Logo Kassa
Het consumentenplatform van BNNVARA.

Nieuw allergenenbeleid: zo worden etiketten vanaf 2026 duidelijker

23-01-2026
leestijd 3 minuten
3154 keer bekeken
Allergenen 2

Voor iedereen met een voedselallergie is boodschappen doen een uitdaging. Eén verkeerd etiket kan grote gevolgen hebben. Toch stonden jarenlang op talloze producten waarschuwingen als “kan sporen bevatten van pinda” – zonder dat duidelijk was of er echt gevaar was, of dat een fabrikant zich vooral wilde indekken. Dat gaat veranderen. Nederland heeft een nieuw allergenenbeleid ingevoerd dat etiketten betrouwbaarder moet maken. Volgens Stichting Voedselallergie is het nieuwe allergenenbeleid "een belangrijke stap vooruit, maar we zijn er nog lang niet."

Wat houdt het nieuwe allergenenbeleid in?

Het nieuwe beleid heet officieel de Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg. Het beleid geldt al sinds 2024, maar per 1 januari 2026 moeten alle fabrikanten hun verpakkingen hebben aangepast. Het geldt voor industrieel voorverpakte levensmiddelen. Horeca, marktkramen en ambachtelijke bakkers vallen grotendeels buiten deze strenge regels.

De kern van het nieuwe beleid is eenvoudig: een allergenenwaarschuwing mag alleen nog worden gebruikt als er écht een onderbouwd risico is.

De belangrijkste verandering: vaste veiligheidsgrenzen

Het nieuwe systeem werkt met zogeheten referentiedoses: vaste grenswaarden per allergeen. Ze geven aan hoeveel milligram allergene eiwitten iemand binnen één eetmoment kan binnenkrijgen zonder dat dit voor de meeste mensen met een allergie klachten oplevert.

Nederland gebruikt daarbij nu het ED05-principe. Dat betekent: de hoeveelheid waarbij maximaal 5 procent van de mensen met die allergie een milde tot matige reactie kan krijgen, zoals jeuk of huiduitslag, maar géén ernstige of levensbedreigende klachten.

Belangrijk is dat zo’n referentiedosis geen concentratie is, maar een absolute hoeveelheid: het gaat om het aantal milligram eiwit van een allergeen per dosering of eetmoment, niet per product. Dat sluit beter aan bij hoe mensen voedsel in het dagelijks leven daadwerkelijk eten.

Wat betekent dit voor de etiketten?

Die nieuwe grenswaarden zijn niet alleen een technische verandering voor fabrikanten; ze hebben vooral directe gevolgen voor wat je als consument op de verpakking ziet. De referentiedoses bepalen namelijk of er wel of geen allergenenwaarschuwing op een product mag staan.

Als een fabrikant kan aantonen dat mogelijke kruisbesmetting onder de veilige grens blijft, hoeft er geen waarschuwing op het etiket te staan. Is het mogelijk dat de hoeveelheid erboven komt? Dan moet er wél een waarschuwing worden geplaatst.

Dat maakt het overzichtelijk:

  • Geen waarschuwing = veilig voor iedereen met een allergie. Sommige mensen kunnen wel milde klachten krijgen.
  • Wel een waarschuwing = er is een echt risico.

Om verwarring te voorkomen zijn er nog maar twee toegestane teksten op etiketten van producten waar wel een risico aanwezig is:

  • “Kan (allergeen) bevatten”
  • “Niet geschikt voor mensen met een (allergeen) allergie”

Formuleringen als “kan sporen bevatten” of “gemaakt in een fabriek waar ook pinda wordt verwerkt” verdwijnen.

Reactie Stichting Voedselallergie

Mening over het nieuwe beleid

De Stichting Voedselallergie was zelf betrokken bij de totstandkoming van de Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg en is daarom overwegend positief over de nieuwe regels.

“Wij hebben als stichting meegeholpen aan de totstandkoming van dit beleid. Dat is echt een samenwerking geweest met verschillende stakeholders en het ministerie van VWS, dat het initiatief heeft genomen. Er is goed geluisterd naar de ervaringen van mensen met een voedselallergie en ook naar mensen met bijvoorbeeld coeliakie,” vertelt Marjan, vrijwilliger bij Stichting Voedselallergie.

Overgangsfase in de winkels voor consumenten

Volgens de stichting bevinden de producten in de supermarkt zich momenteel nog in een overgangsfase. Hoewel het beleid per 1 januari 2026 volledig van kracht is, zullen nog niet alle producten in de schappen direct aan de nieuwe regels voldoen.

“Het beleid is officieel ingegaan op 1 januari en veel fabrikanten zijn hier al lange tijd hard mee bezig geweest. Tegelijkertijd verwachten wij dat lang niet alle fabrikanten nu al klaar zijn. Er liggen nog veel producten in de winkel die vóór 1 januari zijn geproduceerd en dus nog niet volgens het nieuwe beleid zijn geëtiketteerd.”

Fabrikanten moeten eerst voorkomen, dan waarschuwen

Het nieuwe beleid legt de nadruk op preventie. Bedrijven moeten alles doen om kruisbesmetting te voorkomen, bijvoorbeeld via:

  • Gescheiden productielijnen
  • Strenge schoonmaak
  • Testen op allergenen
  • Training van personeel

Pas als het ondanks al die maatregelen blijkt dat er toch te veel allergeen in het product terechtkomt, moet een waarschuwing op het etiket worden gezet.

Waarom is deze verandering nodig?

Volgens Europese regels moeten fabrikanten 14 allergenen, zoals pinda, noten, melk, ei en glutenbevattende granen, altijd vermelden als ze als ingrediënt in een product zitten. Voor kruisbesmetting bestaan echter geen regels. Fabrikanten plaatsten daarom vaak vrijwillig waarschuwingen als ‘kan sporen bevatten’, zonder dat duidelijk is hoe groot het risico daadwerkelijk is.

Lange tijd waren er geen duidelijke regels voor waarschuwingen over mogelijke kruisbesmetting op voedselverpakkingen. De NVWA hield bij controles geen rekening met ‘kan bevatten’-waarschuwingen op het etiket.

In 2016 stelde de NVWA tijdelijke grenswaarden vast, maar die waren niet bedoeld voor fabrikanten om waarschuwingen op te baseren. De NVWA gebruikte deze waarden alleen bij klachten. Als bij een controle bleek dat een product door kruisbesmetting te veel van een allergeen bevatte, moest het van de markt worden gehaald, ook als er een waarschuwing op de verpakking stond.

Deze situatie leidde uiteindelijk tot een rechtszaak en vormde de aanleiding voor het huidige beleid.

Wat betekent dit voor mensen met een allergie?

Voor de meeste mensen met een voedselallergie is dit goed nieuws. Zie je geen waarschuwing op een product (en staat het allergeen ook niet in de ingrediënten)? Dan weet je dat eventuele kruisbesmetting zó laag is dat het veilig is voor iedereen met die allergie.

Zie je wél “kan pinda bevatten”? Dan weet je dat het om een echt risico gaat en niet om een juridische indekking. Dat maakt boodschappen doen overzichtelijker én vergroot het aantal producten dat veilig te eten is.

Waarom het probleem nog niet is opgelost

Europese afstemming ontbreekt

Een belangrijk knelpunt is volgens Stichting Voedselallergie dat het beleid alleen in Nederland geldt. Producten die hier worden verkocht, worden vaak ook in het buitenland geproduceerd.

“Wat wij nu zien, is dat producten die in Nederland worden verkocht vaak in andere landen worden gemaakt. Omdat er geen Europese regelgeving is, zie je grote verschillen. In sommige landen leeft hetzelfde idee van veilige grenswaarden, maar er zijn ook landen waar men hier nog nooit van heeft gehoord. Een product uit bijvoorbeeld Italië kan daardoor heel anders zijn.”

Die internationale verschillen spelen ook een grote rol bij grondstoffen. “Nederlandse fabrikanten zeggen soms: wij kunnen een waarschuwing schrappen, want we hebben onze processen goed onderzocht. Maar zodra zij hun leveranciers vragen hetzelfde te doen, komen die ineens met acht nieuwe allergenen en dan wordt die waarschuwing toch nog langer. Veel grondstoffen komen van buiten Nederland, dus internationale harmonisatie is echt nog een groot probleem.”

Internationaal wordt inmiddels wel gewerkt aan verdere afstemming via Codex Alimentarius, een wereldwijde overlegstructuur voor voedselstandaarden. Volgens de stichting is het Nederlandse beleid hierop vooruitgelopen, onder meer door de eerdere rechtszaak, en wordt verwacht dat Europese regelgeving hier uiteindelijk op zal aansluiten.

Horeca en ambachtelijke bedrijven moeten nog volgen

Waar Stichting Voedselallergie zich nu vooral zorgen over maakt, is dat het nieuwe beleid alleen geldt voor voorverpakte producten. Horeca en ambachtelijke bedrijven, zoals bakkers, vallen daarbuiten.

“Mensen met een allergie willen eigenlijk niet weten óf een allergeen ergens in zit, maar juist of het er níet in zit. In de supermarkt werkt dat: als jouw allergeen niet op het etiket staat, zit het er niet in. In de horeca werkt dat heel anders.”

Volgens de stichting krijgen mensen daar nu vaak waarschuwingen waar zij weinig aan hebben. “Dan staat er: wij werken met noten. Maar wij willen weten: kunt u iets maken waar die noten niet in zitten? Het gaat erom of een horecaonderneming iets kan aanpassen voor jouw dieetwensen.”

Die manier van communiceren werkt volgens de stichting niet met algemene waarschuwingen. “De informatie die we nu krijgen – ‘wij verwerken allergenen’ – is eigenlijk precies de informatie die we niet willen weten. We denken dat er veel meer kennis nodig is in de horeca en dat het gesprek centraal moet staan, in plaats van algemene disclaimers. Dat is waar wij ons nu als stichting sterk voor maken.”

Bronnen: Allergie Centra Nederland, Précon

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je snel en gratis aan voor de Kassa nieuwsbrief!

Al 100 jaar voor