt tenslotte de hoop uit dat er niet te veel mensen in dezelfde situatie zitten als zij.
Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening schreef aan de Tweede Kamer:
“De woningnood is één van de grootste problemen van onze tijd. Het leven van te veel mensen staat op pauze: jongeren die niet weg kunnen bij hun ouders, ouderen die geen passende woning vinden, verpleegkundigen en leraren die ver van hun werk wonen. Dat is niet uit te leggen.”
Zij presenteerde eind september het Actieplan Versnelling Woningbouw.
Habtamu de Hoop, Tweede Kamerlid voor PRO, benadrukt dat dit kabinet meer doet om de woningnood aan te pakken dan vorige kabinetten, maar het is onvoldoende: “Ons belangrijkste kritiekpunt is dat er onvoldoende gebouwd wordt. We investeren te weinig in de clubs die dat het beste kunnen: de woningbouwcorporaties. Dus meer geld daar naartoe en schaf voor deze corporaties bijvoorbeeld de winstbelasting af. Daarnaast moet Nederland echt af van het stikstofslot. Veel nieuwbouw kan daardoor nog steeds niet doorgaan.”
Verder vindt De Hoop dat de leegstand harder aangepakt moet worden: “Dit vind ik een heel belangrijk punt. Er staan jaarlijks 90.000 woningen leeg in Nederland en elk huis telt. De wettelijke mogelijkheden voor gemeenten om dit harder aan te pakken zijn er net gekomen, dus voor veel gemeenten is het nog zoeken hoe dat uit te voeren. Het is nu ook aan gemeentebesturen om op te durven treden.”
PRO vierde onlangs uitbundig dat het de partij is gelukt om de bezuinigingen op de sociale zekerheid van tafel te krijgen. Toch ziet hij voor de woningnood een andere aanpak: “Volgens mij is het volstrekt duidelijk hoe belangrijk ik het vind. Ik ben zelf 28 en zie elke dag om mij heen, bij vrienden en familie, dat die niet aan een huis kunnen komen."
"Dus wij als partij willen heel graag met elkaar om tafel om deze crisis op te lossen. Dan helpt het niet dat je in die fase allemaal keiharde eisen gaat stellen."