Tips, tricks en nog veel meer groens!

Op het bord van Renske en Nicolaas

30-01-2017
leestijd 3 minuten
117 keer bekeken
Nicolaas en renske
Renske en Nicolaas vragen zich af: is quinoa wel zo duurzaam?
Schrijfster Renske de Greef en presentator Nicolaas Veul zij al jaren goede vrienden. Ze wonen alle twee in Amsterdam. Zij met haar vriend en dochtertje van anderhalf jaar oud heeft, hij alleen. Als hij überhaupt thuis is, want voor zijn programma’s van de VPRO is hij veel onderweg. Als ze samen afspreken, komt hij vaak bij haar op bezoek. Het is dan meestal de vriend van Renske die voor het eten zorgt; hij is de kok des huizes.
Zowel Nicolaas als Renske vinden het belangrijk om een gezond en bewust leven te leiden. Als het maar niet te braaf is. Een sigaretje op z’n tijd, een pita shoarma na het uitgaan; dat moet toch kunnen. Ze gruwelen van de healthy happyness-trend, waar Amsterdam van overloopt. Maar de tijd van vijf keer in de week gedachteloos vlees wegproppen is ook echt voorbij. Het is de kunst, om daar een goede balans in te vinden.

Renske en Nicolaas maken een Buddha Bowl; een kom vol lekkere en gezonde dingen. Om op de bank, met een lepel, heel onbeschaafd naar binnen te schrokken. En in de bowl zit quinoa. Nu vragen Renske en Nicolaas zich af: een tijdje geleden was de vraag naar quinoa vanuit Europa zo toegenomen, dat er sprake was van tekorten voor de lokale bevolking in de landen van herkomst (Bolivia en Peru). Kunnen we nu dan wel met een gerust hart quinoa eten? En wat is dan een duurzame variant?
We gaan langs bij vader Louw en zoon Corné van Overbeeke, die sinds een paar jaar succesvol quinoa telen in Dronten (Flevoland). Hun Quinoa Holland vind je terug in De Krat, in verschillende restaurants in Amsterdam en via de webshop. Louw vertelt: ‘Wij produceren lokaal, dus de energie die het kost om de quinoa vanuit Zuid-Amerika naar Nederland te krijgen, bespaar je als je onze quinoa koopt. Daarnaast telen we duurzaam, want we maken geen gebruik van kunstmest en gewasbescherming. Ik krijg mest aangeleverd van een veehouderij, die rijd ik uit op het land. Beter voor het milieu en voor de oplossing van het mestoverschot!’
‘Wij telen volgens het principe van Stichting Veldleeuwerik. Dat wil zeggen dat ik elk jaar een duurzaamheidplan maak, waarin een aantal duurzame maatregelen is opgenomen. Zo hebben we bijvoorbeeld zonnepanelen aangeschaft, waardoor wij zelfvoorzienend zijn.’
‘Ook proberen we de grond zo vruchtbaar mogelijk te houden door aan wisselteelt te doen: we laten verschillende soorten gewassen op het land groeien. Dat zijn er zes, die elk jaar op een ander stukje grond staan, zoals uien, aardappels, wortels en ook quinoa. Grond gedijt het beste als er niet zoveel mee gebeurt. Ploegen met zware machines, dat verarmt de grond. Dat doe je bijvoorbeeld als je aardappels wilt plaatsen en rooien. Dus het liefste zet je daarvoor een gewas neer die je gewoon kan inzaaien en niet meer hoeft te ploegen bij de oogst. En dat geldt voor quinoa. 
‘Corné is een aantal jaren geleden in New York geweest. Toen hij terugkwam zei hij tegen mij: ‘pa, volgens mij moeten we quinoa gaan verbouwen’. Het is heel gezond en makkelijk te telen. Ik dacht: laten we het gewoon proberen. En ik had dat jaar al meteen een redelijke oogst! Ja, toen dacht ik: waarom ook niet.’
Er zijn meer factoren die bepalen of quinoa uit Nederland ook daadwerkelijk duurzamer is dan quinoa uit Zuid-Amerika, zoals bijvoorbeeld het water- en landgebruik. Daarvoor moet je een uitgebreide Life Cycle Analysis (LCA) uitvoeren, en die is nog niet eerder gedaan. Maar door lokaal in te kopen, bespaar je veel energie van het transport.
In Nederland wordt nog te weinig quinoa geteeld, om aan de grote vraag naar het zaadje te voldoen. Import uit Bolivia en Peru is dan ook noodzakelijk. Als je quinoa uit die landen koopt, kies dan voor de biologische variant met een fair trade keurmerk! Dan weet je zeker dat de boeren daar een eerlijke prijs voor hun superfood hebben gekregen.
Het recept vind je hier
Meer informatie over Quinoa Holland: http://quinoaholland.nl/
Delen:
Al 100 jaar voor