
De wilg is een van de eerste bomen die in het voorjaar bloeit. De bloemen van de wilgenboom noemen we katjes. Deze katjes zijn niet alleen mooi, maar zijn ook een belangrijke voedselbron voor veel insecten. Na een lange, harde winter zijn zij blij met de zoete nectar en het stuifmeel die de boom biedt. Even goed bijtanken!

© Foto: hooge150
Het wilgenkatje is niet een enkele bloem, maar wel honderden kleine bloemen bij elkaar! Ze zijn erg zacht en je kunt ze lekker aaien, net als een kat. Er zijn twee soorten katjes: mannetjeskatjes en vrouwenkatjes. Die komen nooit op dezelfde boom voor. Dit noemen we tweehuizig.
Als je goed kijkt kun je het verschil tussen de katjes zien. De mannelijke katjes maken namelijk een geel poeder, wat we stuifmeel noemen. Als je het stuifmeel aanraakt, zijn je vingers ook geel! De vrouwelijke katjes maken geen stuifmeel en zitten dichter bij elkaar.

© Foto: ajoosse
De wilgenboom groeit heel snel! Als de takken te groot en te zwaar worden, kunnen ze afbreken en kan de boom zelfs omvallen. Daarom moet je de boom af en toe knippen. Dat noemen we knotten. Bij knotten haal je de takken weg tot vlak bij de stam. Op de plek waar de takken steeds worden afgeknipt, wordt de boom dikker. Daar ontstaat dan een dikke knobbel. Zo komt de wilg ook aan z’n naam: knotwilg.
Vroeger werd knotten vooral gedaan om de jonge takken te oogsten. Het hout is licht en buigzaam. Je kan er dus goed mandjes mee vlechten.

© Foto: Nathalie Schaefer
Wist je dat mensen vroeger op de bast van een wilgenboom kauwde als ze pijn hadden? In de bast zit namelijk een stofje die helpt tegen de pijn. Dat stofje lijkt op wat er nu in een aspirientje zit.
Deze nieuwsbrief versturen we ongeveer een keer per maand met daarin al ons nieuws over Expeditie 10.