Resten van tientallen pesticiden op tuinplanten uit diverse tuincentra
25-04-2026
•
leestijd 4 minuten
•
16150 keer bekeken
•
Het voorjaar is in volle gang. Voor veel mensen een reden om de tuin weer op te leuken met nieuwe tuinplanten. Maar veel van deze mooi uitziende planten uit het tuincentrum bevatten een mix aan pesticiden, met grote gevolgen voor insecten die juist op dit soort 'insectvriendelijke' planten afkomen. Een steekproef vorig jaar gaf een alarmerend beeld. Hoe staat het er nu voor?
PAN-NL (Pesticide Action Network Nederland) voerde opnieuw onderzoek uit naar de hoeveelheid pesticiden op tuinplanten om te zien hoe het er op dit moment voor staat. Een jaar geleden werd eenzelfde soort steekproef gedaan: ook toen bleek de uitslag zeer teleurstellend voor de insecten.
In hun steekproef heeft PAN-NL dit keer 17 gangbare tuinplanten uit een drietal tuincentra (Welkoop, Praxis en Intratuin) onderzocht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Uit deze steekproef is gebleken dat de 17 tuinplanten resten van 32 verschillende pesticiden bevatten.
De reportage over het onderzoek van vorig jaar zie je hieronder. Dit artikel loopt door na onderstaande video.
Aantrekkelijke planten voor insecten
Het onderzoek heeft zich dit keer gericht op planten die voor insecten van nature aantrekkelijk zijn: lavendel, Buddleja (vlinderstruik), Dianthus (anjer), Campanula (klokjesbloem), Erysimum (muurbloem), Osteospermum (Spaanse margriet) en rozemarijn. Daarnaast zijn gangbare viooltjes, biologische munt en biologische rozemarijn op resten van bestrijdingsmiddelen (residuen) onderzocht.
Er werden in totaal 32 verschillende pesticiden gevonden. Op alle 17 planten is in het lab een cocktail van pesticiden aangetroffen. Conclusie van PAN-NL is “dat in 2026 gangbare tuinplanten voor insecten nog even onveilig zijn als in de voorafgaande jaren.”
Schadelijk voor insecten
Als consument is het een gok hoeveel resten van pesticiden er precies op jouw plant zitten, het is zonder laboratorium niet te achterhalen. Je denkt dat je iets goed doet voor het milieu en insecten door wat in je tuin te planten, maar dat kan dus funest zijn voor de nuttige insecten die zich juist aangetrokken voelen tot die betreffende plant.
Marcel Dicke is hoogleraar entomologie, betrokken bij onderzoek naar alternatieven voor pesticiden aan de Wageningen Universiteit. Insecticiden, die op dit soort planten gespoten worden, zijn bedoeld om insecten te doden. En ook als de plant uiteindelijk in jouw tuin terecht komt, heeft het mengsel van pesticiden die op de plant achterblijven effect op de insecten. Dat zorgt er mede voor dat sommige insectenpopulaties sterk achteruit gaan.
Een effect kan directe sterfte zijn, maar ook kunnen insecten steriel (onvruchtbaar) worden, waardoor ze zich niet meer kunnen voortplanten. Vooral over de combinatie van pesticiden die worden gebruikt maakt Dicke zich ernstig zorgen: "Die mengsels hebben onverwachte effecten, die soms echt negatief uitwerken op zowel insecten, maar het kan zelfs ook op onze eigen gezondheid negatief uitwerken. En daarop wordt niet getoetst."
Het complete onderzoeksrapport van PAN-NL lees je hier (.pdf)
Pesticiden zijn toegestaan
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of stoffen zoals op deze tuinplanten zijn gebruikt worden toegelaten op basis van de Europese wetgeving. Alle pesticiden die in het onderzoek van PAN-NL op de tuinplanten zijn gevonden, zijn door het Ctgb goedgekeurd.
Het Ctgb stelt: "De gebruikte middelen en gevonden concentraties mogen geen onaanvaardbare risico’s hebben voor dieren (waaronder insecten) of het milieu. Daarbij kijken wij op populatieniveau; de populatie van een bepaald insect moet zich tijdig en goed kunnen herstellen van eventuele gevolgen voor individuele dieren. Ook de effecten op (honing)bijen worden apart meegenomen in de beoordeling."
Volledige reactie Ctgb
Cgtb reageert op vragen over de toelating van pesticiden / insecticiden
- Waarom controleert het Ctgb bij de toelating van insecticiden/pesticiden niet op de schadelijkheid van residu per stof, zodat een maximumhoeveelheid residu vastgesteld zou kunnen worden?
Het is de wettelijke taak van het Ctgb gewasbeschermingsmiddelen te beoordelen op risico’s voor mens, dier of milieu volgens de daarvoor geldende Europese verordening. Dat geldt ook voor middelen toegelaten voor tuinplanten. Daarbij gaat het niet om de vraag óf je residuen vindt, maar in welke concentratie je die residuen vindt. De gebruikte middelen en gevonden concentraties mogen geen onaanvaardbare risico’s hebben voor dieren (waaronder insecten) of het milieu. Daarbij kijken wij op populatieniveau; de populatie van een bepaald insect moet zich tijdig en goed kunnen herstellen van eventuele gevolgen voor individuele dieren. Ook de effecten op (honing)bijen worden apart meegenomen in de beoordeling.
- Waarom is het (uit)sterven van insecten door residu van gebruikte pesticiden/insecticiden op tuinplanten voor het Ctgb geen reden om een stof af te keuren?
Het goedkeuren of afkeuren van een stof is een Europese bevoegdheid, geen bevoegdheid van het Ctgb. Zie verder de toelichting hierboven. Daarbij merken we op dat ook bijv. aspecten als monoculturen, versnippering van natuur, toename van het verhard oppervlak effect hebben op de insectenpopulatie.
- Deskundigen stellen dat de populatie insecten hard achteruitgaat, onder andere door gebruik van pesticiden/insecticiden. Op de website van het Ctgb is over de toelating van deze stoffen te lezen dat "de industrie aantoont dat de stoffen of producten [...] geen enkel schadelijk effect op de gezondheid van mens of dier hebben, noch enig onaanvaardbaar effect voor het milieu.” Maar de door het Ctgb toegelaten stoffen hebben (in combinatie) wel degelijk desastreuze gevolgen voor dieren. Wat is de reactie van Ctgb hierop?
Zoals toegelicht moet het Ctgb de in de EU geldende beoordelingskaders volgen, dat geldt ook voor de bedrijven die deze middelen produceren. Wanneer wetenschappers, ngo’s of consumenten redenen zien om deze middelen op een ander wijze te beoordelen, is het aan de (Europese en nationale) beleidsmakers om dat te overwegen en deze regels aan te passen.
Reacties uit de tuinbranche
De tuincentra benadrukken al een aantal jaar de ambitie om in 2030 een assortiment te verkopen dat voor 70% vrij van pesticiden is.
Zo stelt Intratuin in een reactie aan Kassa: "Ons doel is duidelijk: een 70% chemievrij assortiment in 2030. Hier werken we samen met onze kwekers hard aan. Al 95% heeft de Ambitie 5.0 ondertekend – samen bouwen we het middelengebruik versneld af."
De volledige reactie van Intratuin lees je hieronder.
Volledige reactie Intratuin
Reactie Intratuin op onderzoek PAN-NL 2026
Intratuin heeft rapport gelezen en is geïnformeerd over de resultaten. We nemen deze bevindingen serieus en zijn open over wat we weten, wat we doen en wat beter moet. We staan open voor gesprek en hebben KASSA toegestaan om op onze parkeerplaatsen Intratuinklanten te interviewen.
Wat is er gevonden?
De biologische rozemarijn die is onderzocht bevatte geen enkele schadelijke stof. In een vlinderstruik daarentegen, zijn zes stoffen aangetroffen. Waarvan ééntje, ‘propamocarb’, in een hoge concentratie. Let wel: het gaat om stoffen die in Nederland zijn toegestaan en die niet op de GP9- of Toxic12-lijst van Tuinbranche Nederland terug te vinden zijn. De planten voldoen daarmee aan de afspraken binnen Ambitie 5.0.
In gesprek met de kweker
We hebben meteen contact opgenomen met de betreffende kweker en een extra analyse laten uitvoeren. De vlinderstruiken worden in een kas geteeld. Onder deze omstandigheden kunnen planten gevoeliger zijn voor ziekten zoals valse meeldauw, waarvoor in dit geval propamocarb is ingezet. De kweker was ontzettend verbaasd over de gevonden concentratie propamocarb (102 mg/kg). Bij een nieuwe monstername was de concentratie propamocarb bijna 100% lager: 3,4mg/kg. Mogelijke verklaringen voor deze uiteenlopende cijfers kunnen het moment van de meting of de beperkte steekproefomvang en monstergewicht zijn. Dat zijn verklaringen, geen excuses! Momenteel voeren we gesprekken met de kweker over het verder reduceren van middelengebruik.
Onze (verdere) stappen: we zijn er nog niet
Ons doel is duidelijk: een 70% chemievrij assortiment in 2030. Hier werken we samen met onze kwekers hard aan. Al 95% heeft de Ambitie 5.0 ondertekend - samen bouwen we het middelengebruik versneld af. Met de overige 5% zijn we nog in gesprek. Het is niet eenvoudig om zomaar af te bouwen: vaak bemoeilijken wetgeving, het klimaat en de beschikbaarheid van alternatieven de beslissingen. Maar het gesprek voeren en kennis delen werkt.
Minder middelen betekent ook een ander assortiment: soms zijn planten niet in het seizoen of zien ze er misschien net anders uit dan mensen gewend zijn. We vragen daarin ook iets van onze klanten, en die eerlijkheid past bij ons. We zijn er nog niet. Maar we blijven meten, vragen stellen en verbeteren, elke dag opnieuw, samen met alle partners in de keten.
Ook Praxis heeft gereageerd. Hun reactie lees je hieronder.
Volledige reactie Praxis
Reactie Praxis op onderzoek PAN-NL 2026
Praxis neemt, ondanks dat de aangetroffen stoffen wettelijk zijn toegestaan, de zorgen om gewasbeschermingsmiddelen serieus. Daarom hebben we de afgelopen jaren concrete stappen gezet om het gebruik van chemische middelen verder terug te dringen. Zo laten we onder andere vanuit Praxis aanvullende analyses doen op planten voordat ze naar de winkel gaan. Die inzet heeft geleid tot aantoonbare vooruitgang in het jaarlijkse onafhankelijk residuonderzoek. Via Tuinbranche NL blijven wij hierover met regelmaat met PAN-NL in gesprek.
Voor verdere toelichting verwijzen wij naar het statement van Tuinbranche NL.
Tuincentrum Welkoop laat weten: "Als retailer voelen wij hierin een duidelijke verantwoordelijkheid. Daarom hanteren wij voor ons assortiment aanvullende eisen die verder gaan dan de geldende wet- en regelgeving. Zo zijn wij aangesloten bij de sectorbrede Ambitie 5.0 Gewasbescherming in de sierteelt van Tuinbranche Nederland, waarin afspraken zijn gemaakt over het beperken van het aantal residuen op planten en het uitfaseren van verschillende schadelijke bestrijdingsmiddelen, ook als deze nog wettelijk zijn toegestaan."
De volledige reactie van Welkoop lees je hieronder.
Volledige reactie Welkoop
Reactie Welkoop op onderzoek PAN-NL 2026
Het rapport van PAN-NL sluit aan bij een belangrijk doel waar wij aan werken: het gebruik van bestrijdingsmiddelen verder terugdringen en de impact op insecten en biodiversiteit beperken.
Als retailer voelen wij hierin een duidelijke verantwoordelijkheid. Daarom hanteren wij voor ons assortiment aanvullende eisen die verder gaan dan de geldende wet- en regelgeving. Zo zijn wij aangesloten bij de sectorbrede Ambitie 5.0 Gewasbescherming in de sierteelt van Tuinbranche Nederland, waarin afspraken zijn gemaakt over het beperken van het aantal residuen op planten en het uitfaseren van verschillende schadelijke bestrijdingsmiddelen, ook als deze nog wettelijk zijn toegestaan.
Daarnaast hebben wij ons gecommitteerd aan de doelstelling om in 2030 te komen tot een assortiment dat voor 70% chemievrij is gekweekt. Om die transitie te realiseren, maken wij met onze leveranciers en kwekers concrete afspraken over teeltmethoden en toegestane middelen. Ook wordt er via eigen- en sectorale steekproeven en onafhankelijke analyses gecontroleerd op het naleven van wet- en regelgeving en op de bovenwettelijke Ambitie 5.0. Het afgelopen jaar hebben wij het aantaleigen steekproeven verder uitgebreid en het aandeel chemievrij gekweekte planten in ons assortiment vergroot.
Deze steekproeven laten zien dat ons assortiment in toenemende mate voldoet aan deze afspraken. Tegelijkertijd begrijpen we de wens om te versnellen, al brengt dit in de praktijk uitdagingen met zich mee waar we samen met kwekers en leveranciers in optrekken. Als retailer nemen wij hierin verantwoordelijkheid door regelmatig met kwekers en leveranciers om tafel te zitten, meer samen te werken met kwekers die chemievrij zijn en kwekers op weg te helpen die dat nog niet zijn. Dit betekent ook dat we de consument moeten meenemen in deze verandering: planten worden de komende jaren vaker op een natuurlijk bloeimoment in het seizoen aangeboden. We zien dit als een traject waarin samenwerking en transparante communicatie centraal staan en geloven met deze manier van werken het gebruik van pesticiden op tuinplanten de komende jaren samen verder te kunnen reduceren.
Tegelijkertijd zien wij dat het nog niet in alle gevallen lukt om te voldoen aan Ambitie 5.0. Wanneer afwijkingen worden vastgesteld, gaan wij in gesprek met de betrokken kweker en leverancier om de oorzaak te achterhalen en verbeteringen door te voeren. In sommige gevallen spelen externe factoren een rol, zoals onbedoelde verspreiding van stoffen vanuit de omgeving. Dit onderkent het rapport PAN-NL ‘26. Dat neemt niet weg dat verdere reductie een belangrijke prioriteit blijft, voor ons en voor de sector als geheel.
Wij zien onze doelstelling van een 70% chemievrij gekweekt assortiment als een belangrijke en voortdurende transitie, waarin wij samen met andere partijen in de keten stap voor stap toewerken naar een aanbod dat goed blijft aansluiten bij de verwachtingen van onze klanten én bijdraagt aan meer biodiversiteit.
Tuinbranche Nederland, de brancheclub waar Praxis, Welkoop en Intratuin ook onder vallen, laat aan Kassa weten de zorgen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen serieus te nemen. Zij onderschrijft de noodzaak voor meer transparantie voor consumenten, zodat zij in de winkel een geïnformeerde keuze kunnen maken.
De volledige reactie van Tuinbranche Nederland lees je hieronder.
Volledige reactie Tuinbranche Nederland
Reactie Tuinbranche Nederland op onderzoek PAN-NL 2026
Tuinbranche Nederland wil een belangrijke bijdrage leveren aan een groene, duurzamere en plezierige leefomgeving voor mens en dier in en om het huis. We vinden daarbij dat het groen in Nederlandse tuinen verantwoord groen moet zijn. Daarom hechten wij veel waarde aan een zorgvuldige en open discussie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op tuinplanten.
Ondanks dat de aangetroffen stoffen op de planten die PAN-NL kocht voor het onderzoek wettelijk zijn toegestaan, neemt de tuinbranche de zorgen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen serieus. De sector werkt hard om verder te verduurzamen. En we zijn en blijven hierover in gesprek met PAN-NL.
Binnen de tuinbranche wordt sinds 2015 met tuinretailers en handelspartijen, Stichting Natuur & Milieu en CLM gewerkt aan duurzaam groen via de Ambitie gewasbescherming in de sierteelt. In deze ambitie, die iedere twee jaar wordt aangescherpt, stelt de tuinbranche bovenwettelijke eisen aan kwekers om minder chemische middelen te gebruiken.
Ook wordt er jaarlijks onafhankelijk residuonderzoek uitgevoerd. Deze onderzoeken laten zien dat er stappen vooruit worden gezet, maar tonen ook waar verdere verbetering nodig is. Met de gezamenlijke ambitie om in 2030 zeventig procent chemievrij geteelde planten aan te bieden, werken we aan een structurele systeemverandering in de keten.
Daarnaast zetten we in op meer transparantie voor consumenten. We zien daarbij een duidelijke noodzaak om beter zichtbaar te maken hoe planten zijn geteeld, omdat consumenten die informatie nu vaak missen. Daarom werken we aan de ontwikkeling van goed onderbouwde en herkenbare informatie in de winkel, zodat consumenten bewuster en beter geïnformeerde keuzes kunnen maken.
In het bredere perspectief blijft groen essentieel: groene tuinen en een groen stedelijk gebied dragen bij aan biodiversiteit en klimaatadaptatie en zijn waardevoller dan een betegelde omgeving.
Die maatschappelijke waarde versterken we door te blijven investeren in verdere verduurzaming van het groen. Niet door tegenover elkaar te staan, maar door samen te werken in de hele keten. Door kennisdeling, transparantie en gezamenlijke verantwoordelijkheid.