
Voor iedereen met een voedselallergie is boodschappen doen een uitdaging. Eén verkeerd etiket kan grote gevolgen hebben. Toch stonden jarenlang op talloze producten waarschuwingen als “kan sporen bevatten van pinda” – zonder dat duidelijk was of er echt gevaar was, of dat een fabrikant zich vooral wilde indekken. Dat gaat veranderen. Nederland heeft een nieuw allergenenbeleid ingevoerd dat etiketten betrouwbaarder moet maken. Volgens Stichting Voedselallergie is het nieuwe allergenenbeleid "een belangrijke stap vooruit, maar we zijn er nog lang niet."
Het nieuwe beleid heet officieel de Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg. Het beleid geldt al sinds 2024, maar per 1 januari 2026 moeten alle fabrikanten hun verpakkingen hebben aangepast. Het geldt voor industrieel voorverpakte levensmiddelen. Horeca, marktkramen en ambachtelijke bakkers vallen grotendeels buiten deze strenge regels.
De kern van het nieuwe beleid is eenvoudig: een allergenenwaarschuwing mag alleen nog worden gebruikt als er écht een onderbouwd risico is.
Het nieuwe systeem werkt met zogeheten referentiedoses: vaste grenswaarden per allergeen. Ze geven aan hoeveel milligram allergene eiwitten iemand binnen één eetmoment kan binnenkrijgen zonder dat dit voor de meeste mensen met een allergie klachten oplevert.
Nederland gebruikt daarbij nu het ED05-principe. Dat betekent: de hoeveelheid waarbij maximaal 5 procent van de mensen met die allergie een milde tot matige reactie kan krijgen, zoals jeuk of huiduitslag, maar géén ernstige of levensbedreigende klachten.
Belangrijk is dat zo’n referentiedosis geen concentratie is, maar een absolute hoeveelheid: het gaat om het aantal milligram eiwit van een allergeen per dosering of eetmoment, niet per product. Dat sluit beter aan bij hoe mensen voedsel in het dagelijks leven daadwerkelijk eten.
Die nieuwe grenswaarden zijn niet alleen een technische verandering voor fabrikanten; ze hebben vooral directe gevolgen voor wat je als consument op de verpakking ziet. De referentiedoses bepalen namelijk of er wel of geen allergenenwaarschuwing op een product mag staan.
Als een fabrikant kan aantonen dat mogelijke kruisbesmetting onder de veilige grens blijft, hoeft er geen waarschuwing op het etiket te staan. Is het mogelijk dat de hoeveelheid erboven komt? Dan moet er wél een waarschuwing worden geplaatst.
Dat maakt het overzichtelijk:
Om verwarring te voorkomen zijn er nog maar twee toegestane teksten op etiketten van producten waar wel een risico aanwezig is:
Formuleringen als “kan sporen bevatten” of “gemaakt in een fabriek waar ook pinda wordt verwerkt” verdwijnen.
Het nieuwe beleid legt de nadruk op preventie. Bedrijven moeten alles doen om kruisbesmetting te voorkomen, bijvoorbeeld via:
Pas als het ondanks al die maatregelen blijkt dat er toch te veel allergeen in het product terechtkomt, moet een waarschuwing op het etiket worden gezet.
Volgens Europese regels moeten fabrikanten 14 allergenen, zoals pinda, noten, melk, ei en glutenbevattende granen, altijd vermelden als ze als ingrediënt in een product zitten. Voor kruisbesmetting bestaan echter geen regels. Fabrikanten plaatsten daarom vaak vrijwillig waarschuwingen als ‘kan sporen bevatten’, zonder dat duidelijk is hoe groot het risico daadwerkelijk is.
Lange tijd waren er geen duidelijke regels voor waarschuwingen over mogelijke kruisbesmetting op voedselverpakkingen. De NVWA hield bij controles geen rekening met ‘kan bevatten’-waarschuwingen op het etiket.
In 2016 stelde de NVWA tijdelijke grenswaarden vast, maar die waren niet bedoeld voor fabrikanten om waarschuwingen op te baseren. De NVWA gebruikte deze waarden alleen bij klachten. Als bij een controle bleek dat een product door kruisbesmetting te veel van een allergeen bevatte, moest het van de markt worden gehaald, ook als er een waarschuwing op de verpakking stond.
Deze situatie leidde uiteindelijk tot een rechtszaak en vormde de aanleiding voor het huidige beleid.
Voor de meeste mensen met een voedselallergie is dit goed nieuws. Zie je geen waarschuwing op een product (en staat het allergeen ook niet in de ingrediënten)? Dan weet je dat eventuele kruisbesmetting zó laag is dat het veilig is voor iedereen met die allergie.
Zie je wél “kan pinda bevatten”? Dan weet je dat het om een echt risico gaat en niet om een juridische indekking. Dat maakt boodschappen doen overzichtelijker én vergroot het aantal producten dat veilig te eten is.
Bronnen: Allergie Centra Nederland, Précon
Meld je snel en gratis aan voor de Kassa nieuwsbrief!