BNNVARA
Een eerlijk en gelijkwaardig Nederland. Wij zijn voor. Jij ook?

Matthijs van Nieuwkerk beantwoordt zijn vragen uit ‘Forever young’: kan hij goed alleen zijn?

5 sep 2021
  •  
leestijd 7 minuten
  •  
714 keer bekeken
Matthijs Gaat Door

© Olivier Thijssen

Matthijs van Nieuwkerk reageert bij het tweede seizoen van Matthijs gaat door op vragen die hij eerder zijn gasten stelde in de rubriek ‘Forever young’.

Hoe gaat het met je? (aan Marjan Berk, 20 maart) Ik heb lust for life. Veel meer kan je niet wensen.

Wat voor jaar heb jij eigenlijk achter de rug? (aan Marte Röling, 20 februari) Een hectisch jaar. Ik werd om te beginnen gevloerd door corona, waardoor mijn nieuwe programma Matthijs gaat door twee weken later in première ging. Ik interviewde de jarige koningin van wie ik tot mijn verrassing een prachtige bundel van de Amerikaanse dichteres Louise Glück kreeg. Ik presenteerde een serie popquizzen voor de Vlaamse zender VTM.

Ik heb de bioscoopfilm Wolf ingesproken. Ik ben met de boywonder Rob Kemps vijf weken in Parijs geweest om ons programma Chansons! op te nemen. Ik ontdekte en passant Le Bistrot de Paris in de Rue de Lille. Ik heb tegen beter weten in toch het graf van Charles Aznavour bezocht. Ik mocht meedoen aan de geweldige jazz-podcast van Joost Patocka waarvoor ik met een zeer origineel cadeautje werd bedankt: een reusachtige, in plastic gesealde côte de boeuf. En ik heb natuurlijk mijn nieuwe vriendin Martha leren kennen. Iets wat rond de boerderij tot nogal wat geritsel in het struikgewas leidde van onze premiejagers de paparazzi. En dan moeten de eerste interland van Van Gaal, het tweede seizoen van Matthijs gaat door en het twintigste seizoen van de Popquiz a gogo nog komen.


Heb je al ergens fysiek een ongemak? (aan Herman van Veen, 13 maart) Alleen mijn rug protesteert af en toe. Mijn racefiets heb ik om die reden aan de wilgen gehangen. Ik zoek nu een sportfiets zonder racestuur, dus wel met dunne bandjes. Ik weet niet precies wat dit allemaal betekent. Echt goed nieuws is het niet denk ik, maar tennissen gaat goed. Ik serveer nog steeds stevig bovenhands en drie sets zijn geen enkel probleem. En mijn dagelijkse reality-check zijn twintig squats en daarna drie minuten planken. Gewoon ’s ochtends naast het bed. Voorlopig allemaal nog easy peasy.

Kan je goed alleen zijn? (aan André van Duin, 23 januari) Zeker. Ik woon ook al best lang alleen. In Amsterdam en nu in de Achterhoek. Boeken, kranten, muziek, Netflix en de tv zijn dan mijn grote vrienden, en dan heb ik ook nog een speciaal appie of kanaaltje laten installeren waarmee ik cricketwedstrijden van over de hele wereld rechtstreeks kan ontvangen. Dus het vooruitzicht op de testmatch Engeland –India, een wedstrijd van zo’n dag of vijf, geeft de maand nu al een silver lining.
Je hebt best wat offers gebracht voor je werk, toch? (aan Willeke Alberti, 6 februari) Ik ben vijftien jaar lang doordeweeks bijna altijd vroeg en sober naar bed gegaan om De wereld draait door zo fris en zo goed mogelijk te presenteren. Dat zou je – met een zucht naar laissez faire – een offer kunnen noemen. Maar zo heb ik dat natuurlijk nooit gezien. Ik mocht Reinbert de Leeuw uitnodigen om voor heel veel kijkers vier minuten stilte te spelen. En ik kroop daarna doodgelukkig vroeg in bed.
Hoe oud voel je je? (aan Harry Sacksioni, 6 maart) De helft.

Je hebt een nieuwe liefde in je leven. Had je daarop gerekend? (aan Jan Terlouw, 30 januari) Tuurlijk niet. Zou een mooie boel worden. Martha Riemsma stond in een café in Deventer ineens voor me. Ik werd aan haar voorgesteld door mijn vriend Eus. Zij is hoofdredacteur van Tubantia, één van de kranten waar Eus voor schrijft. Wat moet ik er verder over zeggen? Ik zou met gemak kunnen verdedigen dat ik hier niet aan toe was en er al helemaal niet op uit was, maar wat heeft het voor zin: daar stonden we.

Waar moet je om wenen? (aan Willeke Alberti, 6 februari) De laatste keer dat ik moest wenen was vorige maand bij het graf van Charles Aznavour. Uurtje buiten Parijs. Ik had al het gevoel dat ik daar niet zoveel te zoeken had, maar ons programma Chansons! vond het een mooi idee als ik het graf van mijn idool voor het eerst zou zien. En daar begreep ik wel iets van. Maar je staat nooit bij één graf alleen.

Ik stond daar plotseling ook bij het graf van mijn moeder. Mijn moeder die me leerde lezen, mij Aznavour liet horen, voorlas uit Het Parool, mij Turks fruit van Jan Wolkers aanreikte. Mijn lieve moeder, ik miste haar ineens zo verschrikkelijk.
Ben jij gelovig? (aan André van Duin, 23 januari) Nee. Maar ik sluit ook niet uit dat ik in de laatste seconden van mijn doodstrijd toch vraag om een hemel, een schietgebedje voor Het Eeuwige Park, waar Milt Jackson vibrafoon speelt en waar Johan Cruijffeen balletje hooghoudt met Picasso.

Ben je elke dag aan ’t werk? (aan Marte Röling, 20 februari) Ben je betoeterd.
Is de kunst van oud worden ook mazzel hebben? (aan Marjan Berk, 20 maart) Nou en of. Wanneer deelt die vreselijke Magere Hein zijn eerste tik uit? Meestal zonder aankondiging of reden. Pats! En daar lig je dan, aan slangetjes en metertjes in een Academisch Ziekenhuis. Nooit meer zal je de oude worden. Of Magere Hein loopt je huisje nog even voorbij. Noem dat dan maar gerust een beetje mazzel. Om het lijflied van Youp te citeren: Niemand weet hoe laat het is.

Sleept muziek je door moeilijke tijden? (aan Harry Sacksioni, 6 maart) Het is een van de specialiteiten van het huis zou ik zeggen. Weet je wanneer muziek ons er echt schitterend doorheen sleepte?

Op de begrafenis van Mies ­Bouwman.Daarspeeldet­ijdens de hele dienst muziek van het Modern Jazz Quartet, dus ook terwijl Freek de Jonge en Joop van den Ende spraken hoorde je de swing zachtjes doorlopen op de achtergrond.

Zo wilde Mies het. Zo wilde eerder haar man Leen Timp het. Geweldig bedacht. Troost, schoonheid, hoop en een straaltje licht.Op een begrafenis. Dankzij John Lewis en zijn mannen.


Ligt het mooiste achter je? (aan Foppe de Haan, 13 februari) Qua werk? Jan Mulder heeft eens mooi beschreven dat voor hem niets zal kunnen wedijveren met de sensatie van het betreden van de grasmat in een vol Bernabeu Stadion. Alles daarna, en dat is in zijn geval nogal wat, kon daar toch niet aan tippen. Groningse tristesse, maar ik begrijp hem wel. Maar ik ben gelukkig geen voetballer. Ik heb veel moois achter me: de krant, de one and only Wilfried, vijftien jaar De wereld draai door. Maar als ik in het eerste seizoen van mijn zaterdagprogramma Herman van Veen een weergaloos ‘Opzij, opzij, opzij’ zie zingen, alsof zijn leven ervan afhangt, dan geeft me dat goede hoop. Ik heb nog dertig jaar te gaan, zeg.
Hoe oud word je eigenlijk? (aan Jan Terlouw, 30 januari) Negentig jaar dus.

Hoe ziet de dood eruit? (aan Herman van Veen, 13 maart) Een zwart gat denk ik. Elke keer als Robbert Dijkgraaf in DWDD probeerde uit te leggen wat een zwart gat was, dacht ik alleen maar: is dat niet gewoon de dood?

Welk lied zing je in je dromen? (aan Rob de Nijs, 27 maart) Liefsteliefste Rob de Nijs. Hij zei in de uitzending dat hij in zijn dromen alleen maar zijn allereerste hitjes zong. Ik zing niet in mijn dromen. Wel zou ik best een keer willen dromen dat ik als Mick Jagger een bomvol stadion in ren. Maar niks daarvan. Ik stond eerder dit jaar wel naast Cat Stevens uitbundig de maat mee te klappen. Met godbeterhet een tamboerijn boven mijn hoofd. Bij het nummer ‘Wild world’. Het nummer vond ik niet eens zo heel beroerd, maar wat doet de suikerzoete lapzwans Cat Stevens in hemelsnaam mijn hoofd?
Een balletje hoog uit de lucht opvangen en in een keer doodleggen, lukt dat nog wel? (aan Foppe de Haan, 13 februari) Dat denk ik wel eerlijk gezegd. Of mijn uitgestoken been dan nog sierlijk boven mijn schouder uitrijst betwijfel ik. Lekkere actie. Lang geleden dat ik hierop getest ben. Ik heb mijn hele leven gevoetbald, totdat ik vijftien jaar geleden in De Achterhoek ging wonen. Ik wilde niet elk weekend voor mijn Amsterdamse elftal op en neer rijden dus ging ik eens kijken bij mijn dorpsclub de S.V. Almen. Wat ik daar toen aan tackles, slidings en ander levensgevaarlijk ongemak voorbij zag komen, heeft me in datzelfde uur doen besluiten afscheid te nemen van mijn lievelings-sport. Een week later werd ik lid van de lokale tennisclub.
Was je bang voor het oordeel van je vader? (aan Marjan Berk, 20 maart) Mijn vader veroordeelde nooit. Het is een grote lieverd die thuis altijd heeft geprobeerd om met milde dressuur onze wonderlijke wegen te volgen en als hij soms de weg kwijt was, keek hij naar mijn moeder en als zij glimlachte was de lieve vrede in zijn hoofd weer getekend. Mijn vader is nu onze grote cheerleader, bijna negentig, samen met zijn geweldige nieuwe vrouw Margreet. Wat een bof is dat ook.
Je ziet er goed uit! (aan Rob de Nijs, 27 maart) Schei uit, maar ik ben wel blij dat mijn haar een beetje bij me blijft, maar het zit naarmate ik grijzer word wel vaak onstuurbaar eigenaardig. Ik heb dan ook wat petjes en mutsjes op de hoedenplank liggen. Tot zover.

Wat maakt het leven de moeite waard? (aan allen) Ik zeg niks nieuws. Verfden de Grieken het niet al op hun grotwanden? Bob Dylan zong het samen met Johnny Cash in 1969: ‘Love is all there is, it makes the world go ’round. Love and only love, it can’t be denied. No matter what you think about it, you just won’t be able to do without it.’ Echt een perfect deuntje. Voor deze regels zal Dylan de Nobel-prijs niet gewonnen hebben, maar ik neurie het al een half mensenleven voor me uit.’
Door Johan Reijnen

Meer over dit onderwerp