Culturele instellingen die te weinig publiek trekken, krijgen geen subsidie meer. Dat is een voorwaarde die staatssecretaris Halbe Zijlstra van Cultuur voortaan stelt bij het verstrekken van cultuursubsidies, liet hij maandag weten in een brief aan de Tweede Kamer.
Een sterke cultuursector moet zo min mogelijk afhankelijk zijn van de overheid, schrijft Zijlstra. ,,De afgelopen decennia heeft de overheid het particulier initiatief in de cultuursector niet zozeer aangevuld, maar overgenomen. Dat is niet gezond. Het is tijd voor een cultuuromslag, een herijking.''
Alleen artistieke kwaliteit is volgens Zijlstra niet genoeg. Instellingen moeten ook voldoende bezoekers trekken, ondernemend zijn, voldoende toegankelijk zijn voor kinderen en jongeren en de collectie of het aanbod moet van (inter-)nationale betekenis zijn om in aanmerking te komen voor geld van de overheid. Zijlstra kiest daarnaast voor ,,een focus van kernpunten in het hele land, waar cultuur en bedrijvigheid samenkomen''.
Een sterke cultuursector weet voldoende bezoekers te trekken en publiek aan zich te binden, stelt de staatssecretaris. ,,Van instellingen verwacht ik dat zij in staat zijn een substantieel deel van hun eigen inkomsten uit de markt te halen.'' Zijlstra wil daarnaast stimuleren dat particulieren meer geld geven aan culturele instellingen. De nieuwe criteria gelden niet voor alle vormen van cultuur. Er ligt nog een taak bij de overheid voor het stimuleren van talent en het behoud van cultureel erfgoed.
Uitgangspunt van Zijlstra is dat minder culturele instellingen subsidie krijgen van de overheid. Momenteel ontvangen ongeveer 180 instellingen (zoals musea, symfonieorkesten en festivals) financiering van het Rijk. Ook zeven cultuurfondsen krijgen geld. Er blijft wel een 'basisinfrastructuur' bestaan voor de culturele sector. Gezien de omvang van de bezuinigingen en de huidige verdeling van de middelen zal een groot deel van de bezuinigingen neerslaan in de Randstad.
Zijlstra gaat de komende tijd met de cultuursector overleggen over de hervormingen, nadat de Raad voor Cultuur er komend voorjaar over heeft geadviseerd. De huidige subsidieperiode loopt tot en met 2012. Het jaar 2013 wordt een overgangsjaar. Het nieuwe stelsel moet ingaan in 2014.