Studenten met een visuele beperking worden in het hoger onderwijs nog dagelijks buitengesloten door ontoegankelijke digitale leermiddelen. Het probleem is al jaren bekend, technisch oplosbaar en vastgelegd in internationale verdragen, maar structurele wetgeving en handhaving blijven uit. Daardoor hangt toegankelijkheid nu te vaak af van de goede wil van individuele docenten of instellingen.
Uit onderzoek van de Oogvereniging (2024) blijkt dat 63 procent van de studenten met een visuele beperking tijdens hun studie te maken heeft (gehad) met ontoegankelijke digitale leeromgevingen. Dit leidt tot studievertraging, extra stress en in sommige gevallen zelfs tot uitval.
Veelgebruikte systemen in het hoger onderwijs zijn vaak technisch niet of onvoldoende toegankelijk. Knoppen zijn niet gelabeld, menu’s zijn onlogisch opgebouwd en schermlezers lopen vast. En ook studiemateriaal vormt een struikelblok. Denk aan pdf’s zonder tekstlaag, PowerPoints worden alleen in de les getoond, het regelen van toetsen is soms veel gedoe en niet vooraf gedeeld. Bovendien missen afbeeldingen, grafieken en tabellen beschrijvingen. Studenten moeten telkens opnieuw aantonen wat zij nodig hebben.
Het probleem raakt overigens niet alleen blinden en slechtzienden. Ook studenten die moeite hebben met prikkelverwerking, concentratie of motorische handelingen lopen tegen dezelfde digitale barrières aan.
Nederland ondertekende in 2016 het VN-verdrag Handicap, dat gelijke toegang tot onderwijs en digitale informatie verplicht stelt. In de praktijk is dat verdrag nauwelijks vertaald naar concrete, afdwingbare regels voor het hoger onderwijs. Sinds 28 juni 2025 is de Europese Toegankelijkheidswet (EAA) van kracht. Die verplicht digitale producten en diensten toegankelijk te maken. Maar in Nederland vallen onderwijs en zorg buiten deze wet.
Tweede Kamerlid Don Ceder (ChristenUnie) diende in november 2024 een motie in om de Europese Toegankelijkheidswet ook te laten gelden voor onderwijs en zorg. Zijn kritiek: Nederland vertrouwt te veel op zelfregulering, terwijl kwetsbare studenten daar de dupe van worden.
Volgens hoogleraar Eric Velleman, die onderzoek doet naar digitale toegankelijkheid, kán het wel. Duidelijke wetgeving zou daar volgens hem bij werken.
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt het belang van toegankelijk vervolgonderwijs te onderschrijven en verwijst naar een lopend onderzoek, Ook zegt het ministerie nog in gesprek te zijn over de motie van Don Ceder. De volledige reactie is hier te lezen (pdf).
Zowel de Vereniging Hogescholen als Universiteiten van Nederland (UNL) benadrukken dat het bewustzijn over digitale toegankelijkheid groeit en dat instellingen stappen zetten. Tegelijk erkennen zij dat veel studenten nog afhankelijk zijn van individuele voorzieningen en maatwerk. De volledige reacties zijn hier te lezen (pdf).
De hogescholen van studenten die geïnterviewd zijn in het item, hebben ook een reactie gegeven. Lees hier de reactie van Hogeschool Rotterdam, Hogeschool Leiden en Hogeschool Inholland (pdf).
IederIn, de Nederlandse koepelorganisatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte, geeft aan dat toegankelijk onderwijs mogelijk is en dat heldere wetgeving nodig is. Lees de volledige reactie hier (pdf).