Sfeerfoto van Groen Licht

Groen Licht

Was elke maandag om 19.20 uur te zien opnpo2

Tips, tricks en nog veel meer groens!
Groen Licht

Groen festivallen (met kartonnen tenten?)

22 mei 2017
  •  
leestijd 6 minuten
groen festival
De festivals komen er weer aan! En die worden steeds groener. Hoe precies? Dát zocht Milouska uit.
Volgens de Volkskrant zijn er in Nederland ruim 800 festivals per jaar. Daar gaan in totaal ruim 23 miljoen mensen heen. Die moeten allemaal eten, drinken, ze dansen, en wellicht overnachten ze ook op het festival. Dat laat zijn sporen na. Maar hoe zorgt een modern festival ervoor dat ze niet meer van de aarde vragen dan nodig is? Groen Licht doet een rondgang bij de grootste en de meest toonaangevende festivals.
Er is teveel om op te noemen. De overstap naar LED-lampen, biologisch en vegetarisch eten, waterflesjes worden vervangen door kraanwater, plastic bordjes en bestek bij foodtrucks worden vervangen door porselein en metaal, het aanmoedigen van OV en festivalbussen op elektrisch, enzovoorts. Als het bedacht kan worden, is er bijna wel altijd een festival die het probeert.
In het Noorden van het land zijn 8 festivals (waaronder Into The Great Wide Open (ITGWO) en Oerol) die hun innovaties bundelden. De organisatie achter die bundeling is Innofest : zij zoeken nieuwe producten en ideeën en testen die op een festival. Anna van Nunen is de directeur van Innofest: “Wij zien festivals als mini-maatschappijen. Wij bieden aan start-ups die festivals aan, zo van: jij bent met die innovatie bezig, maar je weet niet of het werkt, dus kom maar op dit festival. Het gaat er dus niet om dat hun idee al helemaal volmaakt is, maar echt om het testen van hun innovatie.” Omdat een festival tijdelijk is, is het daar gemakkelijk te experimenteren met innovaties.
Wij kijken ook op Here Comes The Summer (HCTS) , het kleinere zusje van ITGWO, op Vlieland. Hoofdorganisator Ferry Rooseboom vertelt hoe een festival op een eiland organiseren helpt te innoveren: “Toen wij 9 jaar geleden begonnen met ITGWO, belandden we op een eiland. Dan moet je, omdat je op zo'n mooie en kwetsbare plek zit, slim en best wel duurzaam te werk gaan. Je probeert zo min mogelijk footprint achter te laten. Sommige dingen wil je dan niet: het eerste jaar zie je een pallet Spa Blauw-flesjes staan. Volgend jaar is er gewoon kraanwater op alle barren verkrijgbaar zijn. Zo is er altijd een duurzame rode draad geweest. Vijf tot zes jaar geleden zijn al die initatieven gebundeld. Dat heet nu Lab Vlieland. Die zijn toonaangevend in het organiseren van een festival. En over een jaar of wat — we draven we daar misschien wel in door — is het misschien wel beter om op een festival te leven dan thuis, qua footprint” 
Wat doen festivals als ITGWO en HCTS dan zoal? Rooseboom: “Over 3 jaar is Intro The Great Wide Open fossiel-vrij. Die doelstelling hebben we niet op de kerkdeuren genageld, maar we zijn al van 12 dieselgeneratoren terug zijn op 3. Ik durf wel te zeggen dat wij daarin koploper zijn. En we delen graag onze kennis die wij hebben opgedaan in Vlieland.” Omdat festivals niet langer dan een week duren en op speciale plekken zijn, is stoom lastig. Er zijn nauwelijks festivalterreinen met een vaste stroomaansluiting, dus worden dieselgeneratoren gebruikt. Die hebben vaak een grotere capaciteit dan nodig, en stoten CO2 en andere vervuilende stoffen uit. Een stroomaansluiting op het vaste net zou groene stroom mogelijk maken.
Ook De Parade wenst vaste groene stroom. Nils Mevius, Strategie en Beleid voor De Parade, schetst een beeld: “We verstoken 150k L diesel per festival. Daar komen 260 tot 320 duizend bezoekers.” De Parade is een meerdaags festival in de binnenstad van de 4 grote steden. “Maar we kunnen daar geen aansluiting vinden op het reguliere net. Er is geen stopcontact voor ons. Of het is er, en we mogen het niet. Daar ben ik nu al 7 jaar mee bezig. Maar dan moet je schakelen met de gemeente, soms met een deelorganisatie daarvan, soms met een stadsdeel, de netwerkbeheerder, dan de nuts-bedrijven, en het is ongelooflijk ingewikkeld om die op 1 lijn te krijgen. Maar in Utrecht hebben we sinds vorig jaar vaste stroom. En nu wordt er gegraven om in Amsterdam voor ons voorzieningen aan te leggen. Dat betekent dat 60% van onze stroom [Utrecht en Amsterdam] niet meer op diesel hoeft, dus dat scheelt CO2 en herrie en dat is echt een klapper.” 
Terug naar het Noorden. Want wat kan de festivalbezoeker zelf? Uit de koker van Innofest kwam ook KarTent . Oprichter Jan Portheine vertelt: “Een op de vier festivalbezoekers laat na het festival zijn tent achter. In de UK is het nog erger: daar neemt één op de vijf de tent weer méé.” Dus ontwikkelden ze een tent die minder onrecyclebaar afval geeft. De oplossing vonden ze in karton. ”Onze kartonnen tent blijft donker en koel, we kunnen de KarTent net zo duur aanbieden als een tent uit de supermarkt. We besparen transport door lokaal transport, mensen komen vaker met OV als ze onze tent kopen, en mensen worden er milieubewuster van.” 
Aan de Hanzehogeschool Groningen ontwikkelde Rob van Haren een mat om het festivalgras te ontzien. Die mat bestaat uit henneptegels. Er blijft niets over van een natte grasmat waar druk op gedanst wordt. Door de henneptegels over het gras te leggen, blijft het gras beschermd. Daarnaast worden de henneptegels geïmpregneert met zaden en voedingsstoffen, zodat het gras gevoed en bijgezaaid wordt. Die tegels worden deze zomer uitgebreid getest op verschillende festivals, zoals in Welcome To The Village in juli en Noorderzon eind augustus.
Niet alleen de festivalbezoeker zelf kan dus aangezet worden tot betere keuzes, maar er is ook een rol weggelegt voor standhouders. Govert Reeskamp, Innovatieprogrammeur Innofest, is bezig met afrekenen per kilowattuur. Na het overstappen op groene stroom van het vaste net, blijkt per standhouder individueel stroom afrekenen een aanmoediging te zijn om minder energie te gebruiken. Door te werken met slimme meters, die door een netwerk van internet of things (iot) gekoppeld zijn, is live te volgen hoeveel stroom een podium of foodtruck verbruikt. De eerste tests met kWh-meten op festivals zijn gelukt. Deze zomer wordt er opgeschaald tot honderd verdeelkasten en het einde van de zomer van 2017 moet het project werken met duizend verdeelkasten. Reeskamp: “Het is heel veel data en een tijdelijke infrastructuur. Voorheen was men heel erg huiverig om dat uit te rollen. Het doel is dat het over 3 jaar ongeveer €30 kost om de meter slim te maken. Dat is ook de kracht.” 
Ook bij de grote festivals is verduurzaming een thema. Eric van Eerdenburg van Lowlands : “Dat nemen we heel serieus. We zijn een jaar of 7 geleden begonnen met een traject om te kijken wat we nou allemaal aan het doen zijn en hoe we onze processen kunnen verbeteren. Waste management, energieverbruik, mobiliteit, water, dat hebben we allemaal in kaart gebracht. En dat zijn we stapje-voor-stapje aan het verbeteren.” Als eerste vervoer. “De grootste CO2-uitstoot komt omdat mensen met de auto komen in plaats van met het openbaar vervoer. Dat is by far de grootste vervuiler, als je het hebt over festivals. We proberen dat te stimuleren. We hebben een busdienst opgezet. We hebben nu wèl betaald parkeren. Korting op de bussen. Maar het blijkt dat mensen bijzonder moeilijk om mensen uit de auto te krijgen.”
Ook water is een thema op Lowlands “We zijn overgestapt op vacuumtoiletten dus minder water gebruiken. Het riool in Biddinghuizen is te klein dus er moest afgevoerd worden met vrachtwagens, en dat is nu een stuk minder. De helft van ons drinkwater is eigenlijk grijs water, voor toiletspoeling. Dus we pompen dat uit de sloot en we gebruiken zo min mogelijk. Het water dat drinkwater is, is voor schoonmaken en drinken. Dat is geoptimaliseerd naar al die inspanningen die we hebben geleverd.”
Tot slot afval Van Eerdenburg: “We maken gebruik van bioplastic bekers. Die worden zoveel mogelijk gerecycled en geshred. Er ligt wel altijd een heleboel nadruk op bekers, maar eigenlijk is dat maar 2% van ons afval. Alles vanuit de horeca wordt gerecycled: papier, plastic, metaal, en dat wordt aan de bron gescheiden. Op het terrein zelf hebben we alleen maar biodegradable borden en bestek, maar de praktijk is dat de meeste afval van de campings komt. Mensen die hun zooi niet meenemen. Maar dat is zo'n ongelooflijke massa troep. Ik vind wel dat het hoogopgeleid, kritische Lowlands-publiek iets meer z'n verantwoordelijkheid mogen nemen. Ik vind wel dat de eind-verantwoordelijkheid niet zo bij de bezoeker ligt, wij als organisatie moeten wel faciliteren. Wij moeten bijvoorbeeld afvalbakken neerzetten en vuilniszakken uitdelen. Maar daar wordt veel te weinig gebruik van gemaakt.” Van Eerdenburg sluit af met een anecdote: “Ik was eens in een festival in Amerika en daar stond een slogan op de muur: ‘We are the people we have been waiting for.’ Je moet het zelf doen.”