Feestjes, uitslapen en brak op de bank hangen: het is het stereotype beeld van het studentenleven. Maar dat imago van luie studenten is verre van waar, zo ontdekt Mai in de serie 'Niks geen luie student!'. Neem de 19-jarige Robin uit Groningen. Hij studeert HBO-Verpleegkunde aan de Hanze en werkt daarnaast als helpende plus in een verpleeghuis met zo’n 66 bewoners. Terwijl leeftijdsgenoten de club induiken, kiest Robin liever voor een avonddienst in het verpleeghuis.
In ‘Niks Geen Luie Student' volgt Mai vier studenten in vier verschillende steden. Elk met een ander bijbaantje, een ander budget en een eigen verhaal over wat het kost om student te zijn. Wat verdienen ze, waar geven ze hun geld aan uit en hoe goed is hun werk eigenlijk te combineren met de collegebanken?
Robin zit in het derde jaar van zijn opleiding HBO-Verpleegkunde. Anderhalf jaar geleden begon hij in het verpleeghuis als zorgassistent. Inmiddels is hij doorgegroeid naar 'helpende plus'. "Op mijn studie wordt heel erg aangeraden om iets te doen wat aansluit bij je opleiding. Als zorgassistent mag je zonder opleiding aan de slag. Dan zet je koffie, geef je mensen eten of ga je samen wandelen. Ik wilde graag een baantje dat aansloot bij mijn opleiding en het verdient op mijn leeftijd beter dan bij de supermarkt."
Ook voor zijn toekomst komt het werk goed van pas. "Ik kan door mijn studie goed omhoog groeien in functie en het helpt bij werk zoeken na mijn opleiding. Ik heb nu ervaring die mijn klasgenoten niet hebben." Het verpleeghuis ligt bovendien dichtbij zijn woonadres. Dat is handig, want Robin draait naast dag- en avonddiensten ook nachtdiensten. Soms werkt hij van elf uur 's avonds tot half acht 's ochtends. "De nachtdienst is wel heftig. De dag erna kan ik helemaal niks doen. Maar je krijgt ook veel toeslagen, dus daarom doe ik het nog." Zijn voorkeur gaat uit naar de avond. "'s Avonds beginnen mensen wat meer klachten te krijgen en worden ze onrustiger. Dat vind ik leuker. Dan ga je gewoon door."
Een ochtenddienst begint voor Robin om kwart over zeven. Eerst leest hij de rapportages op de laptop: wat is er de afgelopen dagen gebeurd en welke afspraken zijn er gemaakt? Daarna bespreekt hij met zijn collega's de dag.
Dan begint het werk. Bewoners wassen, medicatie geven, ondersteunen bij wondzorg, afwassen en handdoeken bijvullen. Rond twaalf uur deelt Robin opnieuw medicatie uit en eten de bewoners samen. Later volgen nog meer medicatiemomenten en toiletbezoekjes. Rond drie uur schrijft hij zijn rapportage en draagt hij het werk over aan de avonddienst.
Maar voor Robin gaat het werk om meer dan alleen de zorgtaken. "Je doet het absoluut om dienstbaar te zijn en wat te betekenen voor anderen. Dat kan misschien bij de supermarkt ook, maar hier kan ik echt iemands dag maken." Hij noemt de vrouw die Mai ontmoet. Zij brengt veel tijd alleen op haar kamer door. "Ik probeer altijd iemands kamer in te komen met een lach en toch even kort een praatje te maken. Ook al heb ik die tijd eigenijk niet. En ik ben er echt van overtuigd dat je in die vijf minuten een verschil kan maken. Als ik wegga en mevrouw heeft een lach op haar gezicht, vind ik het al een geslaagde dag."
Dat persoonlijke contact heeft ook een keerzijde. Robin komt bij bewoners over de vloer en bouwt soms in korte tijd een sterke band met hen op. "Je leert iemand kennen en komt direct bij hen thuis. Dat is heel kwetsbaar." Tegelijkertijd weet hij dat hij sommige mensen waarschijnlijk niet jarenlang zal kennen. Dat werd hem opnieuw duidelijk toen hij onlangs afscheid nam van mensen op een ander werkadres. "Ik was laatst toevallig weggegaan bij een ander werkadres en toen moest ik wel even een traan wegpinken toen ik doei zei tegen de mensen. Je weet dat je ze niet meer gaat zien, want ze gaan gewoon overlijden. Maar dat hoort ook allemaal bij dit werk."
Robin heeft inmiddels meerdere bewoners de laatste zorg gegeven. "Je went eraan. Maar als iemand komt te overlijden, blijf je dat wel in je achterhoofd houden. Ik kan er wel vrede mee hebben, omdat ik weet dat deze mensen gewoon oud zijn geworden en de meesten ook een mooi leven hebben gehad." De eerste bewoner met wie hij tijdens zijn werk echt een band had opgebouwd, vond hij moeilijk om te verliezen. "Dat weet ik nog steeds heel goed. Heel eerlijk heb ik toen ook wel een traantje weggepinkt. Ik dacht toen: ja zo is het leven. Dat komt heel hard binnen soms. Dan ga je daar naartoe en zie je een verloren zoon staan met zijn overleden vader daarnaast. Die momenten daar blijf je wel even mee zitten. Maar ik ben heel dankbaar dat ik dit heb mogen meemaken en in mijn rugzak met ervaringen mee kan meenemen."
Robin combineert zijn werk met ongeveer 24 uur studie per week. Hij heeft twee dagen college en één dag zelfstudie. Daarnaast werkt hij tussen de 10 en 20 uur. Zijn passie voor de zorg is duidelijk merkbaar. Toch loopt Robin zichzelf ook weleens tegen het lijf. Vooral het invullen van openstaande diensten kan lastig zijn. "Je moet echt leren nee zeggen, want als veel mensen ziek zijn, word je vaak geappt om een dienst te doen. Omdat er weinig mensen zijn, is dat ook vaak nodig. Ook tijdens mijn vakantie."
Robin probeert daarom zijn agenda goed vooruit te plannen. "Mijn agenda is mijn grootste vriend", grapt hij. Tot nu toe heeft de Groninger nog nooit een dienst afgezegd. "Maar ik kan nu wel ‘nee’ zeggen tegen last-minute aanvragen." Dat de combinatie lukt, komt volgens hem ook doordat hij zijn opleiding momenteel niet heel uitdagend vindt. Daardoor kan hij zijn werk er makkelijk naast doen. "Ik denk dat er ook een stigma hangt op werken in een verpleeghuis. Dat het alleen maar billen wassen is. Daar had ik ook niet zoveel zin in, maar ik doe het nu zovaak dat het me echt niet meer uitmaakt. Het went enorm. En als je hier komt zonder zorgopleiding dan ben je er echt voor de koffie en gezelligheid."
Het werken levert Robin ook financieel wat op. Hij verdient ongeveer 17,30 euro per uur en krijgt daar onregelmatigheidstoeslagen bovenop. Per maand komt hij uit op ongeveer 1.200 euro. De ene keer wat meer, de andere keer wat minder.
Omdat Robin nog thuis woont, kan hij een flink deel van zijn inkomen sparen. "Ik probeer me er echt bewust van te zijn dat ik meer verdien dan gemiddeld iemand van mijn leeftijd.” Met zijn bijbaan verdient hij ongeveer 1.200 euro per maand. Daarvan zet hij tussen de 500 en 1.000 euro opzij. “Ik spaar voor de grote dingen, zoals een huis en auto. Het is gewoon fijn om al met een buffer bezig te zijn."
Robin realiseert zich dat niet iedere student die mogelijkheid heeft. "Mijn ouders doen heel veel voor mij. Daar ben ik ze ook dankbaar voor. Ik heb ook klasgenoten die moeten lenen van hun ouders, omdat het anders gewoon niet lukt."
Een typisch studentenleven heeft Robin naar eigen zeggen niet. "Nee, totaal niet. Ik doe wel leuke dingen met vrienden, maar ik vind werken, studeren en sporten het leukste." En dat mist hij ook niet.
Sterker nog: als hij het geld niet nodig zou hebben, zou hij zijn bijbaan waarschijnlijk nog steeds doen. "Ik wil maatschappelijk bezig zijn en impact maken op mensen."
Toch ziet Robin zichzelf later waarschijnlijk niet in de ouderenzorg werken. Niet omdat hij zijn huidige werk niet leuk vindt, maar omdat hij een ander doel heeft binnen de zorg. “Hier zorgen we vooral voor comfort. Ik wil graag mensen beter maken.”
Zelf zou hij later liever als verpleegkundige in een ziekenhuis werken. Ook een toekomst als verpleegkundig specialist sluit hij niet uit. Maar voorlopig blijft hij dus graag in het verpleeghuis werken. Ook als een nachtdienst zwaar is, een bewoner niet altijd kan laten merken wat zijn zorg betekent of afscheid nemen soms pijn doet.
Wil je weten hoe het werken in het verpleeghuis Mai afging en wat ze ervan vond? Check dan de aflevering hier op ons YouTube-kanaal!
In liefdevolle herinnering aan mw A.E. Alkema Holman