
Aardappels die aan alle kanten ontspruiten voordat je ze hebt kunnen schillen. Knoflook of uien waar spontaan groene uitlopers uitgroeien. Iedereen met een voorraadje van deze groenten in huis kent het verschijnsel, maar kun je ze dan nog gewoon eten? En hoe is het vroegtijdig uitlopen van aardappels, uien en knoflook te voorkomen? We zetten de beste eet- en bewaartips op een rij.
In de meeste huishoudens staan aardappelen, uien en knoflook regelmatig op het menu voor de avondmaaltijd. Best frustrerend als je er juist dan achter komt dat er flinke uitlopers aan je piepers of uien zitten… Met de juiste bewaarmethode kun je het natuurlijke proces van het ontspruiten van groenten een stuk vertragen, waardoor uien, aardappels of knoflook langer geschikt blijven voor consumptie.
Ontspruiten is een mooi woord voor het ontstaan van uitlopers. Een behaaglijk warme en lichte omgeving versnelt dit proces. De knol ‘denkt’ dan dat het tijd is om een nieuwe plant te gaan maken. Aan aardappels groeien vanzelf uitlopers, als je maar lang genoeg wacht.
Stop je zo’n ontkiemende aardappel in de grond? Dan kan daar weer een aardappelplant uit groeien. Ondergronds vormt deze dan na verloop van tijd nieuwe aardappels, die je in het najaar kunt oogsten.
Aardappels met uitlopers die zacht, gerimpeld of deels groen zijn, kun je beter niet meer eten. De kwaliteit van de pieper is dan sterk achteruitgegaan.
De knol wordt dan ook bevattelijker voor schimmel: witte, zwarte of blauwe schimmel op de schil betekent dat de aardappel is aangetast. Deze schimmels kunnen diep in het vruchtvlees doordringen, dus probeer het niet weg te snijden maar gooi een aangetaste aardappel weg.
Groene plekken of dikke uitlopers kunnen duiden op de aanwezigheid van solanine. Dat zorgt voor een bittere smaak, omdat het een giftige stof is. Het kan misselijkheid, buikkramp en diarree veroorzaken. Maar dan moet je er wel veel van binnenkrijgen.
Voelt de aardappel nog stevig aan en kun je jonge uitlopers of kleine groene stukjes makkelijk wegsnijden? Dan is die nog goed te eten. Maar wacht dus niet te lang.

Uien krijgen van die kenmerkende groene uitlopers als ze wakker worden uit hun rustfase. Door warmte, licht en vocht gaat het bolletje als vanzelf weer groeien.
Uien lopen sneller uit bij een temperatuur van boven ongeveer 15 graden, zeker als ze dicht op elkaar liggen. Licht, bijvoorbeeld op het aanrecht of in een schaal op de vensterbank, stimuleert het kiemen, net als een vochtige bewaarplek.
Zie je groene sprieten ontstaan? Dan is dat meestal een teken dat de ui te warm en licht is bewaard. Maar het betekent niet automatisch dat deze bedorven is of ongeschikt voor consumptie.
Zolang het bolletje van de ui nog stevig aanvoelt, normaal ruikt en alleen groene uitlopers heeft, kun je die sprieten gewoon wegsnijden en de rest van de ui gebruiken.
Ook als de buitenste schil wat droog of papierachtig is, maar de lagen eronder nog fris en sappig zijn, is de ui nog prima te gebruiken in de keuken.
Je gooit een ui met uitgroei wél weg als deze zacht, papperig of nat aanvoelt.
Een ui kan ook gaan schimmelen, zeker in een wat vochtiger omgeving. Zie je witte pluis of zwarte puntjes tussen de rokken? Dan is weggooien beter.
Snijd je een ui door en stuit je op glazige of slijmerige stukken? Dan is dat ook een signaal om de ui niet op te eten.

Knoflook koop je in een bolletje dat weer uit de befaamde teentjes knoflook bestaat. Krijgen die witte of groene uitlopertjes? Dan is dat omdat de bol begint te ‘ontwaken’ en zich klaarmaakt voor de voortplanting. Zodra de bol warmte, licht of vocht krijgt, denkt hij dat het tijd is om te groeien.
Het ontstaan van de groene en witte uitlopers is een natuurlijk proces en betekent niet meteen dat de knoflook bedorven is. Je kunt knoflook met een klein spruitje gewoon eten, al kan de smaak wat bitterder worden. Als je een fijn mesje gebruikt, kun je de witte of groene uitloper ook even wegsnijden, mits die niet te groot en te dik is geworden.
Zijn de tenen zacht, verschrompeld, beschimmeld of sterk ruikend? Dan kun je ze beter wel weggooien.
Wordt de bol alleen maar wat rimpeliger, maar is hij verder nog stevig en droog? Dan kun je hem nog goed gebruiken in de keuken. Reken wel op een minder krachtige smaak als de knoflook niet heel vers meer is.
Tip: Wil je knoflook langer bewaren, dan kun je gepelde of fijngesneden knoflook in een klein beetje (olijf)olie invriezen. Zo blijft de knoflook nog maanden bruikbaar. Heel praktisch als je snel wat nodig hebt voor de avondmaaltijd, je haalt het zo uit de vriezer.
Het bewaaradvies voor aardappelen, knoflook en uien komt heel aardig overeen. We zetten de beste bewaartips op een rij.
- Je voorkomt uitlopers door aardappels, knoflook en uien koel, droog en donker te bewaren. Een kelder, schuur, bijkeuken of garage zijn heel geschikt als bewaarplek. Net als een koele en donkere bewaarkast, bijvoorbeeld in een onverwarmde ruimte in huis.
- De ideale streeftemperatuur voor smaakbehoud en het remmen van ontkiemen is zo tussen de 8 en 15 graden. Want: hoe warmer de plek, hoe sneller de groenten uitlopers zullen vormen.
- Tref je een beschadigde en vochtige aardappel aan tussen de rest? Verwijder die dan meteen. Als een pieper rot dan versnelt dat het bederf van de rest.
- Vocht versnelt het ook proces van ontspruiten bij al deze groenten. Gebruik daarom nooit een afgesloten plastic zak om je piepers, knoflook of uien in te bewaren. Een jutezak of afgedekte mand zijn wel geschikt.
- Koel bewaren is dus goed, maar bewaar je voorraadje aardappels bij voorkeur niet te koud. Onder de 6 graden wordt het zetmeel in de pieper omgezet in suiker en dat proef je duidelijk terug aan de zoetere smaak. De koelkast is dus niet de ideale bewaarplek voor aardappels.
- Een ui bewaar je bij voorkeur ook niet op koelkasttemperatuur. Uien gaan vocht opnemen en worden sneller zacht, papperig en bitter van smaak.
- Knoflook gaat sneller schimmelen of zachte plekken vertonen in de koelkast, vanwege de vochtige omgeving. Die bewaar je dus beter ook niet daarin.
- Koop niet meer van deze groenten dan je binnen enkele dagen of hooguit weken opmaakt. Zo voorkom je rot, schimmel of vroegtijdige uitlopers aan groenten die net wat te lang hebben gelegen. Houd de voorraden klein, zeker in de zomermaanden. Tenzij je over een aangenaam koele kelder beschikt, dan kun je de groenten langer bewaren.
- Maak altijd eerst de oudste aardappels, uien of knoflook uit de voorraad op.
Bronnen: Stadstuinieren, Gezondheidsnet, Wateetnederland