Sfeerfoto van BNNVARA
BNNVARA

BNNVARA

Vóór vooruitgang, vrijheid en verandering

We denken dat het beter kan: open, gelijkwaardig en rechtvaardig. Dit bereiken we niet alleen, dus sluit jij je aan?

VOLG ONS

Wie was Aletta Jacobs precies?

9 mei 2019
  •  
leestijd 4 minuten
alettajacobs
Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat het wetsvoorstel Vrouwenkiesrecht in de Tweede Kamer werd aangenomen – met dank aan Aletta Jacobs.
Het is iets waar we nu om lachen, maar in de jaren 70 bestond het: als vrouw kon je toen een cursus volgen om te leren hoe je je echtgenoot het beste kon verzorgen nadat deze een hartaanval had gehad. Een cursus! Zelf gingen vrouwen in die tijd – en nog jaren erna - meestal gelijk dood aan een hartaanval omdat dokters geen idee hadden dat de vage klachten over ‘vermoeidheid’ en ‘steekjes tussen de schouderbladen’ wel eens op een aanstaand hartinfarct konden wijzen. Dat ontdekten (vrouwelijke) cardiologen pas aan het begin van deze eeuw. Het vrouwenlichaam is nu eenmaal in alle opzichten anders dan dat van een man.
Wie dat al ruim een eeuw geleden wist en zich om dat vrouwenlichaam bekommerde was Aletta Jacobs (1854–1929). Deze in het Groningse Sappemeer geboren dochter van een plattelandsarts was in vele opzichten een pionier. Ze was de eerste vrouw die in Nederland de HBS bezocht. Ze was de eerste vrouw, die op voorspraak van de liberale minister Thorbecke, colleges aan de universiteit mocht volgen en ze was de eerste vrouw die in 1879 promoveerde tot arts. Ze was vervolgens de eerste vrouwelijke arts die een huisartsenpraktijk begon in Amsterdam, tot ongenoegen van haar mannelijke collega’s, die vonden dat ze minder hoge nota’s moest schrijven. Ze trok zich er niets van aan. In haar vrije tijd schaatste ze rondjes op de vijver van het Vondelpark – ook daarin was ze de eerste vrouw.
‘Het onbeperkte voortplanten’
Naast haar huisartsenpraktijk op de Herengracht gaf Jacobs jarenlang gratis consulten aan arme volksvrouwen in de Jordaan. Ze constateerde vooral bij deze vrouwen, die vaak ook nog zwaar lichamelijk werk deden, dat ‘het onbeperkte voortplanten’ een hoge tol eiste van hun lichamen. Ze pleitte voor geboortebeperking en introduceerde – tot afschuw van velen mannen (én vrouwen), het pessarium. Toen ze ontdekte hoe weinig vrouwen van hun eigen lichaam wisten, schreef ze een vooruitstrevend boek getiteld De vrouw, haar bouw en haar inwendige organen (1899) waaruit ze ‘aanschouwelijk voorgesteld door beweegbare platen en geïllustreerden, verklarenden tekst’ konden leren hoe hun lichaam in elkaar zat en hoe het werkte. Maar ze ontdekte tijdens deze consulten bijvoorbeeld ook dat winkelmeisjes, voor wie het aan het eind van de 19de eeuw volkomen normaal was dat ze niet mochten zitten tijdens het werk en zodoende van acht uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds moesten staan, nagenoeg allemaal leden aan gynaecologische afwijkingen die, aldus Jacobs ‘slechts konden worden toegeschreven aan het feit dat ze uren achter elkaar moesten staan’. Waarop ze vrouwen opriep winkels te boycotten waar geen zitgelegenheid was voor winkelmeisjes. Zes jaar duurde deze strijd, die in 1902 werd beslecht met een wet die zo’n zitgelegenheid verplicht stelde. En dan was er nog haar strijd voor seksuele zelfbeschikking. De houding ten opzichte van prostitutie was voor haar het toppunt van hypocriete dubbele moraal: op vrouwen werd neergekeken, mannen konden hun gang gaan.
Jacobs leven was een aaneenschakeling van grensverleggende daden en opvattingen die dwars tegen de mores van haar tijd ingingen. Zelfs haar liefdesleven was revolutionair: nadat ze een jarenlange vriendschap en intellectueel gelijkwaardige en vrije relatie had met de politicus Carel Victor Gerritsen, trouwde ze met hem, hoewel de gelofte van gehoorzaamheid haar deed gruwelen en ze er op stond om haar eigen meisjesnaam te behouden. Victor Gerritsen vond het allemaal goed. Hij was, in de ogen van Aletta ‘een echte feminist.’
Toch is het belangrijkste wapenfeit waarom Aletta Jacobs herinnerd wordt haar strijd voor het Vrouwenkiesrecht geweest. Dit jaar, op 9 mei, is het precies honderd jaar geleden dat het wetsvoorstel Vrouwenkiesrecht in de Tweede Kamer werd aangenomen. Al in 1882, ze was toen nog maar een paar jaar aan de slag als huisarts in Amsterdam, deed ze een verzoek aan de gemeenteraad van de stad om haar te plaatsen op de kieslijst. Hoongelach viel haar ten deel, maar wel werd stande pede de grondwet aangepast, zodat er instond dat alleen ‘mannelijke ingezetenen van Nederland’ mee mochten doen aan de verkiezingen, zowel passief als actief. Ook hier had ze een lange adem: toen in 1894 de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht werd ingevoerd, werd ze twee jaar later voorzitter van de afdeling Amsterdam en in 1903 ‘presidente van het landelijk bestuur’.
Internationaal
Haar strijd voor het vrouwenkiesrecht beperkte zich niet tot Nederland. Toen haar man in 1905 overleed, duurde het een tijd voordat ze weer de energie en strijdbaarheid terug had. Maar die stopte ze vanaf dat moment volledig in het kiesrecht. Ze had door de congressen die ze bezocht en organiseerde inmiddels steeds meer internationale contacten opgedaan.
Uiteindelijk kwamen er in ras tempo veranderingen: in 1917 kregen vrouwen het passief kiesrecht, in 1919 werd de wet aangepast en kregen vrouwen dezelfde politieke rechten als mannen en in 1922 was het de eerste keer dat vrouwen een stembriefje kregen voor landelijke verkiezingen.
Dokter
Aletta Jacobs mag dan de beroemdste feministe uit de Nederlandse geschiedenis zijn die de rechten van vrouwen voor altijd heeft veranderd: ze was voor alles dokter met speciale interesse in de vrouw.