Paweł Rudzki werkte ruim zeven jaar voor Albert Heijn als uitzendkracht. Toen hij zijn baan verloor, sleepte hij zijn werkgever voor de rechter. De uitspraak kan gevolgen hebben voor miljoenen uitzendkrachten in Nederland: mensen die hetzelfde werk doen als vaste collega’s, maar met minder arbeidsrechten.
Er zijn in Nederland jaarlijks meer dan een miljoen uitzendkrachten. Schoonmakers, magazijnmedewerkers, in de bouw, seizoenwerkers in kassen en in slachthuizen. Belangrijk werk waar een deel van onze economie op draait. Maar de arbeidsvoorwaarden laten in veel gevallen te wensen over. Uitzendkrachten doen vaak hetzelfde werk als vaste medewerkers, maar met minder rechten. Zoals geen ontslagbescherming en geen pensioenopbouw. En wanneer uitzendkrachten geen zekerheid hebben, durven ze niet op te komen voor hun rechten. Wie klachten heeft, kan zo worden vervangen.
Uitzendwerk is in de oorsprong bedoelt als opstap naar vast werk. In de jaren 90 verzonnen om vooral jongeren en vrouwen te helpen aan een vaste baan. Maar tegenwoordig worden vooral praktisch opgeleide mensen en mannen met een migratieachtergrond in een kwetsbare positie gebracht.
In november 2025 heeft de Hoge Raad beslist dat 13 jaar in dienst als uitzendkracht te lang is. Uitzendwerk moet daadwerkelijk tijdelijk van aard zijn. Een uitzendkracht die 13 jaar voor hetzelfde bedrijf werkte, kon niet langer als ‘uitzendkracht’ worden gezien. “Permanente flexibiliteit is misbruik", oordeelde de Raad. Een ‘flexibele schil’ om pieken op te vangen, is geen excuus voor jarenlang uitzendwerk.
Paweł Rudzki werkte ruim zeven jaar in het distributiecentrum van Albert Heijn. Niet als vaste kracht, maar als uitzendkracht via Otto Workforce. Na jaren trouwe dienst verloor hij plots zijn baan. Zijn zaak belandde voor de rechter en de uitspraak viel gisteren. Pawel heeft de zaak gewonnen. Dit betekent onder andere dat de Albert Heijn hem weer in dienst moet nemen, hem onterecht heeft ontslagen en hem veel eerder een vaste arbeidsovereenkomst moest aanbieden.
Otto Workforce zegt dat zij hun rol als werkgever met zorg invullen en vindt dat vragen over arbeidsvoorwaarden niet bij de rechter, maar in overleg tussen werkgevers, vakbonden en de overheid moeten worden opgelost. De Albert Heijn en ABU - de branchevereniging van uitzendbureaus - geven geen inhoudelijke reactie en zeggen de uitspraak te zullen bestuderen. De volledige reactie is te lezen onder aan de pagina.
Uitzendkrachten zijn vaak ‘werkende armen’: ze werken hard, maar kunnen hun rekeningen niet betalen. “Dit ondermijnt de hele arbeidsmarkt”, waarschuwt universitair docent en onderzoeker arbeidsrecht Niels Jansen (UvA). “Als werkgevers weten dat ze mensen eindeloos flexibel kunnen inzetten, zullen ze dat blijven doen, ten koste van vaste banen.” Hoe we met uitzendkrachten omgaan, zegt iets over onze samenleving, vindt Jansen. “We accepteren dat mensen jarenlang hetzelfde werk doen, maar nooit de zekerheid krijgen die ze verdienen.”
De uitspraak in de zaak van Paweł Rudzki markeert een belangrijke stap, maar de diepere problemen in de uitzendsector zijn nog niet opgelost. Om echt verandering te brengen, is een politieke keuze nodig. Zo kan volgens Jansen de wet worden aangepast, bijvoorbeeld door een maximale termijn voor uitzendwerk in te voeren of in sommige sectoren zelfs een verbod op uitzendconstructies te overwegen.
Momenteel wordt er gewerkt aan een certificeringssysteem voor uitzendbureaus, waarbij alle bureaus moeten voldoen aan strenge eisen, die door de inspectie worden gehandhaafd. Daarnaast zou de driejarige ketenregeling, die nu al geldt voor tijdelijke contracten, ook kunnen gelden voor uitzendkrachten, zoals de rechter in Den Haag heeft besloten in Pawels zaak. Zodat uitzendkrachten na drie jaar automatisch recht hebben op een vast contract bij de inlener. Zonder deze aanpassingen blijft uitzendwerk een systeem dat mensen structureel in onzekerheid houdt.
Meld je snel en gratis aan voor de Kassa nieuwsbrief!