
Van alle 150 soorten landslakken in Nederland, is de gewone tuinslak verreweg de bekendste! Toch moet je soms goed zoeken om hem te vinden. Dat komt omdat hij vooral ’s nachts actief is. Overdag verstopt hij zich op donkere en vochtige plekken, zodat hij niet uitdroogt in de zon. Maar als het regent, komt hij ook overdag tevoorschijn! Daarom noemen mensen regenachtig weer soms ook wel slakkenweer.
Slakken gaan heeeeeeel langzaam vooruit. Dat komt omdat ze geen pootjes hebben, zoals de meeste dieren. In plaats daarvan hebben ze één grote voet! Met deze voet bedoelen we eigenlijk gewoon de onderkant van de slak.
Deze spier is heel slijmerig, en dat verklaart ook meteen het slijmspoor dat slakken achterlaten. Dit slijm beschermt hun voet en maakt het makkelijk om overal heen te glijden. Zo kunnen ze zelfs over een scherp mes heen glijden zonder zich te snijden!
Slakken worden vaak als een plaag gezien in de tuin. Maar wist je dat tuinslakken eigenlijk nuttig zijn? Ze eten vooral planten en bladeren die al een beetje aan het rotten zijn. Daarmee ruimen ze het afval op en houden ze je tuin lekker schoon!
De gewone tuinslak heeft geen tanden, alleen een ruwe tong. Als de slak over blaadjes heen kruipt, hangt deze tong naar buiten. Hij werkt als een soort rasp die het blad tot kleine stukjes versnippert. Een beetje hoe jij dus thuis je kaas raspt!

Tuinslak klimt omhoog
© Fotograaf: Barky
In de winter vinden wij het buiten vaak koud en nat. Terwijl wij ons terug trekken met een kopje warme chocomel op de bank, trekt ook de slak zich terug in zijn huisje. Hij bereidt zich namelijk voor op zijn winterslaap. Om de warmte vast te houden sluit hij zijn huisje af met een mengsel van slijm en aarde, dat hard opdroogt. Zo is de slak verzekerd van een ongestoorde slaap en kan hij weer een paar maanden vooruit! Welterusten.